De stem van Arthur aan de telefoon galmde nog na in mijn oren als een dodelijk vonnis. De oude vuurtoren aan de kust, een eenzame, verlaten constructie die al decennia buiten gebruik was, stond bekend als een gevaarlijke plek waar de Noordzee meedogenloos tegen de steile kliffen beukte. "We gaan erheen," zei Elena met een onwrikbare kalmte in haar stem toen ik haar vertelde wie er had gebeld. "Dit moet eindigen. Vandaag nog."
Hendrik probeerde ons tegen te houden. "Het is een val! Arthur heeft daar geen intentie om te praten; hij wil de documenten terug en ons vernietigen voordat de autoriteiten wakker worden." Ik legde mijn hand op zijn schouder en schudde mijn hoofd. "Als we nu niet gaan, zal hij ons blijven achtervolgen, waar we ook schuilen. We hebben het bewijs in handen. We gaan op onze voorwaarden."
De rit naar de kust nam bijna twee uur in beslag. De wereld om ons heen veranderde van besneeuwde bossen in een vlak, koud en winderig kustlandschap waar de horizon overging in een dreigende, loodgrijze zee. Toen we de oude vuurtoren naderden, zagen we een zwarte sedan geparkeerd staan bij de ingang. Geen andere auto's, geen politie – alleen de leegte en het bulderende geluid van de golven die tegen de rotsen sloegen.
We stapten uit de terreinwagen. De ijskoude wind rukte aan onze jassen en blies zout water in ons gezicht. Elena hield mijn hand stevig vast; haar vingers waren ijskoud, maar haar blik was volkomen helder. Samen liepen we naar de openstaande deur van de vuurtoren. Binnen rook het naar roest, vocht en zilte lucht. We beklommen de stenen wenteltrap, stap voor stap, terwijl het geluid van onze voetstappen werd opgeslokt door de enorme holte van de toren.
Boven, op het uitkijkplatform onder de glazen koepel, stond Arthur te wachten. Hij stond met zijn rug naar ons toe, uitkijkend over de woeste oceaan. Naast hem stond Beatrice, gehuld in een dure bontjas, met een kille en onverschillige blik in haar ogen. Langzaam draaide Arthur zich om. In zijn hand hield hij een klein, glimmend voorwerp dat mijn bloed deed stollen: een vuurwapen.
"Jullie zijn dapper," zei Arthur met een smalende glimlach, terwijl de wind door zijn haren woei. "Of gewoon ontzettend dom. Geef de documenten en de USB-sticks hier, en misschien, heel misschien, laat ik jullie levend vertrekken om dat kind van jullie op te voeden." Elena stapte naar voren, los van mij, haar stem scherp als een mes. "Je tijd is om, Arthur. Je spel is uit. De hele wereld zal weten wie je werkelijk bent." Arthur lachte duister en tilde het wapen op, zijn vinger rustend op de trekker...






