De voetstappen op de gang klonken steeds dichterbij, zwaar en met een autoritair ritme dat geen goeds voorspelde. Mijn hart bonsde in mijn keel, maar de adrenalinestoot van een brandweerman nam het over. Er was geen tijd voor angst; er was alleen actie. "Via de dienstuitgang," fluisterde Hendrik snel, terwijl hij gebaarde naar een smalle deur aan het begin van de gang die leidde naar de ondergrondse parkeergarage en de technische diensten.
Ik tilde Elena voorzichtig op, hoewel ze protesteerde dat ze kon lopen. Haar krachten waren teruggekeerd, gevoed door pure overlevingsdrang en woede. In haar armen hield ze onze zoon stevig tegen haar borst gedrukt, beschermd tegen de bijtende kou. Hendrik liep voorop, met een vastberaden pas die verraadde dat hij in zijn leven vaker voor hetere vuren had gestaan. We slopen door de kille gangen, langs stoomleidingen en zoemende transformators, tot we de parkeergarage bereikten.
De kou sloeg ons om de oren zodra we de garagedeuren naderden. Buiten woedde de sneeuwstorm inmiddels met ongekende kracht; dikke vlokken dwarrelden neer en vormden alweer diepe drifts. Hendriks auto, een oude maar stevige terreinwagen met vierwielaandrijving, stond geparkeerd in een donkere hoek. We sprongen snel naar binnen. De motor startte na een paar aarzelende seconden met een diepe roffel, en we reden de parkeergarage uit, de witte hel in.
"Waar gaan we heen, Hendrik?" vroeg ik, terwijl ik achteromkeek om te controleren of we werden gevolgd. Door de dichte sneeuwval was er nauwelijks iets te zien, behalve de zwakke koplampen van andere voertuigen in de verte. "Naar een oude jachthut diep in de bossen van de Veluwe," antwoordde Hendrik strak, zijn handen verkrampt om het stuur. "Arthur heeft tentakels overal: in de politie, in de politiek, zelfs in dit ziekenhuis. We kunnen nergens veilig zijn in de stad."
De rit was een helletocht. De wegen waren spekglad, veranderd in glijbanen van ijs en sneeuw. Verschillende keren slipte de terreinwagen bijna van de weg, maar Hendriks stuurmanskunst hield ons op het rechte pad. Op de achterbank hield Elena onze zoon warm. Ze sprak geen woord, maar haar ogen stonden op scherp. Ze keek door het beslagen raam naar buiten, naar de voorbijvluchtende schaduwen van bomen die alsspoken leken te wensen dat we faalden.
Na twee uur rijden, die aanvoelden als een eeuwigheid, verlieten we de hoofdweg en sloegen we een smal, onverhard bospad in. De takken van de zware dennenbogen hingen door onder het gewicht van de sneeuw en schraapten over het dak van de auto. Uiteindelijk stopte Hendrik voor een afgelegen, houten jachthut die volledig uit het zicht lag tussen de bomen. Het leek wel een ansichtkaart uit een grimmig sprookje.
We stapten uit en renden door de diepe sneeuw naar de voordeur. Hendrik haalde een zware sleutel tevoorschijn, draaide het slot om en duwde de deur open. Binnen rook het naar houtvuur, stof en hars. Er stond een oude open haard, en Hendrik stak deze onmiddellijk aan met wat droog hout en papier. Al snel verspreidde zich een behaaglijke warmte door de ruimte.
Terwijl Elena de baby in een veilige hoek bij het vuur legde, kwam de vermoeidheid als een sloophamer op ons af. We hadden de eerste ronde overleefd, maar we wisten allebei dat dit slechts de stilte voor de storm was. Arthur en Beatrice zouden niet opgeven; hun imperium, hun status en hun vrijheid stonden op het spel. En wij bezaten het enige bewijs dat hun hele kaartenhuis kon laten instorten.
Hendrik liep naar de houten tafel in het midden van de kamer en legde het documentenmapje open. "We hebben niet veel tijd," zei hij ernstig. "Om Arthur definitief te ontmaskeren, hebben we meer nodig dan alleen deze papieren. We hebben de originele bankafschriften nodig, en die liggen in de kluis van het landhuis. In hun kantoor." Elena keek op, haar ogen vernauwden zich. "Dat huis... daar kom ik nooit meer levend vandaan." Ik legde mijn hand op haar schouder en keek haar diep in de ogen. "Samen komen we eruit, schat. Wat er ook gebeurt." Maar in mijn hart wist ik dat we weldra een fatale keuze zouden moeten maken...






