LAAT HAAR NIET VERTREKKEN!”
News Story

LAAT HAAR NIET VERTREKKEN!”

0 weergaven

DEEL 7 — “DE MAN ACHTER ALLES”

Sanne rende de opslagplaats uit.

Erik en Marieke volgden haar.

Achter hen klonken sirenes.

Maar niemand keek om.

Sanne had nog maar één gedachte.

Haar vader.

Pieter de Vries leefde.

En hij zat opgesloten in de ondergrondse ruimte van de militaire kazerne.

“Hoe komen we binnen?” vroeg Sanne.

Erik keek naar haar.

“Via de hoofdingang kunnen we niet.”

“Dan nemen we een andere route.”

“Welke?”

Sanne keek naar de kleine metalen sleutel in haar hand.

“De sleutel die volgens Joris niet de echte sleutel was.”

Marieke fronste.

“Wat bedoel je?”

Sanne hield hem omhoog.

“Misschien is hij niet bedoeld om een deur te openen.”

Erik begreep het onmiddellijk.

“Een toegangscode.”

“Precies.”

Hij pakte zijn telefoon.

“Wacht.”

Hij keek naar het scherm.

“De sleutel heeft een serienummer.”

Sanne keek ernaar.

ORION-17.

Erik werd bleek.

“Dat nummer ken ik.”

“Wat betekent het?”

“Het is geen sleutelnummer.”

“Wat dan?”

“Een toegangsniveau.”

Marieke keek naar Erik.

“Welk niveau?”

Erik slikte.

“Het hoogste.”

Sanne keek naar de kazerne in de verte.

“Dan kunnen we misschien rechtstreeks naar beneden.”

Een half uur later stonden ze opnieuw voor de gesloten poorten.

De kazerne was volledig afgesloten.

Militairen patrouilleerden rond het terrein.

Sanne stapte uit de auto.

Een soldaat richtte zijn wapen op haar.

“Blijf staan!”

Sanne hield haar handen omhoog.

“Ik wil generaal Van der Meer spreken.”

“Dat is onmogelijk.”

“Vertel hem dat Sanne de Vries hier is.”

De soldaat keek naar zijn collega.

Plotseling kraakte zijn radio.

“Laat haar binnen.”

De poort ging langzaam open.

Sanne keek naar Marieke.

“Hij wist dat we zouden komen.”

Erik knikte.

“Dat betekent dat hij nog leeft.”

Binnen was het opvallend stil.

Geen soldaten.

Geen voertuigen.

Alleen het geluid van hun voetstappen.

Ze bereikten het hoofdgebouw.

De deuren gingen automatisch open.

Een scherm lichtte op.

IDENTIFICATIE VEREIST.

Erik keek naar Sanne.

“Gebruik de sleutel.”

Sanne hield het metalen onderdeel voor de scanner.

Een rood licht werd groen.

Daarna verscheen:

ORION-17 GEACCEPTEERD.

De muur voor hen schoof open.

Achter de muur bevond zich een lift.

Marieke fluisterde:

“Deze lift bestaat niet op de officiële bouwtekeningen.”

Sanne stapte naar binnen.

“Dan gaan we waarschijnlijk de goede kant op.”

De lift daalde.

Tien seconden.

Twintig.

Dertig.

De cijfers bleven dalen.

-1

-2

-3

Toen stopte de lift bij:

-7

De deuren gingen open.

Een donkere gang strekte zich voor hen uit.

Aan het einde stond generaal Hendrik van der Meer.

Alleen.

Sanne liep naar hem toe.

“Waar is mijn vader?”

“Hij is hier.”

“En Joris?”

De generaal keek haar aan.

“Ook.”

Sanne voelde haar hartslag versnellen.

“Breng me naar hen.”

De generaal schudde zijn hoofd.

“Dat kan ik niet.”

“Waarom?”

“Omdat er iemand anders in deze ruimte is.”

“Wie?”

De generaal keek achter zich.

“De man die alles heeft opgezet.”

Sanne liep naar voren.

“Wie?”

De generaal antwoordde:

“Minister Willem de Graaf.”

Sanne kende de naam.

Iedereen kende hem.

Hij was een van de invloedrijkste mensen in Nederland.

“De minister?”

“Ja.”

“Waarom zou een minister militaire geheimen verkopen?”

“Niet voor geld.”

Sanne fronste.

“Waarom dan?”

“Voor macht.”

Marieke kwam naast haar staan.

“Hij wilde controle over de veiligheidsdiensten.”

De generaal knikte.

“En Project Orion was daarvoor perfect.”

Sanne keek naar de gang.

“Waar is hij?”

“Daar.”

De generaal wees naar een metalen deur.

Sanne liep ernaartoe.

Ze hoorde stemmen.

Eén stem herkende ze onmiddellijk.

Haar vader.

“Laat mijn dochter hierbuiten.”

Daarna een andere stem.

Kalm.

Zelfverzekerd.

“Daar is het te laat voor.”

Sanne deed de deur open.

Pieter de Vries zat vastgebonden aan een stoel.

Naast hem stond Joris.

Levend.

Sanne hield haar hand voor haar mond.

“Joris…”

Hij keek haar aan.

Zijn ogen vulden zich met tranen.

“Sanne.”

Ze rende naar hem toe.

Maar voordat ze hem kon bereiken, stapte een man uit de schaduw.

Minister Willem de Graaf.

Hij hield een pistool vast.

“Blijf staan.”

Sanne bevroor.

Joris keek naar haar.

“Niet doen wat hij zegt.”

De minister glimlachte.

“Je man is altijd al koppig geweest.”

Sanne keek hem aan.

“Waarom?”

“Waarom wat?”

“Waarom mijn vader? Waarom Joris? Waarom ik?”

De minister liep langzaam naar haar toe.

“Omdat je vader de waarheid ontdekte.”

“Welke waarheid?”

“Dat Project Orion nooit bedoeld was om vijanden van Nederland te stoppen.”

Hij keek naar de generaal.

“Het was bedoeld om ze te creëren.”

Sanne begreep het niet.

De minister vervolgde:

“Angst geeft macht.”

Hij wees naar Joris.

“Jouw man ontdekte dat wij informatie lekten om internationale conflicten te beïnvloeden.”

Sanne werd bleek.

“Jullie veroorzaakten crises?”

“Wanneer nodig.”

Marieke schudde haar hoofd.

“Je bent krankzinnig.”

De minister lachte.

“Geschiedenis wordt geschreven door mensen die bereid zijn beslissingen te nemen.”

Pieter spuugde op de grond.

“Je hebt mijn hele familie vernietigd.”

De minister keek hem aan.

“Je had je moeten aanpassen.”

Sanne liep langzaam naar haar vader.

“Papa…”

Pieter keek haar aan.

“Het spijt me.”

Sanne begon te huilen.

“Waarom heb je me verlaten?”

“Omdat ik wist dat ze jou zouden gebruiken.”

“Maar ik dacht dat je dood was.”

“Dat moest je denken.”

Joris zei zacht:

“Hij deed het om jou te beschermen.”

Sanne draaide zich naar hem om.

“En jij?”

Joris keek naar de grond.

“Ik had je moeten vertellen wie ik was.”

“Ja.”

“Maar als ik dat had gedaan, had je nu misschien niet meer geleefd.”

Sanne liep naar hem toe.

Ze sloeg haar armen om hem heen.

Voor het eerst in acht maanden voelde ze zijn hartslag weer.

Maar het moment duurde slechts enkele seconden.

Een alarm begon te loeien.

De minister keek naar zijn telefoon.

Zijn gezicht veranderde.

“Ze hebben het systeem gevonden.”

Generaal Van der Meer trok zijn wapen.

“Wie?”

De minister keek naar hem.

“De mensen die boven wachten.”

“Welke mensen?”

De minister glimlachte.

“Mijn mensen.”

Plotseling gingen alle deuren automatisch op slot.

De lichten werden rood.

Een stem klonk door de luidsprekers:

“PROJECT ORION WORDT GEACTIVEERD.”

Pieter keek geschokt.

“Nee…”

Sanne draaide zich naar hem om.

“Wat gebeurt er?”

Haar vader antwoordde:

“Als Orion wordt geactiveerd…”

Hij keek naar de minister.

“…wordt alle geheime informatie automatisch naar buiten gestuurd.”

Marieke fronste.

“Maar dat is toch goed?”

Pieter schudde zijn hoofd.

“Niet als je niet weet waar de informatie terechtkomt.”

De minister glimlachte.

“Precies.”

Joris keek naar het scherm.

“Hij heeft de lijst aangepast.”

Sanne keek naar hem.

“Wat betekent dat?”

Joris wees naar de namen.

“Hij heeft de namen van echte schuldigen verwijderd.”

“En vervangen?”

Joris knikte.

“Door namen van mensen die niets hebben gedaan.”

Sanne voelde haar bloed koud worden.

“Dus hij wil onschuldige mensen als schuldigen laten lijken.”

“Ja.”

“Waarom?”

De minister antwoordde:

“Omdat chaos de beste vorm van controle is.”

Plotseling verscheen er één laatste bericht op het hoofdscherm.

TRANSMISSIE START OVER 05:00

Pieter schreeuwde:

“Je moet het systeem stoppen!”

Joris keek naar Sanne.

“Dat kan alleen met de echte Orion-sleutel.”

Sanne pakte de kleine sleutel.

“Maar dit is niet de echte.”

Joris keek haar aan.

“Dat dacht ik ook.”

Hij wees naar haar ketting.

“Maar kijk goed.”

Sanne keek naar het metalen onderdeel.

Er zat een klein symbool op dat ze nog nooit eerder had gezien.

Een oog.

En daaronder een cijfer.

0.

Joris fluisterde:

“Dat is geen sleutel.”

Sanne keek hem aan.

“Wat is het dan?”

Joris antwoordde:

“De startknop.”

Op dat moment sprong de timer naar:

04:59

De minister glimlachte.

“Te laat.”

Maar toen klonk er boven hen een enorme explosie.

De hele ondergrondse ruimte schudde.

Het licht viel uit.

En in het donker hoorde Sanne een onbekende stem:

“Pieter… je dochter is eindelijk hier.”

Haar vader verstijfde.

“Dat kan niet.”

Sanne fluisterde:

“Wie is dat?”

Pieter keek haar aan.

Zijn gezicht was volledig bleek.

“Dat…”

Hij slikte.

“…is je moeder.”