DEEL 3 — “JORIS IS NIET DOOD”
Sanne staarde naar haar telefoon.
De stem aan de andere kant was onmogelijk.
Ze kende die stem beter dan haar eigen stem.
Joris.
Haar man.
De man die ze acht maanden geleden had begraven.
“Joris… ben jij dat echt?”
Er kwam geen antwoord.
Alleen een zware ademhaling.
Toen fluisterde hij:
“Luister naar me, Sanne. Je hebt maar een paar minuten.”
Sanne voelde tranen over haar wangen lopen.
“Waar ben je?”
“Dat doet er niet toe.”
“Voor mij wel!”
“Sanne…”
Zijn stem klonk zwak.
“Je mag niemand vertrouwen.”
Ze keek naar generaal Van der Meer.
Daarna naar Marieke.
En uiteindelijk naar de officier die nog steeds zijn wapen op hen gericht hield.
“Zelfs jou?”
Een lange stilte.
“Vooral mij niet.”
Sanne voelde haar hart breken.
“Waarom?”
“Omdat ik niet weet wie er nog meeluistert.”
Plotseling klonk er een harde klik aan de andere kant van de lijn.
Joris fluisterde:
“Ga naar huis.”
“Wat?”
“Ga naar ons huis. Zoek de oude klok in de woonkamer.”
Sanne fronste.
“Die klok?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat daar alles begint.”
De verbinding werd verbroken.
Sanne keek naar haar scherm.
“Joris!”
Geen antwoord.
“JORIS!”
Marieke greep haar arm.
“We moeten weg.”
Maar generaal Van der Meer schudde zijn hoofd.
“Niemand verlaat deze kazerne.”
Sanne draaide zich naar hem om.
“Uw eigen officier bedreigt ons met een wapen en u wilt mij hier houden?”
De generaal keek naar de man met het pistool.
“Leg je wapen neer, Van Houten.”
De officier lachte.
“U weet net zo goed als ik dat deze dag al voorbij is, generaal.”
“Wie werkt er achter je?”
Van Houten antwoordde niet.
Hij drukte opnieuw op zijn afstandsbediening.
Op hetzelfde moment begonnen alle lichten van de kazerne te knipperen.
Eén voor één gingen ze uit.
Donkerte vulde de binnenplaats.
Toen klonk er een alarm.
Marieke fluisterde:
“Ze hebben het hele systeem overgenomen.”
De generaal keek naar zijn officieren.
“Evacueer het terrein!”
Maar niemand bewoog.
Sanne zag waarom.
Drie militairen hadden hun wapens op hun collega's gericht.
De eenheid was verdeeld.
Binnen enkele seconden veranderde het plein in complete chaos.
Mensen renden alle kanten op.
Sanne pakte Mariekes hand.
“Kom!”
Ze renden naar een zij-ingang.
Generaal Van der Meer volgde hen.
“Wacht!”
Sanne draaide zich om.
“Waarom zou ik u vertrouwen?”
“Omdat ik Joris heb geholpen.”
“Hij zei dat ik u niet moest vertrouwen.”
“En hij had gelijk.”
Sanne stopte.
De generaal keek haar recht aan.
“Maar hij heeft je nooit verteld waarom.”
Hij haalde een kleine sleutel uit zijn jas.
“Dit gaf Joris mij twee dagen voor zijn dood.”
Sanne keek naar de sleutel.
“Wat opent die?”
“Dat weet ik niet.”
“U liegt.”
“Nee.”
Hij keek naar Marieke.
“Zij weet het.”
Marieke knikte langzaam.
“De sleutel opent een kluis.”
“Waar?”
“In het huis van Joris.”
Sanne voelde haar adem stokken.
“Mijn huis?”
“Ja.”
“Waarom wist ik daar niets van?”
Marieke keek haar verdrietig aan.
“Omdat Joris wilde dat jij niets wist.”
Plotseling klonk er achter hen een stem.
“Niemand gaat naar dat huis.”
Van Houten stond aan het einde van de gang.
Zijn wapen was nog steeds op hen gericht.
Generaal Van der Meer stapte naar voren.
“Je hebt verloren.”
Van Houten glimlachte.
“Nee.”
Hij keek naar Sanne.
“Zij heeft verloren.”
Daarna schoot hij.
De kogel raakte de muur naast Sanne.
Marieke trok haar naar beneden.
De generaal vuurde terug.
Van Houten verdween achter een deur.
“REN!”
Ze renden door de gang.
Een paar minuten later bereikten ze een ondergrondse uitgang.
Buiten stond een zwarte auto klaar.
De generaal gooide de sleutels naar Sanne.
“Rijd.”
“En u?”
“Ik moet hier blijven.”
“Waarom?”
Hij keek naar de kazerne.
“Omdat iemand de waarheid naar buiten moet brengen.”
Sanne stapte in.
Marieke kwam naast haar zitten.
“Rijd!”
De auto schoot weg.
Niemand sprak gedurende de eerste minuten.
Sanne keek steeds naar haar telefoon.
Geen bericht.
Geen oproep.
Niets.
Tot plotseling haar scherm oplichtte.
Een bericht van Joris.
“KIJK NIET ACHTER JE.”
Sanne verstijfde.
Marieke keek haar aan.
“Wat is er?”
Sanne liet haar het scherm zien.
“Hij weet waar we zijn.”
Marieke keek naar de achteruitkijkspiegel.
“Niet kijken.”
Maar het was te laat.
Sanne zag een zwarte SUV achter hen.
Dezelfde auto die ze eerder die dag bij de begrafenis had gezien.
“Ze volgen ons.”
Marieke keek naar de weg.
“Versnel.”
Sanne trapte het gaspedaal in.
De SUV bleef achter hen.
Toen kwamen er twee andere auto's bij.
“Ze willen ons insluiten,” zei Marieke.
“Waar moeten we heen?”
“Naar huis.”
“Maar Joris zei dat ze al bij mijn voordeur stonden!”
“Dan moeten we sneller zijn.”
Tien minuten later draaide Sanne haar straat in.
Ze zag haar huis.
De voordeur stond open.
Sanne stopte abrupt.
“Dat was niet zo toen ik vertrok.”
Marieke pakte haar arm.
“Blijf in de auto.”
Maar Sanne stapte uit.
“Mijn huis.”
Ze liep langzaam naar binnen.
Alles leek normaal.
De woonkamer.
De bank.
De foto's.
De oude klok aan de muur.
Sanne keek naar de klok.
Ze liep ernaartoe.
Marieke stond achter haar.
“Wat zei Joris precies?”
“Hij zei dat ik de klok moest openen.”
Sanne haalde de klok van de muur.
Aan de achterkant zat een klein metalen slot.
Ze gebruikte de sleutel van de generaal.
Klik.
De achterkant sprong open.
Binnenin zat geen mechanisme.
Er zat een klein zwart doosje.
Sanne haalde het eruit.
Op het doosje stond één naam.
JORIS DE VRIES.
Ze opende het.
Binnenin lag een tweede USB-stick.
Een foto.
En een paspoort.
Sanne pakte het paspoort.
Ze keek naar de foto.
Haar handen begonnen te trillen.
De naam op het paspoort was:
THOMAS DE VRIES.
Maar de foto was van Joris.
Sanne fluisterde:
“Waarom heeft mijn man een paspoort op naam van zijn eigen broer?”
Marieke werd doodstil.
“Dat is onmogelijk.”
Sanne keek haar aan.
“Waarom?”
“Omdat Thomas…”
Marieke slikte.
“...jouw man nooit heeft ontmoet.”
Plotseling ging de voordeur dicht.
KLIK.
Sanne draaide zich om.
Een mannenstem klonk vanuit de donkere gang.
“Dat klopt.”
Sanne verstijfde.
De stem ging verder:
“Want Thomas is nooit de broer van Joris geweest.”
Marieke pakte Sanne vast.
“Wie ben jij?”
De man stapte langzaam uit de schaduw.
Sanne zag zijn gezicht.
En haar wereld stortte in.
Het was de man die ze acht maanden geleden naast de kist van Joris had zien staan.
De man die iedereen had verteld dat hij een oude vriend van Joris was.
Maar Sanne had hem nooit eerder goed bekeken.
Tot nu.
Hij glimlachte.
“Dag, Sanne.”
Sanne deed een stap achteruit.
“Wie ben je?”
Hij keek naar het paspoort in haar hand.
“Dat is precies wat Joris wilde dat je zou ontdekken.”
Toen haalde hij zijn telefoon tevoorschijn.
Op het scherm stond een liveverbinding.
En aan de andere kant…
zag Sanne het gezicht van Joris.
Levend.
Joris keek recht in de camera.
En zei:
“Sanne… geloof hem niet.”
De verbinding werd onmiddellijk verbroken.
De man glimlachte.
“Nu weet je waarom je man moest verdwijnen.”
Hij wees naar de USB-stick.
“Maar als je die opent…”
Hij keek naar de klok.
“…zal iedereen in Nederland weten wat Joris werkelijk heeft ontdekt.”
Sanne keek naar de USB-stick.
Toen naar de man.
En langzaam begreep ze één ding:
Joris was niet verdwenen om zichzelf te redden.
Hij had zichzelf laten verdwijnen om háár te beschermen.






