DEEL 2 — “VERTROUW DE MAN DIE DOOD IS”
Sanne keek generaal Hendrik van der Meer recht in de ogen.
Zijn woorden bleven door haar hoofd spoken.
“Vertrouw je mij… of vertrouw je de man die niet meer leeft?”
Achter hem stonden tientallen militairen.
De poorten van de kazerne waren gesloten.
En ergens boven in het gebouw bevond zich iemand die zojuist op haar had geschoten.
Sanne voelde de USB-stick nog steeds in haar hand.
Ze dacht aan Joris.
Aan zijn glimlach.
Aan de avonden waarop hij thuiskwam en beweerde dat hij alleen maar moe was van zijn werk.
Aan de keren dat hij midden in de nacht wakker werd en naar de voordeur staarde alsof hij verwachtte dat iemand zou binnenkomen.
Ze had nooit begrepen waarom.
Tot nu.
Sanne slikte.
“Joris zei dat ik niemand hier mocht vertrouwen.”
De generaal knikte langzaam.
“Dat klopt.”
Sanne fronste.
“Wat?”
“Hij wist dat er binnen deze kazerne mensen waren die niet meer te vertrouwen waren.”
De vrouw in de witte jurk keek onmiddellijk naar haar man.
“Je moet haar alles vertellen.”
De generaal schudde zijn hoofd.
“Nog niet.”
“Wanneer dan?” vroeg ze scherp. “Wanneer ze haar ook vermoorden?”
De militairen om hen heen keken elkaar nerveus aan.
Sanne zag het.
Ze zag angst.
Niet bij haar.
Bij hén.
Alsof iedereen bang was voor iemand die zich tussen hen bevond.
Toen klonk er plotseling een stem vanuit de menigte.
“Generaal!”
Een jonge marechaussee rende naar hen toe.
Hij hield een tablet in zijn hand.
“Er is een probleem.”
“Wat?”
“De camerabeelden van het plein zijn verwijderd.”
De generaal verstijfde.
“Alle beelden?”
“Van de afgelopen twintig minuten.”
“Door wie?”
De jonge officier keek naar zijn tablet.
“De opdracht kwam van binnenuit.”
Sanne voelde een koude rilling over haar rug lopen.
“Dus degene die op mij schoot wist dat ik hier zou zijn?”
Niemand antwoordde.
De generaal keek naar de USB-stick.
“Geef hem aan mij.”
Sanne deed een stap achteruit.
“Waarom?”
“Omdat ze anders opnieuw zullen proberen je te doden.”
“Wie zijn ‘ze’?”
“Dat weet ik nog niet.”
Sanne lachte bitter.
“Maar u weet wel dat mijn man is vermoord.”
“Ja.”
“U wist dat hij gevaar liep.”
De generaal keek naar de grond.
“Ja.”
“En u hebt hem niet beschermd.”
De stilte die volgde was ondraaglijk.
De vrouw in de witte jurk draaide zich naar Sanne.
“Hij heeft geprobeerd.”
Sanne keek haar aan.
“Wie bent u eigenlijk?”
De vrouw aarzelde.
“Ik heet Marieke van der Meer.”
“En waarom kende u mijn man?”
Marieke keek naar haar echtgenoot.
Daarna fluisterde ze:
“Omdat Joris mij drie weken voor zijn dood heeft opgezocht.”
Sanne voelde haar hartslag versnellen.
“Waarom?”
“Hij had ontdekt dat iemand informatie doorspeelde.”
“Welke informatie?”
Marieke keek om zich heen.
“Missies. Namen. Locaties. Alles.”
Sanne werd bleek.
“Militaire geheimen?”
Marieke knikte.
“Maar het ergste was niet dat iemand informatie verkocht.”
“Wat dan?”
“Joris ontdekte wie de kopers waren.”
De generaal greep plotseling haar arm.
“Marieke.”
Ze trok haar arm los.
“Ze moet het weten!”
“Niet hier.”
“Waar dan?”
Op dat moment—
PANG!
Een tweede schot klonk.
Het glas van een raam op de tweede verdieping sprong uiteen.
De militairen doken omlaag.
“SNIPER!”
Binnen enkele seconden werd Sanne door twee officieren naar de grond getrokken.
Marieke kroop naar haar toe.
“Blijf liggen!”
Sanne keek naar de generaal.
Hij stond nog overeind.
Zijn gezicht was veranderd.
Voor het eerst zag Sanne geen machtige generaal.
Ze zag een man die bang was.
Hij keek naar het gebouw.
“Ze zijn al binnen.”
Een officier kwam naar hem toe.
“Generaal, we hebben de bron gevonden.”
“Waar?”
“Ondergrondse commandoruimte.”
“Wie is daar?”
De officier aarzelde.
“Dat is het probleem.”
“Zeg het.”
“Er staat maar één persoon geregistreerd.”
“Wie?”
De officier fluisterde een naam.
De generaal werd lijkbleek.
Sanne zag zijn reactie.
“Wie is het?”
De generaal keek haar aan.
“De persoon die volgens onze administratie al zes maanden geleden is overleden.”
Sanne voelde haar maag samentrekken.
“Wat bedoelt u?”
De officier hield zijn tablet omhoog.
Op het scherm stond een foto.
Sanne keek ernaar.
En verstijfde.
Ze kende die man.
Heel goed.
Het was Joris.
“Nee…”
Sanne schudde haar hoofd.
“Dat kan niet.”
“De foto is van gisteren,” zei de officier.
Sanne voelde haar benen wegzakken.
“Maar Joris is dood.”
Marieke pakte haar hand.
“Dat dacht ik ook.”
Sanne keek haar aan.
“Wat bedoel je?”
Marieke keek naar de generaal.
“Joris had een tweelingbroer.”
Sanne staarde haar aan.
“Hij heeft nooit een broer genoemd.”
“Dat weet ik.”
“Wie is hij?”
Marieke antwoordde niet.
De generaal deed het.
“Zijn naam is Thomas.”
Sanne fluisterde:
“Waarom zou Joris mij verbergen dat hij een tweelingbroer had?”
“Omdat Thomas officieel niet bestaat.”
Op dat moment trilde de USB-stick in Sannes hand.
Ze keek ernaar.
Het kleine lampje knipperde.
Eén keer.
Twee keer.
Daarna begon haar telefoon automatisch een nieuw bestand af te spelen.
Geen video.
Een geluidsopname.
Joris' stem klonk door de luidspreker.
“Sanne, als je dit hoort, betekent het dat je de kazerne hebt bereikt.”
Sanne hield haar adem in.
“Er is één ding dat ik je nooit heb verteld.”
Een korte stilte.
“Thomas is niet degene die je moet vrezen.”
Sanne keek naar de generaal.
Joris vervolgde:
“Degene die mij heeft verraden…”
Zijn stem werd zachter.
“...is de persoon die naast jou staat.”
De opname stopte.
Iedereen keek elkaar aan.
Sanne keek langzaam om zich heen.
De generaal.
Marieke.
De officieren.
De marechaussee.
Toen zag ze iets.
Een officier achter de generaal raakte plotseling zijn oor aan.
Alsof hij naar een verborgen oortje luisterde.
Hij keek rechtstreeks naar Sanne.
En glimlachte.
Heel even.
Sanne kende die glimlach.
Ze had hem eerder gezien.
Op de avond van Joris' begrafenis.
Bij haar voordeur.
De man die beweerde van de verzekeringsmaatschappij te zijn.
Sanne fluisterde:
“Hij is het…”
De officier trok onmiddellijk zijn pistool.
“Pak haar!”
Maar voordat iemand kon reageren, stapte Marieke voor Sanne.
“RAAK HAAR NIET AAN!”
De officier richtte zijn wapen op Marieke.
De generaal schreeuwde:
“Wapen neer!”
De officier glimlachte.
“Te laat, generaal.”
Daarna richtte hij zijn blik op Sanne.
“Joris heeft één fout gemaakt.”
“Welke?”
“Hij dacht dat hij jou kon beschermen.”
Hij haalde een kleine afstandsbediening uit zijn zak.
“Maar hij heeft vergeten dat zijn grootste geheim nog altijd in jouw huis ligt.”
Sanne werd ijskoud.
“Wat ligt er in mijn huis?”
De man drukte op een knop.
Op hetzelfde moment begon Sannes telefoon te trillen.
Een onbekend nummer.
Ze nam op.
Aan de andere kant hoorde ze een mannenstem.
Een stem die ze al acht jaar kende.
Een stem waarvan ze dacht dat ze hem nooit meer zou horen.
“Sanne…”
Ze liet de telefoon bijna vallen.
“Joris?”
De stem antwoordde:
“Ren.”
Een korte stilte.
“Ren nu.”
Daarna fluisterde hij:
“Want ze staan al voor je voordeur.”






