De Hotelkamer in Zandvoort en Andere Geheimen
News Story

De Hotelkamer in Zandvoort en Andere Geheimen

16 weergaven

We moesten handelen en wel nu. Zonder nog een woord te vuil te maken aan oom Gerard, die we achterlieten met een touw om zijn polsen vastgebonden aan de stellingen, renden mijn vader, Bram en ik de trap af naar beneden. Het hotel was nog steeds in een diepe slaap verzonken; de gasten merkten niets van de storm en de afrekening op de vierde verdieping.

Toen we de lobby bereikten, stormden we door de tourniquet naar buiten, de gierende wind en de stromende regen in. De Noordzee leek te koken tegen de dijken; de golven sloegen met donderend geweld tegen de strekdammen, en de straatverlichting van Zandvoort flakkerde gevaarlijk in de storm.

Brams oude stationwagen stond geparkeerd op het parkeerterrein achter het hotel, beslagen en wel. We sprongen naar binnen – ik op de achterbank, mijn vader naast Bram op de voorstoelen. Bram startte de motor, die sputterde en hoestte voordat hij met een luide gil aansloeg. De ruitenwissers bewogen als razende insecten over de voorruit, maar boden nauwelijks zicht op de verlaten kustweg die leidde richting IJmuiden.

"Hoe wist je eigenlijk waar we zaten?" vroeg ik, terwijl ik me stevig vasthield aan de handgreep boven het portier, terwijl de auto slippend de bocht nam richting de provinciale weg.

Mijn vader keek me even aan via de achteruitkijkspiegel. "Ik ben nooit ver weg geweest, Bea. Ik hield de boel in de gaten vanaf een schip in de haven. Toen ik hoorde dat Thomas jullie had gevolgd naar dit hotel, wist ik dat ze een definitieve slag wilden slaan. Ze wilden de lijn via jouw dochter verzegelen omdat ze wisten dat jij de enige erfgename bent die de kluis in de oude vuurtoren kan openen."

"De vuurtoren?" riep ik uit boven het loeien van de motor. "Wat heeft de vuurtoren hiermee te maken?"

"Daar ligt het echte archief," antwoordde mijn vader grimmig. "Niet in een pakhuis, niet in een kantoor, maar in de fundering van de oude vuurtoren aan de monding van het kanaal. Dat is de plek waar het syndicaat in de jaren tachtig al zijn illegale goud en contracten heeft begraven."

De auto scheurde door de verlaten duinen, de banden sproeiden water op het asfalt. De regen sloeg zo hard tegen de ruiten dat het leek alsof we door een onderwaterwereld reden. De spanning in de auto was om te snijden; elke seconde telde, en de tijd tikte onverbiddelijk richting middernacht.

Toen we de rand van IJmuiden naderden, zagen we in de verte de silhouetten van de grote hijskranen en de contouren van de vuurtoren die boven de haven uitstak, fel verlicht door zoeklichten die door de regen sneden als messen.

Maar we waren niet de eersten. Voor de poort van het haventerrein stond een zwarte terreinwagen geparkeerd, met draaiende motor en de koplampen gedimd. Thomas was al gearriveerd.