De Hotelkamer in Zandvoort en Andere Geheimen
News Story

De Hotelkamer in Zandvoort en Andere Geheimen

16 weergaven

De rook wervelde langzaam weg in het zwakke licht van de lantaarn, terwijl de geur van buskruit en oud stof de ruimte vulde. Ik kon mijn ogen niet van de man voor me afwenden. Mijn vader, van wie we vijf jaar geleden op een kil kerkhof in Haarlem afscheid hadden genomen, stond hier levend en wel voor me, met dezelfde door de wind geteisterde gelaatstrekken en die doordringende blik die me door merg en been ging.

"Vader..." herhaalde ik, mijn stem trillend van ongeloof. "Hoe is dit in godsnaam mogelijk? We hebben je begraven! Ik stond bij de kist..."

Mijn vader – of liever gezegd, de man die ik al die jaren als dood had beschouwd – zuchtte diep en streek over zijn ruwe kin. "Wat jullie hebben begraven, Bea, was een kist gevuld met stenen en een wassen pop, ontworpen om de belastingdiensten en het syndicaat van onze hielen te krijgen. Het was de enige manier om jullie veilig te houden voor de mannen die nu in deze kamer staan."

Hij wierp een strenge blik op oom Gerard, die kreunend overeind krabbelde uit de stapel ordners, met zijn handen krampachtig gedrukt tegen een bebloede schouder. Bram stond daar als een standbeeld, versteend van schrik en schuldgevoel, niet in staat om ook maar één woord uit te brengen.

"Je dacht toch niet echt dat ik mijn eigen dochter zou achterlaten in de klauwen van Gerard en zijn vrienden, hè?" ging mijn vader verder, terwijl hij langzaam naar me toe liep en zijn warme hand op mijn schouder legde. "Bram is er ingeluisd, Bea. Ze hadden foto's van zijn familie, ze dreigden zijn ouders iets aan te doen als hij niet zou meewerken aan hun witwaspraktijken via de vastgoedportefeuille van het hotel. Hij is zwak geweest, ja, maar hij is geen moordenaar."

Bram keek me aan met een blik die smeekte om vergeving. "Het is waar, Bea," stamelde hij. "Vanaf de dag dat we elkaar ontmoetten, werd mijn leven beheerst door hen. Ze zeiden dat als ik met je zou trouwen en de gegevens van jouw vaders nalatenschap zou doorspelen, we met rust gelaten zouden worden. Maar het hield nooit op. Ze wilden meer. Ze wilden dat ook onze dochter werd ingewijd in het netwerk."

De gedachte dat mijn eigen kind gebruikt zou worden als pion in deze criminele samenzwering deed mijn maag omdraaien. De woede die in me opkwam was zo fel en puur dat ik de angst volledig vergat. Ik raapte de revolver op die vlak bij mijn voeten lag, en hoewel mijn handen beefden, richtte ik het wapen recht op oom Gerard.

"Genoeg," zei ik met een stem die door de hele ruimte weergalmde. "Geen leugens meer. Geen spelletjes meer. Waar zijn de echte documenten en waar is Thomas naartoe?"

Gerard lachte schamper, ondanks de bloedvlek op zijn schouder. "Je bent te laat, neefje... eh, nichtje. Thomas is al lang onderweg naar de haven van IJmuiden. Om middernacht vertrekt de vrachtboot naar Engeland. Als die papieren daar eenmaal aan boord zijn, is er geen weg meer terug. Het syndicaat bezit dan alles: de grond, de concessies en het stilzwijgen van jullie hele familie."

Mijn vader schudde zijn hoofd en keek op zijn horloge. "Dan hebben we nog precies drieëntwintig minuten om de haven te bereiken."