De Nachtdienst in Ziekenhuis Sint-Anna
News Story

De Nachtdienst in Ziekenhuis Sint-Anna

1 weergaven

Deel 9: Het Adres in de Oude Stad

De ochtend na de dood van opa Willem brak aan met een grauwe, kille hemel die druppels regen tegen de ramen bleef tikken. Het ziekenhuis leek in een soort rouwende roes te verkeren; de dokters liepen met gebogen hoofden door de gangen en de verpleegkundigen fluisterden zacht met elkaar bij de balie. Tante Rita was naar huis gegaan om de begrafenisregelingen te treffen, maar ik kon niet vertrekken. Het roestige sleuteltje dat zuster Clara op het nachtkastje had gevonden, brandde in de zak van mijn jas alsof het van gloeiend heet metaal was gemaakt.

Ik nam afscheid van zuster Clara, die me een diepe, waarschuwende blik toewierp. "Pas op waar je naar zoekt, Arthur," had ze gezegd bij de uitgang. "Sommige deuren kun je beter gesloten houden nadat ze eenmaal zijn opengebroken." Toch kon ik niet anders. Het adres op het label leidde naar een pand aan de rand van de oude binnenkom, een vervallen grachtenpand dat al decennia leeg stond en bekendstond als een plek waar de tijd had stilgestaan.

Na een korte autorit door de natte stadswegen parkeerde ik mijn auto voor het betreffende gebouw. Het pand zag er treurig uit met zijn afgebladderde groene verf en ruiten die met dikke lagen stof waren bedekt. De straat was verlaten; geen enkele voorbijanger durfde hier te lang te blijven hangen, alsof de geschiedenis van het gebouw als een zware deken over de stoep hing. Ik haalde het roestige sleuteltje tevoorschijn, liep naar de zware houten voordeur en stak de sleutel in het sleutelgat. Met een luide, krakende weerstand draaide de sleutel om en viel de deur open naar de duisternis binnen.

De hal rook naar mottenballen, vocht en oud hout. Een dikke laag stof bedekte de trap die naar de bovenverdiepingen leidde. Ik zette een zaklamp aan en scheen de ruimte in; het licht sneed door de dwarrelende stofdeeltjes. Terwijl ik voorzichtig de trap op klom, kraakte elke trede angstaanjagend onder mijn gewicht. Boven kwam ik uit op een overloop met meerdere deuren. De sleutel bleek te passen op de deur helemaal achteraan in de gang, een kamer die blijkbaar al zestig jaar niet meer betreden was.

Toen ik de deur opduwde, viel mijn mond open van verbazing. De kamer was ingericht alsof de bewoonster net even weg was. Er stond een oud houten bureau, een bed met een bedrukte sprei, en op de tafels lagen nog steeds schoolboeken en kleding uit de vroege jaren zestig. Aan de muur hing een ingelijste foto van een jonge vrouw die sprekend leek op de foto van Anna uit het archief. Maar wat het meest opviel, stond op het bureau: een tweede, groter dagboek en een klein, koperen doosje dat stevig op slot was.

Ik liep naar het bureau en scheen met mijn zaklamp op het koperen doosje. Naast het doosje lag een brief, gericht aan opa Willem, met een datum die exact één dag voor haar verdwijning op De Lindenhof lag. Met trillende handen pakte ik de brief op en begon te lezen. Wat daarin stond, wierp een heel nieuw licht op de tragedie. Het was niet zo dat Anna en opa ruzie hadden gehad; ze hadden ontdekt dat hun eigen familie destijds betrokken was geweest bij een duistere sekte die op het landgoed rituelen uitvoerde.

Anna was niet door een externe schaduw meegesleurd, maar was bewust geofferd door haar eigen ouders om de familiehoeve te redden van de ondergang. En opa Willem had destidjds gekeken en gezwegen uit angst om hetzelfde lot te ondergaan.

* * *