DEEL 10 — DE WAARHEID ACHTER B-17
Ik bleef naar Ivan kijken.
Hij lag bewegingloos op de grond.
“IVAN!”
Mijn moeder trok me verder de tunnel in.
“Rose, we moeten gaan!”
“Maar hij leeft nog!”
“Als we blijven, sterven we allemaal.”
Ik wilde niet luisteren.
Maar toen klonk er opnieuw een schot.
Mijn moeder trok me hard naar zich toe.
“Nu!”
We renden.
Mijn benen trilden.
Mijn hart bonsde zo hard dat ik nauwelijks kon ademen.
Maar één gedachte bleef door mijn hoofd gaan.
Ivan had gezegd dat ik Penny nooit mocht vertrouwen.
En nu had iemand de geheugenkaart met B-17.
Na enkele minuten bereikten we een oude kelder onder een verlaten gebouw.
Mijn moeder deed de deur achter ons dicht.
Ze zakte tegen de muur.
Voor het eerst zag ik haar huilen.
“Mama…”
Ze keek me aan.
“Je had nooit in deze wereld terecht mogen komen.”
“Welke wereld?”
“Een wereld waarin mensen verdwijnen omdat ze de verkeerde waarheid kennen.”
Ik keek naar haar.
“Wat is B-17?”
Mijn moeder zweeg.
“Zeg het.”
Ze haalde diep adem.
“B-17 was een geheim onderzoeksproject.”
“Wat voor onderzoek?”
“Kinderen.”
Mijn maag draaide zich om.
“Kinderen?”
Ze knikte.
“Ze selecteerden kinderen met bepaalde eigenschappen. Geheugen, observatievermogen, uitzonderlijke reactiesnelheid…”
Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
“En ik?”
Mijn moeder keek naar mijn gezicht.
“Jij was één van hen.”
Ik deed een stap achteruit.
“Nee.”
“Rose…”
“Nee! Ik herinner me daar niets van!”
“Dat was precies de bedoeling.”
Ze haalde een oude foto uit haar jas.
Op de foto stond ik.
Misschien zes jaar oud.
Ik droeg een wit jurkje.
Naast mij stond Victor.
Maar achter ons stonden meerdere mannen in donkere pakken.
Op de muur achter hen stond een groot nummer:
B-17.
Mijn handen begonnen te trillen.
“Waarom was Victor daar?”
Mijn moeder keek naar de grond.
“Omdat Victor degene was die jou uit het project probeerde te halen.”
Ik keek haar verbaasd aan.
“Maar papa zei dat Victor voor hen werkte.”
“Dat deed hij.”
“Dus waarom beschermde hij mij?”
“Daarom werd hij vermoord.”
Ik voelde een koude rilling over mijn rug.
“Wacht…”
Ik keek haar aan.
“Victor is niet twaalf jaar geleden gestorven?”
Mijn moeder schudde haar hoofd.
“Niet toen.”
“Wanneer dan?”
Ze keek me recht aan.
“Drie jaar geleden.”
Mijn adem stokte.
“Maar ik heb zijn begrafenis gezien.”
“Dat was niet Victor.”
Ik kon niets zeggen.
Mijn moeder ging verder.
“Ze hebben zijn dood in scène gezet.”
“Waarom?”
“Omdat Victor ontdekte wat B-17 werkelijk was.”
Ik fluisterde:
“Wat was het?”
Mijn moeder antwoordde:
“Geen onderzoeksprogramma.”
Ze keek naar mijn buik.
“Het was een selectieprogramma.”
“Voor wat?”
Ze aarzelde.
“Voor kinderen die later gebruikt konden worden om mensen te identificeren die tegen de organisatie werkten.”
Ik begreep het niet.
“Hoe?”
“Door hun geheugen.”
Mijn moeder pakte mijn hand.
“Rose, jij kunt gezichten en stemmen onthouden die je maar één keer hebt gezien.”
Ik dacht terug.
Aan vreemde dromen.
Aan gezichten uit mijn jeugd die ik nooit kon plaatsen.
Aan stemmen die soms terugkwamen in mijn hoofd.
“Dat kan niet…”
“Je moeder heeft je geheugen laten blokkeren.”
Ik draaide me om.
“Wie?”
“Een arts die voor ons werkte.”
“Waarom?”
“Omdat jij op een dag zou kunnen herinneren wie de organisatie leidt.”
Op dat moment ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Mijn moeder keek ernaar.
“Neem niet op.”
Maar ik deed het toch.
“Hallo?”
Een mannenstem antwoordde.
“Rose.”
Ik herkende hem onmiddellijk.
Mijn bloed bevroor.
“Victor?”
Mijn moeder keek me geschokt aan.
De stem lachte zacht.
“Eindelijk herinner je je mij.”
“Waar ben je?”
“Dichterbij dan je denkt.”
“Wat wil je?”
“Je moet naar het oude station.”
“Waarom?”
“Daar ligt het originele B-17-dossier.”
Ik keek naar mijn moeder.
Ze schudde heftig haar hoofd.
“Ga daar niet heen!”
Ik vroeg:
“Wie heeft de geheugenkaart?”
Victor antwoordde:
“Niet Penny.”
Mijn hart sloeg over.
“Wie dan?”
Een stilte.
Toen zei hij:
“De persoon die naast je stond toen je werd geboren.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek langzaam naar mijn moeder.
Ze was doodstil.
“Mama…”
Ze keek me aan.
“Wat bedoelde hij?”
Mijn moeder begon te huilen.
“Rose…”
“Wie stond er naast me?”
Ze antwoordde niet.
Toen hoorde ik achter ons een deur opengaan.
Mijn moeder draaide zich om.
Een man stond in de deuropening.
Hij hield een pistool vast.
Ik herkende hem.
Mijn adem stokte.
Het was mijn vader.
Maar hij richtte het wapen niet op ons.
Hij richtte het op mijn moeder.
“Het is voorbij,” zei hij.
Mijn moeder keek hem aan.
“Je bent te laat.”
Mijn vader keek naar mij.
“Rose…”
“Papa, wat gebeurt hier?”
Hij liet zijn wapen zakken.
“Je moeder heeft je twaalf jaar lang voorgelogen.”
Mijn moeder schreeuwde:
“Niet luisteren naar hem!”
Mijn vader antwoordde kalm:
“Vertel haar dan wie de echte leider van de organisatie is.”
Mijn moeder verstijfde.
Ik keek van mijn vader naar mijn moeder.
“Wie?”
Niemand antwoordde.
Toen hoorde ik buiten sirenes.
Mijn vader keek naar de deur.
“Ze zijn hier.”
Mijn moeder pakte mijn hand.
“Rose, als je mij vertrouwt…”
Ze stopte.
Ik keek haar aan.
“Wat?”
Ze fluisterde:
“Ren met je vader.”
Mijn hart brak.
“Waarom?”
Ze keek naar de deur.
“Omdat ik degene ben die ze willen hebben.”
Op dat moment werd de deur met geweld ingetrapt.
Gewapende mannen stormden naar binnen.
En één van hen riep:
“Pak Rose! De moeder mag blijven leven.”
Ik keek naar mijn moeder.
Toen begreep ik iets verschrikkelijks.
Ze waren niet gekomen om mij te doden.
Ze waren gekomen om mij mee te nemen.
En mijn ongeboren kind…
was precies waarom.
EINDE VAN DEEL 10 — WORDT VERVOLGD…
💬 DEEL 11 wordt nog heftiger: Rose ontdekt waarom haar ongeboren baby belangrijker is voor de organisatie dan zijzelf.






