DEEL 7
Iedereen staarde verstijfd naar het scherm.
"Fase Twee: Sophie elimineren."
De woorden voelden als een klap in mijn gezicht.
"Open het bestand," zei ik.
De digitaal specialist aarzelde geen seconde.
Met één klik verscheen een versleuteld document.
Langzaam werden de pagina's zichtbaar.
De eerste regel liet mijn bloed bevriezen.
Doelwit: Sophie van Dijk.
Status: Actief.
Prioriteit: Hoog.
Er volgden tientallen pagina's.
Foto's van Sophie.
Beelden van beveiligingscamera's.
Notities over haar dagelijkse routine.
Het tijdstip waarop ze meestal boodschappen deed.
Welke sportschool ze bezocht.
Zelfs de dagen waarop ze haar vader bezocht.
Iemand had haar al jaren gevolgd.
"Mijn God..." fluisterde een rechercheur.
Ik voelde mijn vuisten trillen.
"Waarom?"
Eduard antwoordde zacht:
"Omdat zij de enige was die hun hele plan kon vernietigen."
De digitaal specialist bladerde verder.
Plots verscheen een nieuw document.
Risicoanalyse.
"Indien Sophie het bewijsmateriaal overdraagt aan Lucas, dient onmiddellijk noodprotocol Delta te worden uitgevoerd."
"Noodprotocol Delta?" vroeg de hoofdrechercheur.
Niemand antwoordde.
Tot de volgende pagina verscheen.
Daarop stond slechts één zin.
'Creëer een ongeluk zonder overlevenden.'
De kamer werd ijskoud.
Ik draaide me direct naar Sophie.
Ze was lijkbleek.
"Je gaat nergens meer alleen naartoe."
Ze wilde protesteren.
Ik schudde mijn hoofd.
"Geen discussie."
De hoofdrechercheur wees meteen twee agenten aan.
"Vanaf nu krijgt mevrouw Van Dijk permanente bescherming."
Net toen de agenten zich wilden verplaatsen, ging de mobiele telefoon van Sophie.
Een onbekend nummer.
Ze keek vragend naar mij.
"Neem op," zei ik.
Ze zette de luidspreker aan.
Enkele seconden hoorde niemand iets.
Toen klonk een rustige mannenstem.
"Goedenavond, mevrouw Van Dijk."
Niemand herkende de stem.
"Wie bent u?" vroeg Sophie.
"Dat doet er niet toe."
"Wat wilt u?"
"U leeft nog."
Mijn hart sloeg een slag over.
"Dat betekent dat David heeft gefaald."
De rechercheurs begonnen onmiddellijk het gesprek te traceren.
De man praatte rustig verder.
"Luister goed."
"U hebt precies één uur."
"Geef de USB-stick terug."
Iedereen keek verbaasd naar Eduard.
Hij fronste.
"Welke USB-stick?"
De stem lachte zacht.
"Speel geen spelletjes."
"Wij weten dat Sophie hem heeft."
Sophie keek geschrokken op.
"Ik heb helemaal geen USB-stick."
"Controleer uw trouwring."
Ze keek automatisch naar haar linkerhand.
Haar adem stokte.
Ik pakte haar hand voorzichtig vast.
Het voelde alsof de ring zwaarder was dan normaal.
Eduard stapte dichterbij.
"Wacht..."
Hij draaide de ring langzaam rond.
Aan de binnenkant zat een minuscuul schroefje.
Hij keek mij aan.
"Mag ik?"
Sophie knikte.
Met de punt van een kleine paperclip draaide hij het schroefje los.
Iedereen hield zijn adem in.
Uit de ring schoof een piepklein geheugenkaartje.
Niet groter dan een vingernagel.
Sophie keek vol ongeloof.
"Ik wist niet eens dat dit erin zat."
Eduard glimlachte verdrietig.
"Dat wist ik."
"Ik heb het daar zes jaar geleden verstopt."
Ik keek hem verbijsterd aan.
"Waarom heb je haar niets verteld?"
"Omdat niemand iets kan verraden wat hij zelf niet weet."
De stem aan de telefoon klonk opnieuw.
"Bedankt."
Iedereen verstijfde.
"Nu weten wij zeker dat het kaartje nog bestaat."
Klik.
De verbinding werd verbroken.
"Trace?" vroeg de hoofdrechercheur.
Een agent keek teleurgesteld op.
"Onmogelijk."
"Het gesprek duurde te kort."
Eduard draaide zich onmiddellijk naar mij.
"We moeten hier weg."
"Waarom?"
"Omdat hij precies heeft gekregen wat hij wilde."
"Namelijk?"
"Hij wilde bevestiging dat het geheugenkaartje niet vernietigd was."
Nog voordat iemand kon reageren, klonk buiten een oorverdovende explosie.
De ramen van de villa trilden.
Glas spatte uiteen.
Alle lichten vielen uit.
Een agent schreeuwde:
"IEDEREEN OP DE GROND!"
In de verte klonken alarmsystemen.
Door de rook heen zagen we vlammen opstijgen vanaf de oprit.
De drie luxe auto's die eerder voor het feest waren gebruikt, stonden allemaal in brand.
Maar de explosie kwam niet van die auto's.
Ze kwam van de zwarte Mercedes van Eduard.
Zijn auto was volledig verwoest.
Eduard keek enkele seconden zwijgend naar buiten.
Daarna zei hij met een ijzige kalmte:
"Dat was geen waarschuwing."
Hij keek mij recht aan.
"Ze hebben zojuist hun eigen man vermoord."
"Wie?"
Eduard wees naar de brandende Mercedes.
"In de kofferbak zat iemand die mij al vanaf Schiphol volgde."
Mijn maag draaide om.
"En als zij bereid zijn hun eigen mensen op te offeren..."
"...dan betekent dat maar één ding."
Hij keek naar het kleine geheugenkaartje in mijn hand.
"Wat daarop staat... is veel gevaarlijker dan wij ooit hebben gedacht."






