Deel 13: De ultieme keuze
“Laat haar onmiddellijk gaan!” schreeuwde de hoofdinspecteur door de megafoon, terwijl hij zijn wapen strak op Victor richtte. “Je bent omsingeld! Er is geen ontkomen meer aan!”
Victor duwde de loop nog dieper in mijn rug, zodat ik bijna naar voren struikelde. “Blijf uit onze buurt! Anders blaas ik haar hersens pan!” schreeuwde hij terug, zijn stem overslaand van paniek en woede. Hij keek naar Carl, die met gebalde vuisten en betraande ogen naar ons keek. “Jij! Jij hebt dit veroorzaakt, Carl! Jij en je stomme schoonvader dachten dat jullie konden weglopen met het geld!”
Op dat moment zag ik uit mijn ooghoek iets bewegen. Mijn vader, die achter de politieagenten stond, maakte een onopvallend gebaar naar dokter Van Houten. De arts knikte subtiel. Langzaam, zonder dat Victor het merkte, schoof dokter Van Houten zijn hand naar zijn eigen jaszak, waar hij een klein, verborgen apparaatje tevoorschijn haalde — een noodzender die rechtstreeks verbonden was met het beveiligingssysteem van de terreinwagens van de criminelen.
Ik wist dat ik moest afleiden. Als ik niets deed, zou Victor ons allemaal meesleuren in zijn val. Met een plotselinge, heftige beweging gaf ik Victor een elleboogstoot in zijn ribben, zo hard als ik kon.
Victor slaakte een kreet van pijn en verloor even zijn evenwicht. Op exact datzelfde moment drukte dokter Van Houten op het knopje van zijn apparaat. Met een luide klap blokkeerden de automatische remmen en startblokkeringen van de terreinwagens van de criminelen, waardoor de deuren automatisch opengingen en het alarmsysteem loeide.
De agenten grepen hun kans. Drie agentenstormden naar voren, grepen Victor vast en wierpen hem met een harde smak tegen de grond. Het pistool vloog uit zijn hand en schoof over het asfalt. Ik struikelde naar voren en viel in de sterke armen van Carl, die me meteen stevig vasthield en in zijn armen sloot.






