DEEL 5
Mijn wereld stortte opnieuw in.
"Waar zijn de jongens?" schreeuwde ik.
Elena kwam de trap afgerend. Haar gezicht was lijkbleek toen ze de lege woonkamer zag.
"Lucas?"
"Liam?"
"Levi?"
"Logan?"
Geen antwoord.
Alleen de echo van haar stem vulde het huis.
Ze keek mij aan.
Ik hoefde niets te zeggen.
Aan mijn gezicht zag ze al dat er iets verschrikkelijks was gebeurd.
"Nee..."
Haar knieën begaven het.
Ik ving haar net op tijd op.
"Ze leven nog," zei ik, meer tegen mezelf dan tegen haar.
"Ik haal ze terug."
Victor pakte onmiddellijk zijn telefoon.
"Bel de politie," zei mijn vader.
Maar Victor schudde zijn hoofd.
"Dat is precies wat de ontvoerders verwachten."
"Als we nu de verkeerde stap zetten, verdwijnen de kinderen voorgoed."
Ik kneep mijn vuisten samen.
De onbekende stem had gezegd dat ik alleen moest komen.
Dat betekende één ding.
Ze wilden míj.
Niet de kinderen.
Ik keek naar Elena.
"Ik ga."
"Nee."
Ze greep mijn jas vast.
"Ze lokken je in een val."
"Misschien."
"Maar ik laat onze zonen niet alleen."
Er rolde een traan over haar wang.
"Ik ben je al zes jaar kwijt geweest."
"Ik overleef het niet als ik jou ook verlies."
Ik drukte mijn voorhoofd tegen het hare.
"Deze keer kom ik terug."
Om elf uur die avond reed ik alleen naar de locatie die de ontvoerder had gestuurd.
Een verlaten scheepswerf aan de rand van de haven van Amsterdam.
Mist hing laag boven het water.
De oude loodsen waren donker.
Alleen één lamp brandde.
Ik stapte uit.
"Ik ben hier!"
Mijn stem galmde tussen de stalen gebouwen.
Even gebeurde er niets.
Toen klonk langzaam applaus.
Een man stapte uit de schaduw.
Grijs haar.
Donkere overjas.
Onberispelijk gekleed.
Ik herkende hem onmiddellijk.
"Willem Vos..."
Hij was jarenlang de financieel directeur van ons familiebedrijf geweest.
De rechterhand van mijn overleden grootvader.
"Goedenavond, Thomas."
"Waar zijn mijn kinderen?"
Hij glimlachte.
"Veilig."
"Breng me naar hen."
"Nog niet."
Ik zette een stap naar voren.
"Als één haar op hun hoofd..."
Hij onderbrak mij.
"Rustig."
"Je grootvader zei altijd dat je impulsief was."
Mijn hart sloeg een slag over.
"Jij kende het testament."
"Ik kende ieder woord."
"Waarom?"
Hij glimlachte flauwtjes.
"Omdat ik het heb opgesteld."
Mijn adem stokte.
"Dan weet jij ook wie het heeft vervalst."
Hij keek mij lang aan.
"Ja."
"Mijn moeder."
"Nee."
Dat ene woord voelde alsof iemand de grond onder mijn voeten vandaan trok.
"Wat?"
"Je moeder is schuldig."
"Maar ze werkte niet alleen."
Hij haalde langzaam een oude map uit zijn tas.
"Er was nog iemand."
"Wie?"
Hij keek me recht aan.
"Je oom."
Mijn oom Richard.
De oudere broer van mijn vader.
De man die al jaren in Zwitserland woonde.
De man die nooit naar familiefeesten kwam.
"Dat is onmogelijk."
"Is het?"
Willem opende de map.
Daarin zaten bankafschriften.
Contracten.
En foto's.
Op één van de foto's stonden mijn moeder en Richard samen voor een notaris.
De datum...
Vier dagen nadat Elena verdwenen was.
"Richard wilde het bedrijf overnemen."
"Maar zolang jij trouwde met Elena en kinderen kreeg..."
"...zou de erfenis verdeeld worden."
Mijn handen trilden.
"Daarom moest Elena verdwijnen."
Willem knikte langzaam.
"Je moeder dacht dat ze de familie beschermde."
"Richard dacht alleen aan geld."
"En de ontvoering?"
Hij keek even zwijgend naar het water.
"Dat was niet mijn plan."
"Ik heb jouw kinderen niet meegenomen."
Mijn maag draaide om.
"Wie dan?"
Nog voordat hij kon antwoorden...
Klonk plotseling een schot.
De kogel sloeg dwars door de voorruit van mijn auto.
Willem draaide zich om.
"Rennen!"
Uit de duisternis verschenen drie gemaskerde mannen.
Ze droegen zwarte kleding.
Eén van hen richtte opnieuw een geweer.
We doken achter een stapel zeecontainers terwijl kogels tegen het metaal sloegen.
"Ze willen geen getuigen!" riep Willem.
Hij haalde een klein geheugenkaartje uit zijn binnenzak en drukte het in mijn hand.
"Hierop staat alles."
"Alle banktransacties."
"Alle gesprekken."
"Het bewijs tegen Richard."
"Bescherm dit."
Voordat ik iets kon zeggen, stond Willem op.
"Hierheen!" schreeuwde hij.
Hij trok de aandacht van de schutters.
Drie schoten klonken vrijwel tegelijk.
Willem viel achterover op het natte beton.
Ik wilde naar hem toe rennen.
Maar zijn laatste woorden hielden me tegen.
"Red... je kinderen..."
Ik klemde het geheugenkaartje in mijn vuist en rende de donkere haven uit.
Achter mij klonken sirenes.
Voor mij begon de regen steeds harder te vallen.
Toen mijn telefoon opnieuw trilde, durfde ik nauwelijks te kijken.
Er was geen nummer zichtbaar.
Alleen een videobericht.
Met bevende vingers drukte ik op afspelen.
Het beeld verscheen.
Vier kleine jongens zaten naast elkaar op de grond.
Hun handen waren vastgebonden.
Lucas keek recht in de camera.
Met tranen in zijn ogen fluisterde hij:
"Papa..."
Daarna stapte een lange man in beeld.
Hij deed langzaam zijn masker af.
Mijn hart leek stil te staan.
Het was...
Oom Richard.
En terwijl hij recht in de camera keek, glimlachte hij koel.
"Je hebt precies vierentwintig uur, Thomas."
"Anders groeien jouw zoons op zonder ooit nog hun vader terug te zien."






