DEEL8: Het netwerk van de advocaat
De boot schommelde hevig op het zwarte water van de rivier. De motor pruttelde zachtjes op de achtergrond, klaar om elk moment uit te varen. Ik staarde naar Claire De Witt, de strak geklede, altijd professionele advocate die ik de afgelopen jaren tientallen keren op ons kantoor had gezien. Ze had me altijd met een vriendelijke glimlach begroet, had thee met me gedronken en me gerustgesteld als ik twijfels had over ingewikkelde papieren. En nu zat ze hier, in een verroeste motorboot achter een verlaten pakhuis, met een ijzige blik in haar ogen.
‘Wat heeft mijn moeder hiermee te maken?’ schreeuwde ik boven het geluid van de wind uit. Ik bleef aan de rand van de steiger staan, mijn voeten vastgepind op de kille houten planken.
Claire hief de tablet iets hoger. Op het scherm zag ik de verhoorkamer van het hoofdbureau. Mijn moeder zat aan de tafel, vergezeld door een man in een grijs pak.
‘Dat is niet de politie, Sophie,’ zei Claire met een kalme, bijna zakelijke stem. ‘Dat is mijn assistent. Je moeder denkt dat hij een advocaat is die door jou is gestuurd om haar te helpen. Maar als ik op deze knop druk, krijgt hij een signaal. Een simpele injectie in haar arm, en ze krijgt een 'hartstilstand' door de spanning van de avond. Niemand zal vragen stellen. Ze is een oude, zieke vrouw.’
Een vlaag van pure paniek en afschuw ging door me heen. Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. Ethan, mijn vader, rechercheur Jansen... en nu Claire. Het hele netwerk rondom mijn leven was een giftig moeras van misleiding.
‘Waarom?’ vroeg ik met een gebroken stem. ‘Ethan was jouw cliënt. Waarom doe je dit?’
Claire lachte kort en schudde haar hoofd. ‘Ethan? Ethan was een nuttige idioot. Een ambitieuze jongen die dacht dat hij de grote man kon uithangen omdat hij een zware asbak op het hoofd van je vader had geslagen. Hij dacht dat hij de regie had. Maar wie denk je dat hem de documenten heeft gegeven? Wie denk je dat zijn nieuwe identiteit heeft geregeld? Wie heeft het geld al die jaren via offshore rekeningen doorgesluisd?’
Ze wees naar zichzelf. ‘Ik. Ik werk voor het syndicaat dat twintig jaar geleden het vastgoed van je vader wilde overnemen. Ethan was slechts het uithangbord. Een marionet die we lieten geloven dat hij de baas was. Maar toen jouw vader bleek te leven en wraak wilde nemen, werd Ethan een risico. En jij, Sophie... jij bent de enige met de juridische sleutel.’
‘Ik geef je de sleutel niet,’ zei ik, terwijl ik mijn jas dichtklemde waar de USB-stick in lag.
‘Jawel, dat doe je wel,’ zei Claire ijskoud. ‘Stap in de boot. We varen naar het schip dat in de internationale wateren ligt te wachten. Daar teken je de documenten op mijn tablet. Zodra de overboeking van de zeshonderd miljoen is voltooid, laat ik je moeder vrij. En jij krijgt een miljoentje om ergens een nieuw leven op te bouwen. Dat is een betere deal dan je vader of Ethan je ooit zouden geven.’
Achter mij op de steiger klonken ineens haastige voetstappen. Het geluid van zware laarzen die over de houten planken renden.
Ik keek omhoog. Het was Ethan. hij was gewond; hij hield zijn linkerarm krampmachtig tegen zijn zij en zijn gezicht zat onder het bloed, maar hij had het pakhuis weten te ontvluchten. In zijn rechterhand hield hij een zware stalen ketting vast.
‘Claire!’ schreeuwde Ethan, zijn stem schor van de pijn en de woede. ‘Jij teef! Jij hebt me verraden! Jij hebt de politie ingelicht!’
Claire keek niet eens verbaasd. Ze haalde een klein pistool uit haar mantelzakkie en richtte het trefzeker op Ethan. ‘Je bent waardeloos geworden, Julian. Je hebt je emoties laten spreken. Je bent getrouwd met het meisje in plaats van haar simpelweg haar handtekening te laten zetten en haar te lozen. Je bent zwak.’
‘Ik hield van haar!’ schreeuwde Ethan.
Het woord viel als een steen in de stilte tussen ons. Ik keek naar Ethan. Zijn ogen stonden vol angst, spijt en een vreemde, wanhopige oprechtheid.
‘Ik hield echt van je, Sophie,’ stammelde hij, terwijl hij naar mij keek. ‘In het begin was het een opdracht... maar daarna... ik wilde je beschermen tegen hen! Ik wilde het geld pakken zodat we samen weg konden gaan!’
‘Lieg niet!’ schreeuwde ik terug, de tranen stromend over mijn wangen. ‘Je hebt mijn vader neergeslagen! Je hebt mijn leven gestolen!’
‘Ik had geen keus!’ riep Ethan. ‘Claire dreigde mij te vermoorden als ik het niet deed!’
‘Genoeg dramatiek,’ onderbrak Claire koud. Ze richtte het pistool op de borst van Ethan. ‘Vaarwel, Julian.’
BANG.
Het schot weergalmde over het donkere water. Ethan werd achterover geworpen en viel met een zware plons op de rand van de steiger. hij greep met zijn laatste krachten de houten paal vast, terwijl het bloed in het water sijpelde.
Claire richtte het wapen direct weer op mij. ‘Stap in, Sophie. Nu. Of je moeder is de volgende.’
Mijn hart sloeg op hol. Ik keek naar Ethan die op de steiger lag te sterven, naar Claire in de boot, en naar het zwarte, ijskoude water onder mij. Ik wist dat als ik in die boot stapte, ik nooit meer vrij zou zijn. Ze zou me laten tekenen en me daarna zonder twijfel in zee gooien.
Ik deed een stap naar de rand van de boot, alsof ik gehoorzaamde. Claire ontspande heel even haar schouder.
Dat was mijn kans.
In plaats van in de boot te stappen, greep ik de zware stalen ketting die Ethan op de steiger had laten vallen en zwaaide hem met al mijn kracht tegen de motor van de boot aan.
Het metaal kletterde met een verdovend geluid op de motor. Er ontstonden vonken, en de benzinatank die half open lag, vatte meteen vlam.
Een felle vuurbal explodeerde aan de achterkant van de boot. Claire gilde en verloor haar evenwicht, waardoor het pistool uit haar hand in het water vloog.
De vlammen grepen snel om zich heen. Ik bedacht me geen seconde, draaide me om en rende zo snel als ik kon de steiger af, terug naar de achterzijde van het pakhuis.
‘Sophie!’ hoorde ik het gillen van Claire achter me door de vlammenzee.
Maar toen ik de hoek van het pakhuis omrende, kwam ik recht te staan tegenover de laatste persoon die ik op dat moment wilde zien.
Mijn vader stond daar. Zijn gezicht half bedekt met roet en bloed. In zijn hand hield hij de telefoonschakelaar waarmee hij de deuren van het pakhuis had bediend.
‘Je bent een slimme meid, Sophie,’ zei hij met een ijzige grimlach. ‘Maar je bent vergeten dat ik het hele terrein heb afgesloten. Er is geen uitweg.’
Hij deed een stap naar voren en stak zijn hand uit. ‘Geef me de USB-stick. Of ik zorg ervoor dat het hele pakhuis samen met jou en je herinneringen in de lucht vliegt.’






