DEEL 9 — Het geheim van de kliniek
De woorden van Professor Klok hingen in de kille lucht van de garage als een giftige damp. ‘Wat… wat zei je daar?’ fluisterde ik, terwijl mijn hele lichaam begon te trillen. Klok’s glimlach werd breder, maar zijn ogen bleven doods. ‘Je oudste zoon, Thomas. Dacht je werkelijk dat hij stierf aan een spontane hartstilstand?’ Mijn adem stokte. Dertien jaar lang had ik geleefd met het verdriet dat mijn oudste zoon door een tragisch medisch noodlot van me was afgenomen.
Dertien jaar lang had ik mezelf verwijten gemaakt dat ik niet sneller handelde. ‘Jij…’ zei ik met een stem die doordrenkt was van afschuw. ‘Jij hebt Thomas ook vermoord?’ ‘Niet vermoord, mevrouw Van der Meer. Laten we het ‘gecontroleerd beëindigen’ noemen,’ zei Klok gevoelloos, terwijl hij de geluidsdemper van zijn pistool strak op mijn borst gericht hield.
‘Thomas ontdekte per ongeluk wat wij hier in de kelder van het ziekenhuis deden. Hij zag de transportlijsten van organen die bestemd waren voor rijke cliënten in het buitenland. Hij wilde naar de pers stappen.’ Een ijzige golf van wanhoop en woede overspoelde me. Mijn beide zonen. Mijn beide jongens waren slachtoffer geworden van dezelfde monstrueuze organisatie.
Thomas dertien jaar geleden toen hij de waarheid ontdekte, en Julian nu… omdat hij het bloed van zijn dochter wilde redden. ‘Julian wist het ook, nietwaar?’ zei ik, terwijl de tranen van woede over mijn wangen stroomden. ‘Julian heeft nooit ziekenhuizen gehaat vanwege de spuiten… hij was bang voor ú!’ ‘Julian was slimmer dan zijn broer,’ gaf Klok toe met een licht knikje.
‘Hij hield zich jarenlang stil. Maar toen hij ontdekte dat zijn dochter een nier nodig had en dat Richard Vance probeerde te verdienen aan haar ziekte, begon Julian vragen te stellen. Hij graefde in de oude dossiers van Thomas. Hij ontdekte ons netwerk. Ik kon hem niet laten leven, mevrouw Van der Meer. Hij wist te veel.’ ‘En daarom heb je Visser opdracht gegeven hem te vergiftigen…’ ‘Precies.
Een simpele injectie met kalium. Onzichtbaar bij een standaard autopsie. Ware het niet dat die vervloekte zoon van u op de een of andere manier een bloedmonster naar Duitsland heeft weten te smokkelen.’ Klok zuchtte alsof hij sprak over een vervelende administratieve fout. ‘Maar dat maakt nu niet meer uit. Visser is dood. Richard zit vast. En als ik u uitschakel, sluit ik het dossier voorgoed.’ Hij zette zijn vinger op de trekker.
In die fractie van een seconde dacht ik niet aan mezelf. Ik dacht aan Julian. Ik dacht aan Thomas. En ik dacht aan kleine Nora, die thuis op mij wachtte met haar knuffelkonijn. Ik zou niet sterven als een slachtoffer. Met een wanhopige schreeuw klapte ik Julians zakmes open en haalde met volle kracht uit naar Klok’s arm. Het scherpe staal sneed door de stof van zijn mantel en raakte zijn onderarm.
Klok slaakte een pijnkreet en het pistool viel met een kletterend geluid op het beton. Voordat hij kon herstellen, gooide ik mijn volle gewicht tegen hem aan. We gingen samen naar de grond. Klok was sterker, maar ik vocht met de krankzinnige kracht van een moeder die niets meer te verliezen had. Ik graaide naar het pistool op de vloer. Klok greep me bij mijn keel en knijpt mijn luchtpijp dicht.
De wereld begon zwart te worden voor mijn ogen. ‘Ma!’ In de verte hoorde ik een stem. Ineens klonk er een luide knal. Een lichtflits verlichtte de garage. De greep om mijn keel verslapte direct. Klok zakte zwaar op mij knock-out neer. Ik hoestte wanhopig en hapte naar lucht, terwijl ik de zware man van me af duwde. Boven me stond Inspecteur De Jong, met zijn dienstwapen nog getrokken en stoom uit de loop.
Achter hem kwamen tientallen agenten de garage binnen stormen. ‘Helena! Gaat het?’ riep De Jong, terwijl hij door zijn knieën zakte en me overeind hielp. ‘Klok…’ bracht ik er schor uit. ‘Hij… hij heeft ze allebei vermoord. Thomas en Julian…’ De inspecteur keek naar het lichaam van Klok, die door een schot in zijn schouder uiterst uitgeschakeld op de grond lag te kermen van de pijn.
‘We hebben alles gehoord, mevrouw Van der Meer,’ zei De Jong zacht, terwijl hij naar een klein portofoon-systeem op zijn vest wees. ‘Uw microfoon stond nog open van de meldkamer. De recherche heeft zijn hele bekentenis op de band.’ Ik zakte tegen de betonnen pilaar en sloot mijn ogen. De sirenes van het brandalarm stopten eindelijk. De stilte keerde terug in de garage. Het was voorbij. Het netwerk was opgerold. De mannen die mijn zoons hadden gestolen, zouden de rest van hun leven achter de tralies doorbrengen.
Twee dagen later stond ik in de tuin van het nieuwe huis. De zon ging langzaam onder achter de bomen en kleurde de lucht oranje en paars. Nora rende over het gras, achter een vlinder aan. Haar lach klonk helder en zuiver door de avondlucht. Chloe zat op de veranda en keek met een glimlach naar haar dochter. Ik liep naar de grote eikenboom achter in de tuin.
In de schors van de boom had ik twee namen laten graveren: Thomas & Julian. Ik raakte het hout aan en voelde een diepe, warme rust die ik in dertien jaar niet had gevoeld. ‘Het is volbracht, jongens,’ fluisterde ik. ‘Jullie zusje… jullie dochter is veilig.’ De wind waaide zachtjes door de bladeren van de eik, alsof het een fluisterend antwoord was.
Maar net toen ik me wou omdraaien om naar binnen te gaan, zag ik een postbode het erf op lopen. Hij droeg een kleine, houten kist met een koperen slot. ‘Mevrouw Van der Meer?’ vroeg de man. ‘Ja?’ ‘Dit kistje is vanmorgen afgeleverd bij ons kantoor vanuit een bankkluis in Zwitserland,’ zei hij. ‘Er staat dat het uitsluitend aan u mag worden overhandigd na het overlijden van Professor Klok.’ Ik fronsde mijn wenkbrauwen.
‘Klok is niet overleden, hij zit in de gevangenis.’ ‘De bank heeft gemeld dat hij vanmorgen in zijn cel zelfmoord heeft gepleegd,’ antwoordde de postbode ernstig. ‘En dit kistje… was zijn laatste wilsbeschikking.’ Mijn vingers trilden toen ik de houten kist aanraakte. Wat kon de man die mijn gezin had verwoest, mij vanuit de dood nog willen nalaten?






