DEEL 13 — Vader en zoon
De deur ging langzaam open.
Een oude man kwam naar binnen.
Hij droeg een donkere jas.
Zijn haar was volledig grijs.
Maar zijn houding was recht.
Hij keek eerst naar James.
Toen naar mij.
Daarna naar Sophie.
“Dus dit is haar.”
Sophie keek hem boos aan.
“Wie bent u?”
De man glimlachte.
“Victor.”
James ging voor Sophie staan.
“Blijf van haar af.”
Victor lachte zacht.
“Na al die jaren bescherm je haar nog steeds.”
“Ze is een kind.”
“Ze is dertig.”
“Voor mij blijft ze iemand die ik moest beschermen.”
Victor keek naar mij.
“En jij bent Elena.”
Ik zei niets.
“Je lijkt op je vader.”
Mijn stem trilde.
“Ken je mijn vader?”
“Beter dan jij ooit hebt gedaan.”
Ik voelde mijn woede oplopen.
“Wat heb je met hem gedaan?”
Victor keek weg.
“Je vader maakte fouten.”
“Waar is hij?”
“Dood.”
Ik verstijfde.
“Je hebt tegen Claire gezegd dat hij misschien leefde.”
Victor glimlachte.
“Claire weet niet alles.”
Ik begreep het.
Claire was gebruikt.
Net als iedereen.
Victor liep naar de kast.
Hij pakte de map met documenten.
“Dertig jaar lang hebben jullie allemaal geprobeerd deze waarheid te begraven.”
Marianne stond op.
“Je hebt mijn leven vernietigd.”
Victor keek haar aan.
“Je hebt je eigen problemen veroorzaakt.”
“Door de waarheid te willen vertellen?”
“Door te denken dat waarheid belangrijker is dan overleven.”
James stapte naar voren.
“Waar is mijn vader?”
Victor keek hem aan.
“Je vader heeft zichzelf opgeofferd.”
“Waarom?”
“Omdat hij weigerde verder te werken.”
James schudde zijn hoofd.
“Je hebt hem vermoord.”
Victor zei niets.
Dat was genoeg.
James balde zijn vuisten.
Ik greep zijn arm.
“Niet.”
Victor keek naar mij.
“Zie je? Zelfs nu beschermt ze jou.”
“Hou op,” zei ik.
Hij glimlachte.
“Je weet nog steeds niet wat James drie jaar geleden heeft gedaan.”
Ik keek naar mijn man.
“Wat bedoelt hij?”
James sloot zijn ogen.
“Er was een reden waarom ik niet naar huis kon.”
“Welke reden?”
Hij keek me aan.
“Ik dacht dat jij gevaar liep.”
Victor lachte.
“Niet alleen zij.”
Hij wees naar Sophie.
“Zij ook.”
“Waarom?”
“Omdat Sophie de enige erfgenaam is van een vermogen dat ooit van haar moeder was.”
Marianne schudde haar hoofd.
“Dat vermogen was nooit van mij.”
“Maar de documenten zeggen van wel.”
Victor hield de map omhoog.
“En met deze papieren kan Sophie aanspraak maken op alles.”
Sophie keek hem aan.
“Ik wil jullie geld niet.”
Victor glimlachte.
“Dat is niet aan jou.”
Op dat moment hoorde ik buiten sirenes.
Victor keek verrast.
James glimlachte voor het eerst.
“Ik heb ze gebeld.”
Victor draaide zich naar hem om.
“Wat?”
“Toen we hierheen reden.”
Victor greep naar zijn telefoon.
Geen bereik.
De deur werd hard opengebroken.
Politieagenten stormden naar binnen.
Victor werd tegen de muur gedrukt.
Marianne huilde.
Sophie stond verstijfd.
Ik keek naar James.
“Je wist dat dit kon gebeuren?”
Hij knikte.
“Als ik je drie jaar geleden had verteld wat ik wist, zou je nooit veilig zijn geweest.”
“Maar je had me ten minste kunnen laten weten dat je leefde.”
Hij keek naar de grond.
“Dat was mijn grootste fout.”
Ik liep naar hem toe.
“Waarom heb je me niet vertrouwd?”
“Omdat ik mezelf niet vertrouwde om bij je weg te blijven.”
Hij pakte mijn hand.
“Ik wist dat ik terug zou komen zodra ik je stem hoorde.”
Ik huilde.
“Je bent een idioot.”
Hij glimlachte.
“Dat heb je me vaker gezegd.”
Voor het eerst in drie jaar lachte ik.
Maar toen kwam een agent naar ons toe.
“Mevrouw Elena?”
“Ja?”
“We hebben Victor meegenomen.”
Ik knikte.
“Maar er is één probleem.”
“Wat?”
“Hij beweert dat hij niet de laatste persoon is die betrokken is.”
Mijn glimlach verdween.
“Wie dan?”
De agent keek naar de documenten.
“Er staat een naam in het dossier die we niet hadden verwacht.”
Hij hield een vel papier omhoog.
Ik keek ernaar.
Mijn hart stopte.
Bovenaan stond:
Claire Carter.
Mijn zus.






