De man die elke dag om 17 uur op haar wachtte
News Story

De man die elke dag om 17 uur op haar wachtte

1 weergaven

DEEL 5 — Het gesprek in het donker

De bladzijden ritselden in de stille avondlucht toen ik ze omsloeg. Het licht van de straatlantaarn viel schuin over het papier, waardoor de laatste regels van Thomas' handschrift soms moeilijk te ontcijferen waren. Ik moest mijn ogen samenknijpen om elk woord te kunnen volgen, maar ik durfde niet te stoppen. De spanning was inmiddels zo snijdend dat ik het gevoel had alsof ik zelf midden op dat bankje zat, gevangen in de koude wind van een verleden dat niet wilde loslaten.

Wat was er na die omhelzing gebeurd? Thomas schreef dat ze op het bankje waren gaan zitten, precies op de plek waar wij later zo vaak samen zouden zwijgen. Ze hadden urenlang gepraat over de tijd die was verstreken. Anna vertelde haar kant van het verhaal. Het bleek dat haar vader haar inderdaad direct na die fatale avond in 1968 naar een streng internaat in het diepe zuiden van Duitsland had gestuurd, ver weg van alles wat ze kende.

Ze had geen contact mogen opnemen; al haar brieven waren onderschept en verscheurd. Pas toen ze achttien was en meer vrijheid kreeg, had ze geprobeerd terug te keren naar het dorp, maar toen bleek dat Thomas al verhuisd was naar een andere stad voor zijn werk. Ze hadden elkaar net misgelopen, in een wrede speling van het lot die door de jaren heen steeds grotere proporties had aangenomen.

Uiteindelijk had ze haar leven daar opgebouwd, was getrouwd met een man die haar goed behandelde, had kinderen gekregen en later weer verloren, precies zoals het leven vaak loopt. Maar de diepe, stille herinnering aan de jonge architect die haar in dat koffiehuis had aangekeken met een blik vol belofte, was nooit gedoofd. Pas nadat haar man twee jaar geleden was overleden en haar kinderen hun eigen weg waren gegaan, en nadat ze zelf hoorde dat ze ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had, nam ze een besluit. Ze wilde terugkeren naar de plek waar ze het gelukkigst was geweest. Ze wilde hem nog één keer zien voordat het doek viel.

Toen Thomas dit in zijn brief opschreef, leek het alsof het een prachtig, zij het bitterzoet einde van een tragische liefdesgeschiedenis kon zijn. Maar toen kwam de wending die alles veranderde. Thomas schreef dat ze na dat lange gesprek opstonden om afscheid te nemen. Ze liepen samen naar de hoofdingang van het park, net zoals ze dat vroeger deden. Maar op het moment dat Anna de drempel van het park overstapte en de straat op stapte, gebeurde er iets wat mijn bloed deed stollen. Ze keek achterom, glimlachte naar hem, en liep toen de straat in, verdwijnend in de mist die net opkwam.

Thomas wilde achter haar aan lopen, haar vasthouden, haar smeken om te blijven, maar zijn benen weigerden dienst. Hij stond aan de grond genageld. Hij zag hoe ze de hoek omging, weg van het park, weg van zijn leven. Hij rende naar de straat om haar in te halen, maar toen hij de hoek omkeerde, was er niemand te bekennen. De straat was verlaten. Geen voetstappen, geen geritsel van een jas, helemaal niets. Alsof ze in het niets was opgelost.

Ik staarde naar de regels. Mijn gedachten sloegen op hol. Hoe kon iemand zomaar verdwijnen in een lege straat? Was het een droom geweest? Had zijn oude brein hem een meesterlijke, pijnlijke fopperij gespeeld? Ik las de volgende zin, en toen viel de schellen mij van de ogen. Thomas schreef dat hij de volgende dag naar het ziekenhuis in het dorp was gegaan, gedreven door een niet te stuiten drang om te controleren of ze wel echt bestond, of dat hij gek aan het worden was. Hij had gevraagd naar de patiëntenlijsten van de afdeling oncologie, omdat ze hem had verteld dat ze in het ziekenhuis lag.

De receptionist had hem vreemd aangekeken. Toen hij de naam noemde, schudde de vrouw achter de balie haar hoofd en zei dat er in de verste verte niemand met die naam op de afdeling lag, en sterker nog, dat het gebouw waar ze zei te verblijven al jaren geleden was gesloopt. Maar dat was nog niet het meest schokkende. Toen Thomas vroeg of ze misschien een andere Anna kende, keek de receptionist in de oude archieven en vertelde hem iets wat hem bijna de adem benam.

Een rilling trok over mijn rug terwijl ik de bladzijde omsloeg om het definitieve bewijs te lezen. Het licht van de lantaarn flakkerde even, alsof de stroom het wilde begeven. Wat had de receptionist hem verteld? Wat hield dit mysterie in dat Thomas tot op het bot had doorgrond en hem uiteindelijk naar het einde van zijn krachten had gedreven? De volgende regels beloofden een onthulling die mijn hele werkelijkheid op losse schroeven zou zetten.