DEEL 8: DE INVAL IN HET LANDHUIS
Het geluid van voetstappen stormde de trap op, snel en luidruchtig als een kudde op hol geslagen dieren. Voordat Meester van der Linden de deur kon sluiten of op slot kon draaien, werd deze met een enorme klap opengeduwd. Richard stond in de deuropening, hijgend van de inspanning, met achter hem twee grote mannen in strakke zwarte pakken die er uitzagen als ingehuurde spierbundels.
“Bingo,” zei Richard met een triomfantelijke, gemene grijns op zijn gezicht. Zijn ogen gleden van mij naar Julian, en toen naar de ordner op het bureau. “Kijk eens aan. De dode komt tot leven. Wat een prachtig toneelstuk hebben jullie hier samen opgevoerd.”
Ik stapte instinctief voor Julian staan, hoewel mijn oude benen amper konden dragen. “Blijf uit zijn buurt, Richard! Dit huis is van mij, en jullie hebben hier niets te zoeken!”
Richard lachte hard en bitter. “Van jou? Oude vrouw, je hebt werkelijk geen flauw idee van de wereld, hè? Dat huwelijk met onze vader was een lachertje, en dit zogenaamde testament is juridisch waardeloos zodra we bewijzen dat er sprake is van samenspanning en bedrog. En die oude dwaal hier,” hij wees minachtend naar Julian, “had al veertig jaar geleden moeten verdwijnen.”
De twee mannen in het zwart stapten de kamer binnen. Meester van der Linden deed een dapper stap naar voren om hen te blokkeren, maar een van de bewakers greep hem bij zijn arm en duwde hem hardhandig tegen de boekenkast, zodat zijn aktetas op de grond viel en de papieren alle kanten op vlogen.
“Niet bewegen,” snauwde de bewaker met een koude, professionele stem.
Richard liep langs ons heen naar het bureau. Zijn ogen glansden van hebzucht toen hij zijn hand uitstrekte naar de dikke ordner en het houten kistje dat daar lag. “Dit is waar we naar zochten. Alle bewijzen van de offshore-rekeningen en de illegale transacties die onze lieve vader en deze oude oplichter in de jaren tachtig hebben opgezet om ons familiebedrijf leeg te roken. Denk je echt dat we dat zomaar zouden laten pikken?”
Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Dus dat was het geheime imperium waar Harrison voor had gevreesd. Niet zomaar een erfenis, maar een beerput van criminele transacties uit het verleden die Richard wilde verdoezelen om zijn eigen handen schoon te houden.
Julian keerde Richard recht in de ogen, volkomen onbevreesd ondanks zijn zwakke gezondheid. “Je vergist je, Richard,” zei Julian met een vaste stem. “Die ordner bevat geen belastend materiaal over je vader. Het bevat de bewijzen dat jij degene bent die vijf jaar geleden de bedrijfsfondsen hebt geplunderd en je vader onder druk hebt gezet.”
Richard stokte. Zijn hand bevroor net boven het papier. Zijn gezicht trok wit weg, en voor het eerst leek zijn zelfverzekerdheid af te brokkelen. “Je... je liegt,” stamelde hij.
Maar voordat iemand kon reageren, galmde er plotseling een scherp, herkenbaar geluid door het stille landhuis: het loeiende sirenegesner van meerdere politieauto's die met loeiende motoren de oprijlaan opreden en het huis omsingelden.






