Deel 8: Het telefoontje op zondagavond
Het was zondagavond toen de telefoon ging. Het was een rustige avond geweest; we hadden samen gekookt en Noud lag al in bed te dromen over zwarte gaten en raketten. Mijn moeder zat met een breiwerk op de bank te luisteren naar een oude radiozender. Ik nam op zonder naar het scherm te kijken. “Met Lisa.” Aan de andere kant bleef het even stil. Een zware, vermoeide ademhaling.
“Lisa… met mij.” Het was Rutger. Zijn stem klonk niet meer arrogant of zelfverzekerd. Het klonk alsof hij tien jaar ouder was geworden in een paar maanden tijd. “Wat wil je, Rutger?” vroeg ik, en mijn stemklank was koeler dan ik had verwacht. Geen woede meer. Alleen maar afstand. “Ik… ik wilde even praten. Over Noud.” “Je hebt de contactgegevens van de mediator, en anders weet je de weg naar de rechtbank te vinden.” “Lisa, alsjeblieft,” hoorde ik hem smeken. “Alles is weg. Mijn appartement is opgezegd. Mijn ‘vriendin’ is naar Parijs vertrokken met de laatste spullen die nog waarde hadden. Ik sta op straat.”
Ik keek naar de keuken. Naar de stapel boeken van mijn opleiding die daar lagen te wachten voor de volgende les. Toen dacht ik aan die avond, twee jaar geleden, waarop hij zijn koffers pakte en de televisie uit de slaapkamer meenam alsof wij vuil waren. “Dat is heel vervelend voor je, Rutger,” zei ik rustig. “Maar dat is niet meer mijn probleem.” “Ik zijn vader!” schreeuwde hij opeens, en in die ene schreeuw klonk alles door wat hem ooit zo gevaarlijk maakte: het onvermogen om te accepteren dat zijn acties consequenties hadden. “Dat had je je moeten bedenken toen je dat shirt van twaalf euro gebruikte om mij kapot te maken,” zei ik. En toen hing ik op.
Ik legde de telefoon op de tafel. Mijn hand trilde niet eens. Mijn moeder keek op van haar breiwerk. “Was hij het?” “Ja,” zei ik. “En?” “Hij is alles kwijt.” Mijn moeder knikte langzaam, stak haar breinaald in de bol wol en zei met een droge glimlach: “Wie een kuil graaft voor een ander, moet zorgen dat hij zelf niet op die rotzooi gaat wonen. Zullen we thee zetten?”
* * *






