Deel 7: De nieuwe start aan de gracht
Drie maanden later was ons leven fundamenteel veranderd. Niet omdat we ineens rijk waren geworden – de schulden van het verleden moesten nog steeds langzaam worden afbetaald – maar omdat de angst uit ons huis was verdwenen. Ik werkte nog steeds in het eetcafé, maar in de middagen volgde ik nu de lessen voor mijn administratieve opleiding. Ik leerde over budgetten, wetgeving en jaarrekeningen. Dingen waar ik vroeger een afkeer van had, zag ik nu als gereedschap om mijn eigen leven op te bouwen.
Rutger had ik niet meer gezien. Volgens mijn moeder, die via via via wat hoorde in de wandelgangen van de Utrechtse zakenwereld, was zijn bedrijf in zwaar weer beland. Zijn nieuwe vriendin was vertrokken zodra de rekeningen niet meer door haar konden worden betaald, en zijn dure auto was door de bank ingevorderd. Soms kan karma heel snel gaan als je het een handje helpt.
Op een vrijdagmiddag liep ik met Noud langs de Oude Gracht. De herfstbladeren dreven op het water, en de oude pakhuizen smolten weg in de schemering. “Mam?” vroeg Noud, terwijl hij met zijn schoen door een hoop bladeren schopte. “Ja, schat?” “Gaan we dit weekend weer naar de sterren kijken?” Ik glimlachte en trok zijn capuchon wat strakker aan tegen de frisse wind. “Natuurlijk, lieverd. We hebben een hele hemel te ontdekken.”
* * *






