DEEL 4 — MIJN VADER WIST MEER DAN IK DACHT
“Mijn vader?”
Ik kon de woorden nauwelijks uitspreken.
Alice knikte.
“Hij belde Celina.”
Ik voelde mijn hoofd duizelen.
“Waarom zou mijn vader Celina bellen?”
“Dat weet ik niet.”
Inspecteur Vos keek naar de agent.
“Controleer alle telefoongesprekken tussen die nummers.”
De agent liep naar buiten.
Ik bleef zitten.
Mijn vader.
De man die mij altijd had geleerd dat geld nooit belangrijker mocht worden dan familie.
De man die €25.000 had overgemaakt voor onze SUV.
De man die Brucie altijd zijn kleine prinses noemde.
Kon hij hier iets mee te maken hebben?
Ik pakte mijn telefoon.
Ik belde hem.
Hij nam niet op.
Nog een keer.
Geen antwoord.
Toen kwam er een bericht.
‘Clover, kom niet naar huis.’
Ik staarde ernaar.
Mijn handen begonnen te trillen.
Ik typte:
‘Waarom?’
Geen antwoord.
Toen belde Vos.
“Niet doen.”
Ik keek hem aan.
“Wat?”
“Niet naar uw ouderlijk huis gaan.”
“Dat is mijn vader.”
“Juist daarom.”
Hij liep naar het raam.
“Als uw vader betrokken is, moeten we eerst weten hoe.”
Ik keek naar Alice.
“Waarom stuurde hij geld voor onze SUV?”
Alice zweeg.
Vos draaide zich om.
“Welk geld?”
Ik vertelde hem over de €25.000.
Hij keek meteen naar de agent.
“Controleer die transactie.”
Een paar minuten later kwam de agent terug.
“Het geld kwam inderdaad van haar vader.”
“Wanneer?”
“Elf maanden geleden.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Dat weet ik.”
De agent keek naar zijn scherm.
“Maar het geld kwam niet rechtstreeks van zijn privérekening.”
Ik keek op.
“Wat?”
“Het kwam van een zakelijke rekening.”
“Mijn vader heeft een bedrijf.”
“Dat klopt.”
“Dus?”
De agent aarzelde.
“Het bedrijf staat op naam van een andere persoon.”
Mijn hart begon sneller te kloppen.
“Wie?”
Hij keek naar mij.
“Luke Vance.”
Ik voelde mijn lichaam verstijven.
“Dat is onmogelijk.”
Vos zei niets.
De agent vervolgde:
“Uw vader heeft het geld overgemaakt naar een rekening die door uw man werd beheerd. Daarna werd precies hetzelfde bedrag naar uw privérekening gestuurd.”
Ik keek naar mijn telefoon.
“Waarom?”
Vos antwoordde:
“Dat moeten we uitzoeken.”
Op dat moment ging de deur open.
Een rechercheur kwam binnen met een map.
“Inspecteur, we hebben iets gevonden in de bankgegevens.”
Hij legde een afschrift op tafel.
Er stonden meerdere betalingen.
Mijn vader.
Luke.
Camellia.
Victor Hale.
En Celina.
Allemaal verbonden.
Ik keek naar de data.
De bedragen.
En toen zag ik iets vreemds.
Elke keer dat Luke geld naar Camellia stuurde, volgde er binnen 24 uur een betaling van Celina naar Victor.
“Wat betekent dit?”
Vos keek naar het overzicht.
“Dat weet ik nog niet.”
Ik wees naar één regel.
“Deze.”
Een betaling van €350.
“Reiniging interieur.”
Vos knikte.
“Dat is de betaling die u eerder noemde.”
“Ja.”
De rechercheur keek naar de datum.
“Dit bedrag werd dezelfde dag betaald waarop uw SUV naar een garage werd gebracht.”
Ik fronste.
“Waarom?”
“Volgens de garage werd er iets aan het voertuig gecontroleerd.”
“Wat?”
Hij bladerde door de papieren.
“De elektronische kindersloten.”
Ik voelde een koude rilling.
“Maar Luke zei dat de vergrendeling defect was.”
De rechercheur keek me aan.
“De garage heeft geen defect gevonden.”
Ik voelde mijn hart zinken.
“Dus de auto was niet kapot.”
“Nee.”
“De deuren konden gewoon open?”
“Ja.”
Ik keek naar Vos.
“Dan heeft iemand ze bewust vergrendeld.”
Niemand antwoordde.
Ik dacht aan Brucie.
Vier jaar oud.
Alleen in die auto.
Meer dan drie uur.
Ik voelde tranen opkomen.
Maar ik liet ze niet vallen.
Niet nu.
“Kunnen jullie achterhalen wie de sloten heeft geactiveerd?”
De rechercheur knikte.
“De SUV heeft een digitaal logboek.”
Hij opende zijn laptop.
“Daar staat alles in.”
“Laat zien.”
Hij draaide het scherm.
Er waren verschillende tijdstippen.
12:41.
12:43.
12:47.
13:02.
13:17.
En toen:
15:06.
De deuren werden pas toen opnieuw ontgrendeld.
Ik voelde mijn maag omdraaien.
“Wie heeft ze geopend?”
De rechercheur keek naar het systeem.
“De digitale sleutel.”
“Van wie?”
Hij zoomde in.
Mijn adem stokte.
De sleutel stond geregistreerd onder:
Clover Vance.
Ik schudde onmiddellijk mijn hoofd.
“Dat kan niet.”
“Het systeem zegt van wel.”
“Ik was in het ziekenhuis.”
“Dat weten we.”
“Mijn telefoon zat bij mij.”
“Dat weten we ook.”
“Dus iemand gebruikte mijn digitale sleutel.”
Vos keek naar me.
“Of iemand had toegang tot uw account.”
Ik dacht aan Luke.
Hij kende al mijn wachtwoorden.
Maar dat was niet het ergste.
Mijn telefoon trilde.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
Niemand sprak.
Toen hoorde ik een klein geluid.
Een ademhaling.
En daarna een zacht stemmetje.
“Mama?”
Mijn hart stopte.
“Brucie?”
Stilte.
Toen opnieuw:
“Mama…”
Ik sprong overeind.
“Waar ben je?”
Een mannenstem fluisterde:
“Als je je dochter levend wilt terugzien, moet je ophouden met vragen stellen.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek naar Vos.
“Ze leeft.”
Hij knikte.
Maar zijn gezicht was ernstig.
“Dat betekent dat iemand haar vasthoudt.”
Mijn telefoon trilde opnieuw.
Een foto.
Ik opende hem.
Brucie zat op een bed.
Ze droeg nog steeds haar gele regenjasje.
Maar achter haar stond een klok.
Ik zoomde in.
17:20.
De foto was net gemaakt.
Onder de foto stond slechts één zin:
‘Kom alleen naar het huis aan de rivier.’
Ik keek naar Vos.
“Waar is dat?”
Hij pakte zijn telefoon.
“Dat huis behoort toe aan…”
Hij stopte.
“Wie?”
Vos keek me aan.
“Uw man.”
Mijn hart zakte weg.
Want plotseling begreep ik het.
Luke had mij niet alleen proberen te laten zwijgen.
Hij had mijn dochter ergens verborgen.
En hij wachtte erop dat ik alleen zou komen.






