DEEL 24 — DE STEM VAN MIJN VADER
“Je vader.”
Die twee woorden bleven door mijn hoofd gaan.
Mijn vader leefde.
Dat kon niet.
Ik had hem zien sterven.
Ik had zijn lichaam gezien.
Ik had zijn graf bezocht.
Ik had jarenlang gerouwd om een man van wie ik dacht dat hij voorgoed verdwenen was.
Maar iemand had zojuist zijn stem gebruikt.
Of iemand die hem heel goed kende.
Ik keek naar Elena.
“Zeg me dat dit niet waar is.”
Ze zei niets.
“Moeder.”
Ze sloeg haar ogen neer.
“Alsjeblieft.”
“Ik weet het niet.”
“Je weet het wel.”
Ze schudde langzaam haar hoofd.
“Na die nacht dacht ik dat hij dood was.”
“Maar?”
“Maar ik heb zijn lichaam nooit gezien.”
Mijn adem stokte.
“Waarom heb je dat nooit verteld?”
“Omdat ik dacht dat het beter was om te geloven dat hij dood was.”
Ik lachte bitter.
“Voor wie?”
“Voor jou.”
“Dat woord weer.”
Ik draaide me weg.
“Beschermen.”
Elena huilde.
“Ik wist niet wat ik anders moest doen.”
David kwam naar ons toe.
“We moeten naar Amsterdam.”
Daan knikte.
“Als de backup daar actief is, kunnen we hem misschien traceren.”
Ik keek naar mijn telefoon.
Het nummer was verdwenen.
Geen oproepgeschiedenis.
Geen bericht.
Niets.
Alsof het gesprek nooit had bestaan.
“Hij wist dat ik zou opnemen.”
David keek mij aan.
“Dat betekent dat hij je kent.”
“Of dat hij mijn telefoon kan controleren.”
Hij werd stil.
Ik begreep het meteen.
“Sentinel.”
“Misschien.”
“Dus iemand kan nog steeds toegang hebben tot mijn geheugen.”
David antwoordde:
“Niet tot jouw geheugen.”
Hij keek naar de machine.
“Maar misschien wel tot de gegevens die eruit zijn opgeslagen.”
Ik voelde een koude rilling.
“Mijn herinneringen.”
“Ja.”
“Dus iemand kan mijn hele verleden bekijken.”
“Als de backup compleet is.”
Ik keek naar Elena.
“Dan moeten we hem vernietigen.”
Ze knikte.
“Maar eerst moeten we weten wie er achter zit.”
* * *
We vertrokken nog diezelfde nacht.
Amsterdam lag onder een donkere hemel toen we aankwamen.
De stad was bijna stil.
Maar mijn hoofd was dat niet.
Elke straat bracht een herinnering terug.
Een fietstocht met mijn vader.
Een zomer met mijn moeder.
Een huis waar ik dacht dat ik veilig was.
Alles voelde ineens anders.
Alsof mijn hele verleden een toneelstuk was geweest.
Daan keek uit het raam.
“Waar is de server?”
David antwoordde:
“Onder een oud onderzoekscentrum.”
Ik herkende de naam.
Mijn hart sloeg over.
“Daar ben ik geweest.”
David keek mij aan.
“Wanneer?”
“Als kind.”
“Dat kan niet.”
“Jawel.”
Een herinnering kwam terug.
Een lange gang.
Witte muren.
Mijn vader die mijn hand vasthield.
Ik was misschien zes.
Hij zei:
“Vergeet deze plek.”
Ik vroeg:
“Waarom?”
“Omdat sommige dingen beter verborgen blijven.”
Ik opende mijn ogen.
“Daar.”
David stopte.
Voor ons stond een verlaten gebouw.
De deuren waren dicht.
Maar één raam brandde.
Daan keek naar het gebouw.
“Er is iemand binnen.”
We stapten uit.
Elena bleef achter.
“Ga niet zonder mij.”
Ik pakte haar hand.
“Deze keer niet.”
We gingen samen naar binnen.
De hal was leeg.
Op de muur hing een oud logo.
SENTINEL RESEARCH DIVISION.
Mijn hart bonsde.
We liepen naar beneden.
Een trap.
Nog een.
En nog een.
Tot we bij een zware metalen deur kwamen.
David haalde een kaart tevoorschijn.
De deur ging open.
Binnen stond een enorme serverruimte.
Rijen machines.
Kabels.
Schermen.
En in het midden…
een stoel.
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Dat is…”
“Elena?”
Mijn moeder keek naar de stoel.
Ze begon te huilen.
“Daar.”
Ze wees.
“Daar zat je vader.”
Ik liep dichterbij.
Op het scherm verscheen een video.
Mijn vader.
Maar deze keer was hij niet jong.
Hij zag er ouder uit.
Zijn haar was grijs.
Zijn gezicht vermoeid.
Ik kon nauwelijks ademhalen.
“Als je dit ziet…”
Hij keek rechtstreeks naar mij.
“…dan heb je eindelijk de waarheid bereikt.”
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
“Papa.”
Hij glimlachte.
“Als je me hoort, betekent het dat ik nog leef.”
Elena bedekte haar mond.
Ik keek haar aan.
Ze huilde.
Mijn vader ging verder.
“Maar je mag me niet zoeken.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Als je naar mij toe komt, brengt dat gevaar bij je moeder.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Waarom?”
“Omdat ik niet alleen ben.”
De video viel even weg.
Daarna verscheen er een andere ruimte.
Mijn vader zat aan een tafel.
Tegenover hem zat een man.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Robert.
Maar er was iets vreemds.
Robert zag er jonger uit.
Veel jonger.
Mijn vader zei:
“Je begrijpt niet wat je hebt gecreëerd.”
Robert antwoordde:
“Jij begrijpt niet wat je hebt vernietigd.”
Mijn vader stond op.
“Sentinel stopt hier.”
Robert glimlachte.
“Dat dacht je.”
De video werd zwart.
Daarna verscheen een datum.
21 JAAR GELEDEN.
Ik keek naar David.
“Robert was hier.”
“Ja.”
“Maar mijn vader ook.”
“Ja.”
“Dus ze hebben samen gewerkt.”
David knikte.
“Een tijdlang.”
Ik keek opnieuw naar het scherm.
Een bestand verscheen.
PROJECT ORPHEUS.
Ik opende het.
Er stond slechts één beschrijving:
DOEL: HET OVERBRENGEN VAN BEWUSTZIJN NAAR EEN ANDER LICHAAM.
Mijn bloed werd koud.
“Dit is onmogelijk.”
David las verder.
“Experimenten met geheugenoverdracht.”
Elena fluisterde:
“Daarom…”
Ze stopte.
“Daarom wat?”
Ze keek naar de stoel.
“Je vader wilde niet dat Robert mensen gebruikte.”
Ik keek naar haar.
“Maar dat verklaart niet waarom mijn vader nog leeft.”
Elena werd stil.
Toen zei ze:
“Misschien is hij niet meer dezelfde man.”
Ik voelde een rilling.
“Wat bedoel je?”
“Project Orpheus had een tweede doel.”
Ze keek naar mij.
“Niet het geheugen bewaren.”
“Maar?”
“Het bewustzijn verplaatsen.”
De kamer werd ijskoud.
Ik keek naar de video.
Mijn vader keek recht naar de camera.
“Als ik ooit terugkom…”
Hij zweeg even.
“…vraag me dan eerst wie ik ben.”
Mijn hart sloeg over.
De video stopte.
Toen verscheen een nieuwe melding.
ORPHEUS ACTIVE.
Daaronder:
HOST IDENTIFIED.
Ik keek naar David.
“Wie is de host?”
Het scherm begon te laden.
Een naam verscheen.
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
DAAN VERMEER.
Iedereen draaide zich naar Daan.
Hij stond doodstil.
“Dat…”
Zijn stem trilde.
“Dat kan niet.”
Elena deed een stap achteruit.
David trok onmiddellijk zijn wapen.
Daan keek naar mij.
“Ik zweer dat ik niets weet.”
Maar toen veranderde zijn gezicht.
Zijn ogen werden leeg.
Hij greep naar zijn hoofd.
“Daan?”
Hij viel op zijn knieën.
Ik rende naar hem toe.
“Daan!”
Hij keek omhoog.
Maar zijn stem was niet meer dezelfde.
Rustig.
Kalm.
Bekend.
Ik voelde mijn hele lichaam verstijven.
Hij zei:
“Hallo, dochter.”
Mijn adem stokte.
Dat was de stem van mijn vader.
Daan keek mij aan.
En glimlachte.
“Je hebt me eindelijk gevonden.”
Elena begon te huilen.
“Nee…”
David richtte zijn wapen op Daan.
“Niet bewegen.”
Daan keek naar hem.
“David.”
Hij sprak alsof hij hem al tientallen jaren kende.
“Je hebt haar goed beschermd.”
David werd lijkbleek.
“Dat kan niet.”
Daan stond langzaam op.
“Je wist altijd dat dit zou gebeuren.”
Ik kon geen woord uitbrengen.
Mijn vader keek door Daan heen naar mij.
“Maar er is iets wat je nog moet weten.”
“Wat?”
Hij glimlachte.
“Robert heeft nooit de controle gehad.”
“Wie dan?”
De ogen van Daan veranderden.
“Mijn vrouw.”
Ik keek naar Elena.
Ze verstijfde.
“Wat?”
Mijn vader sprak opnieuw:
“Je moeder heeft het hele project geleid.”
De wereld leek stil te vallen.
Ik keek naar Elena.
Mijn moeder.
De vrouw die mij had beschermd.
De vrouw die ik zojuist had teruggevonden.
Ze keek mij aan.
En fluisterde:
“Het spijt me.”
Op dat moment gingen alle schermen tegelijk aan.
Op elk scherm verscheen dezelfde tekst:
ORPHEUS — FASE TWEE GESTART.
En daaronder:
HOST: DAAN VERMEER.
DOELWIT: JIJ.
Ik keek naar Daan.
Hij glimlachte.
Maar deze keer wist ik niet meer wie er werkelijk tegenover mij stond.
Mijn broer.
Of mijn vader.
WORDT VERVOLGD…






