DEEL 22 — DE MAN DIE ALTIJD NAAST ONS STOND
De woorden van David bleven in de kamer hangen.
“Je vader is vermoord door iemand die jij al die jaren je familie hebt genoemd.”
Ik kon niet bewegen.
Mijn blik ging naar Elena.
Ze huilde.
Daan keek naar de grond.
Niemand durfde iets te zeggen.
“Wie?”
Mijn stem brak.
“Wie heeft mijn vader vermoord?”
David antwoordde niet.
Ik liep naar hem toe.
“Wie?”
Hij keek eindelijk op.
Zijn gezicht was veranderd.
Alsof hij wist dat dit het moment was waarop alles zou instorten.
“Je moet eerst begrijpen wat er die nacht gebeurde.”
“Geen verhalen meer.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Geen halve waarheden. Geen bescherming. Ik wil een naam.”
David slikte.
“Je vader ontdekte dat Sentinel niet langer onder controle stond van Elias.”
“Wie had dan de controle?”
Hij keek naar de machine.
“Jij.”
Ik fronste.
“Dat zei je al.”
“Nee.”
Hij schudde zijn hoofd.
“Niet jij zoals je nu bent.”
Hij wees naar mijn hoofd.
“De versie van jou die zeventien jaar geleden bestond.”
Ik begreep het niet.
“Wat bedoel je?”
“Je vader had een beveiliging ingebouwd. Sentinel kon alleen worden geactiveerd door iemand die de oorspronkelijke code kende.”
“En dat was ik.”
“Ja.”
“Maar ik wist niet eens dat het bestond.”
“Dat dacht je.”
De machine begon harder te zoemen.
Op het scherm verscheen:
HERINNERING 04 BESCHIKBAAR.
Ik keek ernaar.
“Misschien moeten we stoppen met praten.”
Ik ging naar de stoel.
Elena kwam naar me toe.
“Niet doen.”
“Waarom?”
“Omdat herinnering vier degene is die je hele leven heeft veranderd.”
Ik keek haar aan.
“Dan wil ik hem zien.”
Ik ging zitten.
De leren banden sloten automatisch om mijn polsen.
Daan schrok.
“Doe dat ding uit!”
David schudde zijn hoofd.
“Te laat.”
Het scherm werd wit.
En toen zag ik mezelf.
Zeventien jaar oud.
Ik stond tegenover mijn vader.
Maar deze keer was er iemand anders in de kamer.
Een man.
Mijn oom.
Elias.
Hij hield mijn hand vast.
Ik keek naar hem.
“Je hebt beloofd dat je mijn moeder zou redden.”
Elias knikte.
“Ik hou mijn beloftes.”
Mijn vader keek hem woedend aan.
“Blijf van mijn dochter af.”
Elias antwoordde rustig:
“Ik probeer haar te beschermen.”
Mijn vader liep naar voren.
“Je gebruikt haar.”
“Nee.”
Elias keek naar mij.
“Zij gebruikt ons.”
Ik zag mezelf naar mijn vader kijken.
“Papa, luister.”
Mijn vader stopte.
“Ik weet wat Sentinel kan doen.”
“Dat weet ik.”
“En ik weet wat jij ermee hebt gedaan.”
Hij werd bleek.
“Wat bedoel je?”
“Ik heb de originele bestanden gevonden.”
Mijn vader keek naar Elias.
Elias glimlachte.
“Ze weet het.”
Mijn vader fluisterde:
“Dat mocht ze nooit weten.”
Ik hoorde mezelf zeggen:
“Waarom heb je mensen getest?”
Mijn vader schudde zijn hoofd.
“Ik heb nooit mensen getest.”
“Dat is niet wat de bestanden zeggen.”
Elias kwam dichterbij.
“Je vader liegt tegen je.”
Mijn vader keek hem woedend aan.
“Jij hebt die bestanden veranderd.”
“Bewijs het.”
Mijn vader zweeg.
Ik voelde mijn hart breken.
“Dus het is waar.”
“Nee.”
“Je hebt mensen gebruikt.”
“Niet vrijwillig.”
“Maar wel.”
Mijn vader sloot zijn ogen.
“Ik wilde mensen genezen.”
“En hoeveel mensen zijn er gestorven?”
Hij antwoordde niet.
Ik draaide me om.
“Ik vertrouw je niet meer.”
Mijn vader greep mijn arm.
“Wacht.”
Ik trok me los.
“Laat me gaan.”
Toen gebeurde er iets.
Een deur vloog open.
Sara kwam binnen.
Ze schreeuwde:
“Elias!”
Hij draaide zich om.
“Wat?”
“Je hebt haar herinnering aangepast.”
Mijn vader keek geschrokken.
“Wat heb je gedaan?”
Elias glimlachte.
“Alleen een beetje geholpen.”
Ik zag mezelf naar hem kijken.
“Wat heb je met mijn hoofd gedaan?”
Hij antwoordde:
“Je hebt nu precies genoeg herinneringen om je vader te wantrouwen.”
Mijn hart sloeg over.
“Dus…”
De herinnering begon te vervormen.
“Alles wat ik dacht…”
Was een leugen.
Mijn vader had geen experimenten op mensen uitgevoerd.
Elias had mijn herinneringen aangepast.
Hij had mij tegen mijn eigen vader opgezet.
Maar waarom?
Toen verscheen de volgende scène.
Mijn vader stond alleen in de kamer.
Elias kwam achter hem staan.
“Je hebt verloren.”
Mijn vader draaide zich om.
“Je zult haar nooit krijgen.”
“Dat hoeft ook niet.”
Elias haalde een pistool tevoorschijn.
Mijn vader keek naar het wapen.
“Elias…”
“Je dochter heeft de code.”
“Ze zal hem nooit aan jou geven.”
Elias glimlachte.
“Dat hoeft ook niet.”
Hij keek naar mij, die vanuit de deuropening stond te kijken.
“Zij zal hem aan mij geven.”
Mijn vader zag mij.
Zijn gezicht veranderde.
“Ren!”
Maar ik bleef staan.
Elias draaide zich om.
“Schiet.”
Ik voelde mijn lichaam bewegen.
Mijn hand ging naar het pistool.
Mijn vader keek mij aan.
“Niet doen.”
Ik hoorde de stem van Elias.
“Doe het.”
Ik drukte op de trekker.
Een schot.
Mijn vader viel.
Ik schreeuwde.
“PAPA!”
De herinnering stopte.
Ik opende mijn ogen.
Mijn gezicht was nat van de tranen.
Elena stond naast me.
Ik keek naar David.
“Dus Elias heeft hem vermoord.”
David schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Maar ik zag het!”
“Dat was niet het einde.”
Het scherm werd opnieuw actief.
HERINNERING 05 BESCHIKBAAR.
Ik voelde mijn hart versnellen.
“Er is nog één.”
David knikte.
“De belangrijkste.”
De banden om mijn polsen gingen los.
Ik stond op.
“Wat ga ik zien?”
David keek naar mij.
“Wie het pistool werkelijk vasthield.”
Ik drukte op het scherm.
De herinnering begon.
Mijn vader lag op de grond.
Ik stond boven hem.
Het pistool in mijn hand.
Elias achter mij.
Maar toen verscheen er iemand in de deuropening.
Daan.
Jonger.
Hij keek naar mij.
“Laat het wapen vallen.”
Ik huilde.
“Ik wilde dit niet.”
Daan keek naar Elias.
“Wat heb je gedaan?”
Elias glimlachte.
“Ze heeft het zelf gedaan.”
Daan keek naar mijn vader.
“Hij leeft nog.”
Elias schoot opnieuw.
Daan sprong naar voren.
Maar iemand anders was sneller.
Een vrouw.
Sara.
Ze gooide zich voor het tweede schot.
De kogel raakte haar.
Mijn tante viel.
“NEE!”
Ik zag mijn vader overeind proberen te komen.
Hij keek naar mij.
“Luister…”
Ik knielde bij hem.
“Papa…”
Hij pakte mijn hand.
“Je hebt niets verkeerd gedaan.”
“Maar ik heb geschoten.”
“Niet jij.”
Hij keek naar Daan.
“Bescherm haar.”
Daan knikte.
Toen keek mijn vader naar Elena.
“Breng haar weg.”
Mijn moeder huilde.
“En jij?”
Hij glimlachte.
“Ik kom later.”
Maar hij wist dat hij niet zou terugkomen.
De herinnering veranderde.
Ik zag iemand achter mijn vader staan.
Een vierde persoon.
Een man die ik niet eerder had gezien.
Hij had een gezicht dat ik kende.
Een gezicht dat ik jarenlang had vertrouwd.
Mijn adem stokte.
“Dat kan niet…”
David keek naar het scherm.
Daan fluisterde:
“Nu weet je het.”
De man stapte naar voren.
Hij was degene die het pistool van Elias had afgepakt.
Hij was degene die de laatste kogel had afgevuurd.
Hij was degene die mijn vader definitief had vermoord.
En toen zag ik zijn gezicht volledig.
Mijn bloed werd koud.
Het was mijn eigen oom.
Maar niet Victor.
Niet Elias.
Een man die ik tot vandaag nooit had verdacht.
Mijn vader's beste vriend.
De man die mij had opgevoed nadat mijn vader stierf.
De man die mij jarenlang had verteld dat mijn vader door Elias was vermoord.
De man die altijd naast mijn familie had gestaan.
David keek mij aan.
“Zijn naam is…”
Een harde knal boven ons.
Het plafond trilde.
Daan trok zijn wapen.
“Ze zijn binnen.”
Elena keek naar de trap.
“Wie?”
David antwoordde niet.
Toen klonk boven ons een stem.
Rustig.
Bekend.
“Je hebt lang genoeg naar oude herinneringen gekeken.”
Ik verstijfde.
Die stem.
Ik kende hem.
Een man verscheen boven aan de trap.
Hij keek naar mij.
En glimlachte.
“Hallo, meisje.”
Ik voelde mijn hart breken.
Want hij was degene die mij als kind had leren fietsen.
Degene die naast mijn vader had gestaan op mijn verjaardag.
Degene die ik jarenlang oom had genoemd.
En toen zei David eindelijk zijn naam.
“Robert.”
De man glimlachte.
“Je vader wist dat ik hem ooit zou moeten stoppen.”
Hij keek naar mij.
“Maar hij had nooit verwacht dat jij degene zou zijn die de waarheid zou ontdekken.”
Ik zette een stap naar voren.
“Waarom?”
Robert keek naar de machine.
“Omdat jouw vader niet de held was die je denkt.”
Ik schudde mijn hoofd.
“En jij wel?”
Hij glimlachte.
“Nee.”
Zijn gezicht werd koud.
“Maar ik ben de enige die weet wat er werkelijk onder deze machine verborgen ligt.”
De machine begon te trillen.
Een verborgen deur achter het apparaat schoof langzaam open.
Achter die deur lag een tweede kamer.
En op de muur stond slechts één zin:
PROJECT SENTINEL WAS NOOIT HET EINDDOEL.
Robert keek naar mij.
“Het was slechts het begin.”
WORDT VERVOLGD…






