DEEL 16 — DE MOORDENAAR DIE NAAST MIJ STOND
Niemand bewoog.
De woorden op mijn telefoon bleven op het scherm staan.
DE MOORDENAAR STAAT AL DIE TIJD NAAST JE.
Ik keek naar Elena.
Toen naar David.
Daarna naar Daan.
Mijn hart bonsde zo hard dat ik het bijna in mijn oren kon horen.
“Wie?”
Mijn stem was nauwelijks hoorbaar.
Niemand antwoordde.
“Wie heeft mijn vader vermoord?”
Elena keek naar David.
David keek naar Daan.
En Daan keek naar mij.
Die stilte maakte me banger dan welk antwoord ook.
Ik deed een stap achteruit.
“Jullie weten het.”
David schudde zijn hoofd.
“Niet op de manier waarop jij denkt.”
“Dan vertel het me.”
“Je bent nog niet klaar.”
“Hou op!”
Mijn stem galmde door de kamer.
“Ik ben mijn hele leven niet klaar geweest, volgens jullie!”
Ik wees naar mijn telefoon.
“Mijn moeder heeft me verborgen.”
“Mijn vader is vermoord.”
“Mijn geheugen is gewist.”
“Een of andere organisatie heeft mijn leven vernietigd.”
Mijn adem stokte.
“En iedere keer als ik een antwoord krijg, blijkt er nog een grotere leugen onder te zitten.”
Elena kwam dichterbij.
“Je hebt gelijk.”
Ik keek haar aan.
“Dan vertel me de waarheid.”
Ze slikte.
“Je vader werd niet vermoord door Sentinel.”
Ik verstijfde.
“Door wie dan?”
“Door iemand die hij vertrouwde.”
Mijn ogen gleden naar David.
Hij schudde onmiddellijk zijn hoofd.
“Niet ik.”
Ik keek naar Daan.
Hij keek geschrokken.
“Ook niet ik.”
“Dan wie?”
Elena keek naar de trap.
“Je vader had een broer.”
Ik voelde een rilling over mijn huid.
“Victor?”
“Nee.”
Ze schudde haar hoofd.
“Een andere broer.”
Ik kon niets zeggen.
“Zijn naam was Elias.”
David sloot zijn ogen.
“Elias is al twintig jaar dood.”
“Dat dachten we.”
Mijn moeder keek naar hem.
“Hij is nooit dood geweest.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar is hij?”
Elena keek me recht aan.
“Hij was de man die jouw vader heeft verraden.”
Ik voelde mijn knieën slap worden.
“Waarom?”
“Omdat hij Sentinel wilde overnemen.”
Daan keek naar Elena.
“Maar waarom zou hij haar vader vermoorden?”
“Omdat jouw vader weigerde de sleutel aan hem te geven.”
“Welke sleutel?”
Elena keek naar mij.
“Jij.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Jij was de sleutel.”
Mijn gedachten tolden.
“Hoe?”
“Elke herinnering die jij verloor, bevatte een deel van de toegangscode.”
David pakte de tafel vast.
“Je vader wist dat Elias je zou gebruiken.”
“Dus hij verstopte de code in mijn geheugen.”
Elena knikte.
“Precies.”
Ik keek naar mijn handen.
“En toen?”
“Toen ontdekte Elias wat je vader had gedaan.”
Mijn moeder's stem brak.
“Hij kwam die nacht naar ons huis.”
Plotseling zag ik het.
Een flits.
Een gang.
Een deur die openvloog.
Mijn vader die mij naar boven duwde.
“Blijf in je kamer!”
Een man kwam binnen.
Een pistool in zijn hand.
Ik hoorde mijn moeder schreeuwen.
“Ren!”
Ik greep mijn hoofd vast.
“Stop…”
Maar de herinnering ging verder.
Mijn vader stond tegenover de man.
“Je krijgt haar nooit.”
De man antwoordde:
“Ze is niet van jou.”
Een schot.
Ik hapte naar adem.
Mijn vader viel.
Ik hoorde mezelf gillen.
Daarna verscheen er een tweede beeld.
David.
Hij kwam binnen.
Hij knielde naast mijn vader.
En achter hem stond iemand anders.
Een vrouw.
Ik herkende haar niet.
Maar mijn jongere zelf wel.
Ze zei:
“Dat is mijn tante.”
Ik opende mijn ogen.
“Mijn tante?”
Elena knikte langzaam.
“Elias had hulp.”
“Van wie?”
Ze antwoordde niet.
Mijn telefoon begon opnieuw te trillen.
Een nieuw bericht.
HERINNERING 03 VOLTOOID.
Daaronder verscheen een foto.
Een oude familiefoto.
Mijn vader.
Elena.
Victor.
Elias.
En een vrouw die ik nog nooit had gezien.
Ik zoomde in.
Mijn adem stokte.
De vrouw stond achter mij.
Haar hand rustte op mijn schouder.
Op de achterkant van de foto stond:
SARA — DE ENIGE DIE WIST WAAR DE ECHTE CODE LAG.
Ik keek naar Elena.
“Wie is Sara?”
Ze werd bleek.
“Mijn zus.”
“Maar je zei dat Victor je broer was.”
“Dat klopt.”
“Dus je hebt twee broers.”
“Ja.”
“En Sara?”
Elena keek naar de grond.
“Ze was jouw tante.”
Ik voelde een vreemde spanning in mijn borst.
“Waar is ze?”
Elena antwoordde:
“Dood.”
David keek plotseling op.
“Dat kan niet.”
Iedereen draaide zich naar hem om.
“Wat?”
David liep naar de foto.
“Wanneer is deze foto genomen?”
Elena keek naar de datum.
“Drie dagen voordat je vader werd vermoord.”
David schudde zijn hoofd.
“Dan kan Sara niet dood zijn.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik haar drie maanden geleden heb gezien.”
De kamer werd stil.
Mijn moeder keek hem aan alsof ze een geest zag.
“Dat is onmogelijk.”
David haalde zijn telefoon tevoorschijn.
Hij opende een foto.
Een vrouw stond voor een café.
Ouder.
Maar dezelfde ogen.
Dezelfde glimlach.
Sara.
Mijn tante.
Levend.
Mijn hart sloeg over.
“Waar is ze?”
David antwoordde:
“Dat weet ik niet.”
“Wie weet het dan?”
Hij keek naar mij.
“Victor.”
Opnieuw klonk er een geluid buiten.
Een auto reed weg.
Daan rende naar het raam.
“Er is iemand.”
Hij keek naar het kenteken.
“Te laat.”
Ik liep naar de voordeur.
“Dan volgen we hem.”
David hield me tegen.
“Niet doen.”
“Waarom?”
“Omdat je niet weet waar hij je naartoe brengt.”
Ik keek hem aan.
“Misschien juist wel.”
“Wat bedoel je?”
Ik hield mijn telefoon omhoog.
Er was een nieuw bericht binnengekomen.
JE WILT WETEN WIE JE VADER HEEFT VERMOORD?
Daaronder stond:
KOM NAAR DE OUDE KLINIEK.
En een tweede zin:
KOM MET DAVID. ALLEEN MET DAVID.
Ik keek hem aan.
Hij werd bleek.
“Die plek…”
“Wat?”
“Daar begon alles.”
“Wat begon?”
David keek naar Elena.
Toen naar mij.
“Daar hebben ze jouw geheugen gewist.”
Ik voelde mijn hart in mijn keel.
“Dan gaan we.”
Elena pakte mijn arm.
“Wacht.”
Ik keek haar aan.
“Wat?”
Ze fluisterde:
“Als je daarheen gaat, krijg je misschien al je herinneringen terug.”
“Dat is precies wat ik wil.”
“Je begrijpt het niet.”
Ze keek mij recht aan.
“Je vader heeft jouw geheugen niet gewist om de waarheid voor je te verbergen.”
“Waarom dan?”
Elena's ogen vulden zich met tranen.
“Omdat jij degene was die hem vermoordde.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
Ze schudde snel haar hoofd.
“Niet vrijwillig.”
“Wat heb ik gedaan?”
Mijn moeder pakte mijn gezicht vast.
“Ze hebben je gehackt.”
Ik voelde de wereld om mij heen verdwijnen.
“Sentinel heeft jouw lichaam gebruikt.”
“Om wat te doen?”
Elena fluisterde:
“Om de trekker over te halen.”
Ik kon geen adem meer halen.
Mijn vader.
De kogel.
Mijn handen.
Mijn eigen herinnering.
Alles begon samen te vallen.
Maar één vraag bleef over.
Als ik degene was die het pistool vasthield…
Wie stond er dan achter mij?
Mijn telefoon trilde opnieuw.
Een laatste bericht verscheen.
JE HEBT NOG ÉÉN HERINNERING NODIG.
Daaronder:
DEGENE DIE ACHTER JE STOND, IS NOG STEEDS IN LEVEN.
Ik keek langzaam om.
En achter mij stond iemand die ik volledig vertrouwde.






