ZE BOEIENDEN EEN VROUWEL
News Story

ZE BOEIENDEN EEN VROUWEL

0 weergaven

DEEL 7 — MIJN VADER WAS VERDWENEN

Toen ik terugkwam op het politiebureau, stond de gang vol rechercheurs.

Iedereen keek naar mij.

“Waar is mijn vader?”

Niemand antwoordde.

Ik keek naar de korpschef.

“Waar is hij?”

Hij haalde diep adem.

“Hij is weg.”

“Hoe?”

“Tijdens een overdracht.”

Ik voelde mijn woede oplopen.

“Wie had de leiding?”

Hij keek naar zijn telefoon.

“De plaatsvervangend korpschef.”

Precies zoals mijn grootmoeder had voorspeld.

Ik liep naar de verhoorkamer.

De stoel van mijn vader stond leeg.

Op tafel lag één vel papier.

Ik pakte het op.

Er stond:

“JE HEBT MIJN SPEL VERSTOORD. NU SPEEL IK HET JOUWE.”

Daaronder stond een foto.

Mijn moeder.

En Milan.

Ze zaten in een auto.

Mijn moeder keek rechtstreeks naar de camera.

Mijn maag trok samen.

“Ze hebben mijn familie.”

De korpschef keek naar mij.

“Wat gaan we doen?”

Ik keek naar het scherm.

“Niet reageren.”

“Wat?”

“Ze willen dat ik panikeer.”

Ik pakte mijn telefoon.

“Geef me vijf minuten.”

Ik liep een lege kamer binnen en belde een nummer dat slechts drie mensen in Nederland kenden.

Mijn geheime team.

“Activeer protocol Nachtuil.”

Aan de andere kant werd het stil.

“Bevestiging?”

“Eva van Dijk.”

“Begrepen.”

Binnen seconden begonnen tientallen systemen te werken.

Bankrekeningen werden gevolgd.

Telefoons werden gelokaliseerd.

Camera's werden geactiveerd.

Ik wist dat mijn vader dacht dat hij de controle had.

Maar hij maakte één fout.

Hij had mijn moeder en Milan meegenomen.

En daardoor had hij zichzelf zichtbaar gemaakt.

Plotseling verscheen er een locatie op mijn scherm.

Een oude loods.

Aan de rand van Rotterdam.

Ik keek naar de korpschef.

“Bel niemand.”

“Waarom?”

“Omdat ik nu weet wie de mol is.”

Ik liet hem de locatie zien.

“Als we de verkeerde mensen bellen, weten ze dat we komen.”

Hij knikte.

Ik pakte mijn jas.

“Waar gaat u heen?”

“Naar mijn vader.”

“Met hoeveel agenten?”

Ik keek hem aan.

“Geen.”

Hij schudde zijn hoofd.

“Dat is zelfmoord.”

Ik glimlachte.

“Nee.”

Ik liep naar buiten.

“Het is een val.”

En ik wist precies wie ik erin zou laten lopen.

Toen mijn auto de straat uit reed, kreeg ik één laatste bericht.

Van mijn vader.

“Kom alleen naar de loods, Eva.”

Ik typte slechts één antwoord:

“Dat was precies mijn plan.”

Maar hij wist niet…

dat er al twaalf rechercheurs rondom de loods lagen.

En dat één van hen iemand was die mijn vader absoluut niet verwachtte.

Mijn grootmoeder.