ZE BOEIENDEN EEN VROUWEL
News Story

ZE BOEIENDEN EEN VROUWEL

0 weergaven

DEEL 3 — DE MAN IN MIJN SLAAPKAMER

Ik staarde naar het camerabeeld.

Mijn slaapkamer.

Het licht stond aan.

De gordijnen bewogen zachtjes.

En midden op mijn bed lag de rode envelop.

“Wanneer is dit beeld opgenomen?” vroeg ik.

De korpschef keek naar het scherm.

“Zeven minuten geleden.”

“Onmogelijk.”

Ik was al maanden de enige met toegang tot die kamer.

“Stuur onmiddellijk een team naar de villa.”

Hij knikte.

“En u?”

“Ik ga mee.”

“Dat is te gevaarlijk.”

Ik keek hem aan.

“Het is mijn huis.”

Tien minuten later stonden we opnieuw voor de villa in Wassenaar.

De voordeur was nog steeds verzegeld.

Geen enkel raam was beschadigd.

Toch was iemand binnen geweest.

Ik liep rechtstreeks naar boven.

Mijn slaapkamerdeur stond open.

De rode envelop lag nog steeds op het bed.

Ik trok handschoenen aan en pakte hem voorzichtig op.

Binnen zat een foto.

Ik herkende de plek onmiddellijk.

De oude studeerkamer van mijn grootmoeder.

Maar er was iets vreemds.

Op de foto stond mijn vader.

Hij was ongeveer dertig jaar jonger.

Naast hem stond een onbekende man.

Ik draaide de foto om.

Achterop stond een datum.

17 oktober 2006.

En daaronder drie woorden:

“HIJ WAS ER OOK.”

“Wie?” vroeg de korpschef.

Ik antwoordde niet.

Ik kende die datum.

Mijn grootmoeder was die dag bijna overleden bij een auto-ongeluk.

Mijn vader had altijd gezegd dat het een ongeluk was.

Maar nu begon alles in elkaar te passen.

Ik opende mijn laptop.

Ik zocht het oude politiedossier op.

Het dossier was twintig jaar geleden gesloten.

Geen verdachte. Geen getuigen. Geen bewijs.

Maar toen zag ik iets wat ik nooit eerder had gezien.

Een bijlage.

Een naam.

Robert Meijer.

Mijn adem stokte.

Dezelfde naam die ik zeven jaar geleden in een geheim financieel onderzoek had gezien.

Ik keek naar de korpschef.

“Ken je deze man?”

Hij werd bleek.

“Robert Meijer?”

“Ja.”

Hij zweeg enkele seconden.

“Dat is geen gewone zakenman.”

“Wie is hij?”

“Voormalig financieel adviseur van verschillende grote bedrijven.”

“En nu?”

Hij keek me recht aan.

“Niemand weet waar hij is.”

Mijn telefoon ging.

Een onbekend nummer.

Ik nam op.

“Eva.”

Die stem.

Dezelfde stem als eerder.

“Je hebt de foto gevonden.”

Ik draaide me langzaam om.

“Robert Meijer?”

Een korte stilte.

Toen lachte de man.

“Je bent slimmer dan je vader.”

“Waar is mijn grootmoeder?”

Hij zweeg.

Mijn hart sloeg over.

“Ze is dood,” zei ik.

“Dat is wat je altijd hebt geloofd.”

De verbinding werd verbroken.

Ik keek naar de korpschef.

“Laat onmiddellijk het graf van mijn grootmoeder controleren.”

Hij pakte zijn telefoon.

“Waarom?”

Ik keek naar de rode envelop.

“Omdat ik denk dat mijn grootmoeder ons twintig jaar geleden al heeft gewaarschuwd.”

Op dat moment kwam er een rechercheur de kamer binnen rennen.

“Mevrouw!”

“Wat?”

“We hebben iets gevonden in de kelder.”

Hij hield een kleine metalen doos omhoog.

Mijn handen werden koud.

Op de voorkant stond één naam.

EVA.

Ik opende de doos.

Er lag een oude sleutel in.

Een USB-stick.

En een brief.

Ik vouwde hem open.

Er stond slechts één zin:

“Als je dit leest, betekent het dat je vader niet de gevaarlijkste man bent.”

Ik keek naar de korpschef.

Toen hoorde ik beneden een deur dichtslaan.

Iedereen verstijfde.

De rechercheurs trokken hun wapens.

Ik liep langzaam naar de trap.

Maar voordat ik beneden kwam, klonk er een stem uit de donkere hal.

“Goedenavond, Eva.”

Ik herkende de stem.

Robert Meijer stond in mijn huis.