DE SCHADUW BRIEVEN VAN GOUDA
News Story

DE SCHADUW BRIEVEN VAN GOUDA

6 weergaven

Ik dacht geen seconde na. Met een kracht waarvan ik niet wist dat ik die nog in me had, dook ik op de leren map die op de grond lag. Mijn vingers klemden zich vast om het oude leer en ik trok hem tegen mijn borst aan alsof het een kostbaar juweel was.

De man op de grond brulde van woede en sloeg wild om zich heen. Hij gooide Julian met een onverwachte kracht van zich af. Julian buitelde achterover en botste met zijn schouder hard tegen de muur van de wasmachine, waarbij hij kreunde van de pijn. De indringer krabbelde overeind, zijn gezicht vertrokken van blinde drift. Hij had geen oog meer voor de documenten; zijn blik was nu volledig gericht op wraak.

"Oud mannetje!" gierde hij, terwijl hij een stap zette in de richting van Julian, die moeite had om overeind te komen. "Jij had allang dood moeten zijn op die bodem van de IJssel!"

Mijn adem stokte in mijn keel. Als hij Julian nu iets aandeed...

Met een snelle beweging greep ik het zware, stenen vijzelblok dat al jaren op het aanrecht stond. Voordat de man Julian kon bereiken, tilde ik het met beide handen op en liet het met een doffe klap op de vloer vallen vlak voor zijn voeten. Het lawaai galmde door het hele huis.

De man schrok zo hevig van de onverwachte actie dat hij abrupt stopte en achteruitdeinsde. In datzelfde moment hoorden we buiten op de oprit de gierende banden van een tweede voertuig, gevolgd door het felle schijnsel van blauwe zwaailichten die door de regen en de ramen naar binnen dansten.

"Politie! Handen omhoog! Blijf waar je bent!" klonk een luide luidsprekerstem vanaf de straat.

De indringer verstijfde. Hij keek naar de voordeur, waar nu ook het geluid van harde laarzen en stemmen te horen was. De versterking van het politiekorps Gouda was gearriveerd. Zonder nog een woord te zeggen, maakte de man rechtsomkeert, sprong door de openstaande achterdeur naar buiten de regen in en verdween in de donkere polder, achterna gezeten door de opgewonden honden en de felle zaklampen van de agenten.

In de bijkeuken viel een diepe, zware stilte, onderbroken door het zware hijgen van Julian en mijzelf.

Julian lag half tegen de wasmachine aangeleund, zijn gezicht bleek, zijn handen trillend. Ik liet de leren map op de grond vallen, liep op hem af en zakte door mijn knieën naast hem.

"Julian... ga je wel?" vroeg ik met een snikkende stem, terwijl ik zijn schouder ondersteunde. "Leef je nog?"

Hij glimlachte zwakjes, hoewel er bloed langs zijn kin liep van een schram. "Ja, Elizabeth... ik leef nog. Na al die jaren... ben ik eindelijk thuis."

---