De man deed een stap naar voren, zijn ogen priemend op mij gericht in het donkere licht van de bijkeuken. De leren map met de aktes klemde hij stevig onder zijn arm. Mijn harthamerde tegen mijn ribbenkast; elke ademhaling voelde als het inslikken van glasscherven. Ik wist dat ik geen kant op kon. De achterdeur stond op een kier achter me, maar de regen en de modderige oprijlaan boden geen enkele uitweg als hij me zou achtervolgen.
"Wie ben jij? Wat moet je met die papieren?" riep ik, en hoewel mijn stem trilde, probeerde ik zoveel mogelijk waardigheid te behouden.
De man lachte schamper. Een hard, koel geluid dat door de kleine ruimte galmde. "Wat ik ermee moet? Wat denk je zelf, vrouwtje? Die grond in Gouda waar jullie huis op staat, en de gronden daaromheen, zijn al dertig jaar onderwerp van een juridisch steekspel. Jouw overleden man Gerard heeft die boel destijds netjes op papier van zijn broer afgetroggeld met valse handtekeningen en bedreigingen. En nu de oude notaris dood is, dacht je zeker dat het voor eeuwig begraven zou blijven?"
De woorden troffen me als een mokerslag. Het ging dus niet alleen om familievetes en de vraag wie Kees' echte vader was. Het ging om geld. Om miljoenen euro's aan grondbezit rond de uitbreidingsplannen van Gouda, waar projectontwikkelaars al decennia hun tanden in wilden zetten. Gerard had zijn eigen broer verraden, niet alleen uit jaloezie om de liefde, maar uit pure vraatzucht om het geld.
"Gerard was... een monster," fluisterde ik verslagen.
"Een slimme zakenman, noemde men dat," snauwde de man, terwijl hij zijn hand in de zak van zijn jas stak en een metalen voorwerp tevoorschijn haalde – een klein, dreigend taserenachtig apparaat dat in het donker venijnig blauw oplichtte. "En jij gaat nu heel rustig meewerken, mevrouw Van Dijk. Je zet je handtekening onder de volmacht waarmee de grond per direct wordt overgedragen aan onze opdrachtgever, en dan laten we je met rust. Anders..."
Voordat hij zijn zin kon afmaken, klonk er een doffe klap vanuit de gang achter hem.
De man wilde zich omdraaien, maar het was te laat. Uit het donker verscheen Julian als een duivel in een doosje. Met een ferme, welgemikte trap tegen de rug van de indringer stuurde hij de man uit balans. De man struikelde over de drempel, liet de leren map vallen en smakte met zijn gezicht hard tegen de linoleum vloer van de bijkeuken. Het metalen apparaat gleed uit zijn hand en schoof weg onder de koelkast.
"Snel, Elizabeth! Pak die map!" schreeuwde Julian, terwijl hij erbovenop dook om de man in de bedwang te houden.
---






