Het felle licht van de koplampen sneed dwars door de regen en verblindde ons tijdelijk. Ik hield mijn hand voor mijn ogen en kneep ze stijf dicht tegen de scherpe gloed. De motor gierde in een te hoge versnelling; het geluid van wielen die grip zochten op de kletsnatte kiezels ging door merg en been.
"Wie is dat?!" riep ik boven het geraas uit, terwijl ik Julian instinctief bij zijn mouw greep. De onverwachte angst voor een nieuwe confrontatie nam het over van de shock over Julian's onthulling.
Julian trok me met een krachtige beweging achter de beschutting van de dikke taxushaag, vlak bij de achterom van het huis. Zijn ogen scanden de oprijlaan met een snelle, alerte blik. "Blijf hier," siste hij zacht. "Dit is geen toeval. Iemand volgt ons al de hele dag."
Uit de mist dook een zwarte stationwagen op. De auto kwam met een bruuske rembeweging tot stilstand vlak naast de plek waar zojuist nog de verhuiswagen van Kees had gestaan. De deuren vlogen open. Twee gedaantes in donkere regenjassen sprongen eruit. Door de stromende regen kon ik hun gezichten niet goed onderscheiden, maar aan hun houding en de snelle, doelgerichte manier waarop ze handelden, zag ik dat ze niet kwamen om een praatje te maken.
Eén van hen liep direct naar de voordeur, terwijl de andere met een zaklamp in de hand de tuin begon te doorzoeken. Het licht van de zaklamp schijnt wild over het grasveld, de bloembedden en de oude fruitbomen. Het scheerde rakelings langs onze schuilplaats.
"Ze zoeken de doos," fluisterde Julian strak in mijn oor. Zijn adem was warm tegen mijn koude hals. "De echte doos met documenten, Elizabeth. Niet de vervalste brieven die Kees in handen heeft gekregen via het notariskantoor, maar het originele dossier van de landaankoop en de bankrekeningen uit 1980. Als zij dat vinden, is er geen bewijs meer over van wat Gerard heeft gedaan."
Mijn hart bonkte in mijn keel. "Maar... hoe wisten ze dat ik hier was? En hoe wisten ze van het notariskantoor?"
"Omdat Sophie niet de enige was die op dat kantoor werkte," antwoordde Julian grimmig. "Er is iemand binnen het notariskantoor die al tijden samenwerkt met de persoon die ons leven kapot wil maken. Iemand die destijds ook van de afspraak tussen Gerard en mij wist."
Terwijl we daar in de koude regen stonden te bibberen, hoorden we aan de kant van het huis een luide kreet. Het was de stem van de man die de voordeur had gecontroleerd.
"De deur is open!" riep hij naar zijn compaan. "Ze is net weg of ze is nog binnen! Zoek het hele huis door!"
De zware voordeur van mijn geliefde huis werd met een harde trap geforceerd. Het hout kraakte en versplinterde; het geluid sneed door mijn ziel. Mijn veilige plek, waar ik al meer dan veertig jaar woonde, waar ik Kees had grootgebracht en waar ik dacht dat de spoken uit het verleden nooit zouden komen, werd binnengevallen door vreemden.
Julian keek me aan. In zijn ogen lag een vastberadenheid die ik lang niet had gezien. Hij greep me vast bij mijn schouders en sprak met een dringende, bijna smekende stem:
"Elizabeth, luister heel goed naar me. De achterdeur van de bijkeuken is niet op slot. We moeten naar binnen, voor ze de studeerkamer bereiken. Daar ligt het laatste originele bewijsstuk... het testament van je vader, waarin precies staat wie de rechtmatige eigenaar is van de grond in Gouda. Als zij dat vinden, verliezen we alles."
---






