De gangen van de Intensive Care-afdeling van het Amphia Ziekenhuis waren stil, op het constante, ritmische bliep-geluid van de hartmonitoren na. De geur van ontsmettingsmiddel was zo sterk dat het achter in mijn keel brandde.
Ik zat op een plastic stoel naast het bed van Lars.
Hij zag er zo kwetsbaar uit. Slangen liepen in zijn neus en armen. Een beademingsbuis stak uit zijn mond, en zijn borstkas ging op en neer op het mechanische ritme van de machine. Het gezicht van de krachtige, volwassen man van vijfendertig jaar leek ineens weer op dat van het kleine jongetje dat ik dertig jaar geleden na een nare droom in mijn armen in slaap wiegde.
Ik pakte zijn grote, eeltige hand vast. Zijn huid voelde koud aan.
"Lars..." fluisterde ik, terwijl ik mijn voorhoofd tegen zijn hand drukte. "Je moet wakker worden, hoor je me? Je mag me niet alleen laten in deze ellende. We moeten dit samen oplossen."
De deur van de kamer ging zachtjes open. Ik keek op.
Het was Lotte.
Ze droeg een simpele spijkerbroek en een oversized trui. Haar ogen waren rood en gezwollen, haar gezicht dof en kleurloos. Naast haar stond Thomas, die stil bij de deur bleef wachten om ons privacy te geven.
Lotte stapte langzaam naar het bed. Ze keek naar haar broer, en daarna naar mij. Er lag een onmetelijke diepte van verdriet in haar blik.
"Hoe gaat het met hem?" vroeg ze hees.
"Hij stabiliseert," antwoordde ik. "De artsen zeggen dat ze hem morgen langzaam uit de coma gaan ontwaken."
Lotte liet zich op de stoel aan de andere kant van het bed zakken. Ze pakte de andere hand van Lars vast en liet haar hoofd op de rand van het matras rusten. De stilte tussen ons duchtig en zwaar.
"Papa..." zei ze na een hele poos. "Is het waar? Wat mama op het politiebureau heeft gezegd?"
Ik knikte langzaam. "Het is waar, Lotte. Lucas ligt achter de zaak. En Lars... Lars is niet mijn biologische zoon. En niet die van mama."
Lotte begon zachtjes te snikken. "Hoe kon ze dit doen, papa? Hoe kon mama al die jaren tegen ons lachen, kerstmis vieren, ons knuffelen... terwijl ze wist dat oom Lucas onder de grond lag? En terwijl ze wist dat Lars van een vreemde was gekocht?"
"Ze was bang, Lotte," zei ik, hoewel ik het mezelf nauwelijks kon verkopen. "Ze raakte haar eerste baby kwijt. Victor Van de Ven chanteerde haar. En toen Karel Lucas dood sloeg... zakte ze dieper en dieper in het moeras. Soms beginnen leugens klein, en worden ze zo groot dat je er niet meer uit kunt stappen zonder alles te verwoesten."
"Ze héÉFT alles verwoest!" riep Lotte uit, met een plotselinge vlaag van woede. "Mijn huwelijk! Mijn herinneringen! Mijn hele jeugd voelt als een grote theatershow!"
"Je broer ligt hier, Lotte," zei ik zacht, wijzend op Lars. "Hij heeft dit niet gekozen. Hij is het grootste slachtoffer van dit alles. Hij heeft vijfendertig jaar geleefd met het gevoel dat er iets mis met hem was, zonder dat hij wist wat. Dat litteken op zijn rug... hij werd erom gepest op school. En wij zeiden altijd dat het niks was."
Lotte keek naar Lars. Haar woede leek langzaam te smelten, veranderend in de zuivere liefde die ze altijd voor haar grote broer had gevoeld.
"Hij blijft mijn broer," fluisterde ze, terwijl ze zijn hand steviger vastgreep. "Het maakt me niet uit waar hij vandaan komt. Hij is mijn broer."
"En hij is mijn zoon," herhaalde ik vastberaden.
Rond drie uur 's middags kwam er een rechercheur de kamer binnen. Het was niet De Jong, maar een jongere vrouwelijke rechercheur genaamd Van der Meer. Ze wenkte me om mee naar buiten te komen.
Ik stond op en liep de gang op. "Is er nieuws?"
"Meneer Van Vliet," zei rechercheur Van der Meer met een ernstig gezicht. "We zijn bezig met het onderzoek naar de herkomst van Lars. Via Interpol hebben we contact opgenomen met de Franse autoriteiten in Lille."
Mijn hart begon sneller te kloppen. "En? Hebben jullie iets gevonden?"
"Het stempel op het litteken en de documenten die we in de woning van Lars hebben aangetroffen... ze komen overeen met een illegaal kindertehuis dat in 1991 door de Franse politie is opgerold," zei ze. "We hebben in de oude archieven een vermist-kind-dossier gevonden uit oktober 1989."
Ik hield mijn adem in. "Een vermist kind?"
"Een baby van drie weken oud, gestolen uit een ziekenhuis in Arras, Noord-Frankrijk," ging ze verder. "De biologische moeder leeft nog, meneer Van Vliet. Haar naam is Hélène Dubois. En ze zoekt al vijfendertig jaar naar haar zoon."
---
# DE SCHADUW OP HET HUWELIJK (DEEL 8)





