Drie maanden later.
Het Franse platteland rondom Arras lag er goudgeel bij in de vroege hoogzomer. De velden met zonneloemen strekten zich uit zover het oog reikte.
Ik reed in mijn wagen over de rustige binnenwegen. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik naar Frankrijk reas om Lars te bezoeken. Sinds de verkoop van de houthandel en de definitieve echtscheiding van Astrid, had ik een klein huisje gekocht aan de rand van de Mastbos in Breda. Ik wandelde veel, las boeken en probeerde mijn leven een nieuwe invulling te geven.
Lotte was weer aan het werk als onderwijzeres. Zij en Thomas hadden hun relatie weten te redden door de storm heen; de gedeelde ellende had hen juist dichter bij elkaar gebracht.
Ik sloeg af bij een oud, witgepleisterd landhuisje met blauwe luiken vlak buiten het dorpje Saint-Pol-sur-Ternoise. Dit was het huis van Hélène Dubois.
Toen ik de oprijlaan opreed, zag ik twee figuren in de tuin staan.
Lars was bezig met het repareren van een houten veranda aan het huis. Hij droeg een korte broek en een t-shirt, zijn huid was gebruind door de Franse zon en hij zag er fitter en gezonder uit dan ik hem in jaren had gezien. Naast hem stond Hélène, die hem een glas koude limonade aanreikte. Ze lachten samen om iets.
Mijn hart vulde zich met een vreemde, warme rust.
Toen Lars mijn auto hoorde, legde hij zijn hamer neer en zwaaide enthousiast. "Pap!"
Ik stapte uit de auto. Lars kwam op me af en gaf me een stevige omhelzing. Hij rook naar vers gezaagd hout en zonnebrandcrème — een combinatie die me meteen vertrouwd voorkwam.
"Je ziet er goed uit, jongen," zei ik glimlachend.
"Het Franse leven bevalt me wel," lachte Lars. "Ik help Hélène met het onderhoud van het huis, en 's avonds probeer ik de taal onder de knie te krijgen. Mijn zussen komen vanavond ook eten."
Hélène stapte naar voren en reikte me gastvrij de hand. "Welcome, Hendrik. It is so good to see you."
"Merci, Hélène," zei ik met mijn gebrekkige Frans.
Die avond zaten we met z'n allen aan een lange tafel in de tuin. De twee halfzusses van Lars — Camille en Chloé — waren er met hun gezinnen. Het gelach, het klinken van glazen wijn en de heerlijke geuren van het Franse eten vulden de warme zomeravond.
Lars zat aan het hoofd van de tafel. Hij praat honderduit, soms in het Engels, soms in het Frans, en als hij het niet meer wist vulde hij het aan met Nederlands.
Ik keek naar hem en besefte hoeveel hij veranderd was. De duistere, gesloten jongeman die zes maanden geleden met een zwarte tape op het podium van Landgoed De Rosep stond, was verdwenen. De schaduw die op zijn ziel had gedrukt — het onverklaarbare gevoel dat hij niet thuishoorde in zijn eigen leven — was opgelost. Hij wist nu wie hij was. Hij had twee families, twee verhalen, maar hij was eindelijk één geheel geworden.
Na het eten liepen Lars en ik samen naar de rand van het perceel, uitkijkend over de donker wordende zonnebloemvelden.
"Hoe is het met mama?" vroeg Lars zacht, voor het eerst die dag refererend aan Astrid.
"Ik heb haar vorige week opgezocht in de gevangenis van Nieuwersluis," antwoordde ik eerlijk. "Ze heeft de echtscheidingspapieren getekend. Ze zoekt geen ruzie meer. Ze accepteert haar straf. Ze vroeg hoe het met jou ging."
Lars keek naar de horizon. "Wat heb je gezegd?"
"Ik heb haar verteld dat je gelukkig bent," zei ik. "Dat je je plek hebt gevonden."
Lars zweeg even. Hij trok zijn shirt een klein stukje opzij en keek naar de plek waar de kogelwond zat, vlak boven het oude litteken op zijn rug.
"Ik haat haar niet meer, Hendrik," zei hij hees. "Dat heeft me veel tijd gekost om te kunnen zeggen. Maar haat is te zwaar om mee rond te dragen. Wat ze heeft gedaan was fout en crimineel... maar ze heeft me dertig jaar lang liefde gegeven. Die liefde heeft me gevormd tot de man die ik nu ben. Anders had ik dit nooit overleefd."
Ik legde mijn hand op zijn schouder. "Dat is een heel volwassen inzicht, Lars."
"Ik ga haar schrijven," zei Lars. "Een brief. Niet om te zeggen dat alles vergeven is... maar om haar te vertellen dat ik leef. En dat ze de hoop niet op hoeft te geven."
---
# DE SCHADUW OP HET HUWELIJK (DEEL 14)





