Mijn hart bleef vrijwel stilstaan. Midden in de opluchting van de geboorte van mijn dochter drong de ijskoude realiteit van het gevaar weer tot me door. Ik hield de kleine Maya krampachtig tegen mijn blote borst gedrukt, wikkellend in de warme doek. Ze was zo teer, zo kwetsbaar, en de man die haar vader had moeten beschermen stond nu buiten met een groep gewapende mannen.
"Hoe hebben ze ons gevonden?" fluisterde dr. Sterling paniekerig terwijl ze snel haar medische spullen opruimde. "Niemand kende deze locatie!"
Gaston keek strak naar de auto buiten. "De zilveren sedan van dr. Sterling. Ze hebben waarschijnlijk een gps-tracker onder haar auto geplaatst toen ze bij het ziekenhuis of de kapel stond."
Buiten klonk de harde, kille stem van Caleb door een megafoon, versterkt door de gure nachtlucht: "Eleanor! Ik weet dat je daarbinnen bent! En ik weet dat dr. Sterling bij je is! Geef het op. Het bos is omsingeld. Er is geen vluchtweg meer!"
Ik keek naar het plafond van de houten hut. Mijn lichaam was uitgeput, elke spier deed pijn van de bevalling, maar mijn geest was scherper dan ooit. Het instinct van een moeder die haar kind moet beschermen ontwaakte met een verwoestende kracht in mij.
"Wat wil je, Caleb?" schreeuwde Gaston door het gesloten luik terug.
"Ik wil mijn echtgenote en mijn kind!" riep Caleb. "En ik wil die USB-stick en alle medische dossiers die Sterling bij zich heeft! Als je binnen twee minuten naar buiten komt, Eleanor, beloof ik dat niemand gewond raakt. Als je weigert... dan steken we deze houten keet gewoon in de fik. Bedenk goed wat dat betekent voor die baby van je!"
Dr. Sterling sloeg een hand voor haar mond. "Hij is krankzinnig geworden. Hij gaat over lijken."
"Hij is wanhopig," verbeterde ik haar met een ijzige stem. Ik keek Gaston aan. "Gaston, is er een kelder of een uitgang aan de achterkant?"
"Er is een oude luik naar de kruipruimte onder de vloer," zei Gaston zachtjes. "Het leidt naar een afvoerkanaal dat honderd meter verderop in een ravijn uitkomt. Het is smal, vuil en koud, maar het is een vluchtroute."
"Jij en dr. Sterling nemen Maya mee door dat luik," beval ik.
Dr. Sterling keek me ontzet aan. "Wat? En jij dan?!"
"Ik kan nu niet kruipen, Sterling. Mijn lichaam haalt dat niet na de bevalling," zei ik resoluut, hoewel het doorsnijden van mijn eigen hart voelde om mijn pasgeboren kind af te staan. "Ik ga naar buiten. Ik leid Caleb af. Ik zorg dat alle aandacht op mij is gericht zodat jullie weg kunnen komen."
"Eleanor, nee! Hij vermoordt je!" zei Gaston.
"Nee, dat doet hij niet," antwoordde ik stellig. "Hij heeft mijn levende handtekening nodig om toegang te krijgen tot de hoofdrekeningen en de trust. Zolang hij denkt dat ik de documenten nog moet ondertekenen, ben ik waardevol voor hem. Maar Maya... Maya moet in veiligheid worden gebracht."
Ik keek naar mijn kleine meid. Ik drukte mijn lippen op haar zachte voorhoofd en prevelde een stil gebed. "Neem haar mee naar meneer Harlan. Hij weet wat hij moet doen."
Met een bloedend hart overhandigde ik het baby'tje aan dr. Sterling. De arts knikte met tranen in haar ogen. Gaston tilde een zwaar houten luik in de hoek van de kamer op. Een donkere, vochtige opening werd zichtbaar. Gaston hielp de dokter erin, nam nog één keer afscheid met een bezorgde blik en sloot het luik voorzichtig achter hen. Ze bedekten het luik met een oud kleed.
Ik haalde diep adem. Ik veegde het zweet van mijn voorhoofd, fatsoeneerde mijn kleding zo goed en zo kwaad als het ging, en steunde op de houten tafel om overeind te krabbelen. Elk gewricht in mijn lichaam schreeuwde van de pijn, maar ik richte mijn rug.
Ik liep langzaam naar de voordeur, ontgrendelde de zware grendel en gooide de deur wijd open.
De snijdende wind en de regen sloegen in mijn gezicht. Felle koplampen verblindden me. Buiten stonden drie zwarte wagens opgesteld in een halve cirkel. Caleb stond in het midden, gekleed in een lange zwarte mantel, met een pistool in zijn hand. Naast hem stond Viktor, samen met twee andere gewapende mannen.
Toen Caleb mij alleen op de drempel zag staan, veranderde zijn gezicht van woede naar verwarring. Hij keek naar mijn buik, die nu plat was onder mijn natte jurk.
"Waar is het kind?" snauwde hij, terwijl hij een stap naar voren zette. "Waar is de baby, Eleanor?!"
Ik keek hem recht in de ogen aan, liet een flauwe glimlach zien en zei met een stem die doordrenkt was van minachting: "Die is op een plek waar jij haar nooit meer van je leven zult aanraken, Caleb."
Calebs ogen verstijfden van woede. Hij riep naar Viktor: "Doorzoek dat huis! Neem iedereen te grazen die je daarbinnen vind!"
Viktor en zijn mannen stormden langs mij heen de hut binnen. Maar ik wist dat ze te laat waren. Gaston en dr. Sterling waren al verdwenen in het duister van het ondergrondse kanaal.
Caleb kwam vlak voor me staan. Hij greep me hard bij de bovenarm, zijn vingers knepen zo diep in mijn vlees dat het blauwe plekken zou achterlaten. "Je denkt dat je slim bent, nietwaar? Je denkt dat je me hebt verslagen met het testament van je vader?"
"Ik denk het niet, Caleb," fluisterde ik dicht bij zijn gezicht. "Ik wéét het."
Caleb haalde diep adem, zijn ogen glinsterden van pure waanzin. Hij trok me mee richting zijn auto. "We zullen zien wie er wint, Eleanor. Je gaat nu mee naar het hoofdkantoor. En je gaat tekenen. Of je het leuk vindt of niet."
Toen hij me in de achterbank van zijn wagen duwde, zag ik in de zijspiegel een klein lichtflitsje ver in het bos — het signaal van Gaston dat Maya veilig het ravijn had bereikt. Ik sloot mijn ogen en haalde opgelucht adem. De strijd was nog niet voorbij, maar mijn dochter was vrij.
---






