DEEL 5 — DE LEUGEN VAN MIJN OOM
Ik staarde naar Erik.
“Je hebt tegen mijn vader gelogen?”
Hij keek naar de grond.
“Ja.”
De politieagent kwam een stap dichterbij.
“Wat hebt u hem precies verteld?”
Erik antwoordde niet meteen.
Buiten stond Sophie nog steeds naast de zwarte auto. De onbekende man naast haar keek recht naar het huis.
Alsof hij wachtte.
Alsof hij wist dat we over hem praatten.
“Erik,” zei ik opnieuw. “Wat heb je tegen papa gezegd?”
Hij haalde diep adem.
“Ik vertelde hem dat je moeder een andere man had.”
Mijn mond viel open.
“Dat was niet waar?”
“Nee.”
“Waarom zou je dat doen?”
“Omdat ik wilde dat hij haar zou wantrouwen.”
“Waarom?”
Hij keek naar mij.
“Om hem weg te houden van een bepaalde rekening.”
“Welke rekening?”
“Een rekening waarop een deel van zijn vermogen stond.”
Ik voelde mijn hoofd duizelen.
“Dus je hebt mijn vader tegen mijn moeder opgezet om geld te beschermen?”
“Nee.”
“Wat dan?”
“Om het geld voor mezelf te beschermen.”
De kamer werd muisstil.
De agent keek hem scherp aan.
“Dat klinkt niet bepaald beter.”
Erik knikte langzaam.
“Ik weet het.”
“Hoeveel geld?”
“Ongeveer vierhonderdduizend euro.”
Ik keek hem aan.
“Je hebt mijn vader bedrogen voor vierhonderdduizend euro?”
“Het was ingewikkelder.”
“Alles is altijd ingewikkelder wanneer iemand probeert zijn schuld te verbergen.”
Erik zei niets.
Ik voelde woede in mijn borst opbouwen.
Jarenlang had ik gedacht dat mijn vader en mijn oom simpelweg uit elkaar waren gegroeid.
Ik had nooit geweten waarom.
Nu begon alles samen te vallen.
De ruzies.
De afstand.
De stilte tijdens familiediners.
Mijn moeder die altijd zei dat mijn vader “moeilijk” was geweest.
En Erik die na zijn dood nauwelijks nog over hem sprak.
“Maar waarom zou mijn moeder meedoen?” vroeg ik.
Erik keek naar mij.
“Omdat zij ook iets wist.”
“Wat?”
“Dat je vader een tweede testament had.”
Ik keek naar de sleutel.
“Kluis 17.”
Hij knikte.
“Je vader wilde dat jij alles zou erven.”
“Alles?”
“Niet letterlijk alles. Maar het grootste deel.”
“En mijn moeder?”
“Bijna niets.”
Ik voelde een steek in mijn borst.
“Daarom heeft ze me jarenlang klein gehouden.”
Erik antwoordde niet.
“Daarom wilde ze weten hoeveel geld ik had.”
Nog steeds niets.
“Daarom wilde ze toegang tot mijn bankrekening.”
Erik keek eindelijk op.
“Ja.”
Mijn stem werd zachter.
“En daarom hebben jullie mijn huis leeggehaald.”
“Ze wilde documenten zoeken.”
“Welke documenten?”
“Een kopie van het tweede testament.”
Ik keek naar de lege slaapkamer.
Mijn moeder had niet alleen naar waardevolle spullen gezocht.
Ze had naar bewijs gezocht.
Plotseling begreep ik waarom mijn kleding over de vloer lag.
Waarom alle laden waren geopend.
Waarom zelfs mijn oude dozen waren doorzocht.
“Ze dacht dat ik het testament thuis had.”
“Ja.”
“Maar jij wist waar het lag.”
“Ja.”
“Waarom heb je het haar niet gegeven?”
Erik keek me recht aan.
“Omdat je vader me op zijn sterfbed iets liet beloven.”
“Wat?”
“Dat ik jou zou beschermen als iemand je ooit probeerde te beroven.”
Ik lachte bitter.
“Je hebt mijn vader voorgelogen en daarna beloofd mij te beschermen?”
“Ja.”
“Dat is nogal een slechte manier om iemand te beschermen.”
Hij knikte.
“Dat verdien ik.”
Op dat moment klonk er een harde klop op de voordeur.
Sophie.
“Lotte!”
De agent ging voor de deur staan.
“Blijf buiten.”
“Dit gaat mijn familie aan!”
“Dan kunt u buiten blijven totdat we klaar zijn.”
Sophie begon te schreeuwen.
“Lotte, je weet niet wat je doet!”
Ik liep naar de deur.
“Waarom ben je hier?”
“Om met je te praten.”
“Waarover?”
“Over mama.”
“Wat heeft mama nu weer gedaan?”
Sophie keek naar Erik.
Haar gezicht veranderde.
“Hij is hier.”
“Dat zie je.”
“Lotte, luister naar me. Je moet hem niet vertrouwen.”
Ik keek naar Erik.
“Dat is interessant.”
Sophie slikte.
“Hij heeft papa verraden.”
“Dat zegt hij zelf.”
“Hij heeft tegen hem gelogen.”
“Dat weet ik.”
“Dan weet je ook dat hij gevaarlijk is.”
Erik lachte zacht.
“Jij zou het moeten weten.”
Sophie keek hem woedend aan.
“Hou je mond.”
Ik zag het.
Die blik.
De angst.
Sophie was niet boos omdat Erik loog.
Ze was bang omdat hij wist wat er werkelijk was gebeurd.
Ik opende de deur op een kier.
“Wie is de man bij je?”
Sophie keek achterom.
De onbekende man stond nog steeds bij de auto.
“Dat is een advocaat.”
“Van wie?”
Ze aarzelde.
“Van mama.”
“Waarom heeft mama een advocaat nodig?”
“Voor het geval dit uit de hand loopt.”
Ik keek naar de agent.
Hij begreep het ook.
“Ze waren voorbereid,” zei hij.
Sophie keek naar mij.
“Lotte, mama wil geen ruzie.”
“Ze heeft mijn huis leeggehaald.”
“Ze was bang.”
“Ze heeft geld van mijn rekening laten halen.”
“Ze dacht dat het van haar was.”
“Ze heeft een valse volmacht gebruikt.”
Sophie werd bleek.
“Dat weet ik niet.”
“Je weet het wel.”
Ze keek weg.
“Waar is het document?” vroeg ik.
“Welk document?”
“De originele volmacht.”
Sophie zweeg.
Dat was antwoord genoeg.
De agent zei:
“Mevrouw De Vries, u kunt beter niets meer zeggen zonder juridisch advies.”
Sophie draaide zich om.
Maar voordat ze naar haar auto liep, keek ze nog één keer naar mij.
“Lotte…”
Ik wachtte.
“Als je naar kluis 17 gaat, vernietig je onze familie.”
Ik antwoordde:
“Jullie hebben die familie al vernietigd.”
Ze liep weg.
De onbekende man bleef nog even staan.
Toen stapte hij in de auto.
De auto reed weg.
Ik draaide me om naar Erik.
“Nu ga ik naar kluis 17.”
Hij knikte.
“Maar niet alleen.”
“Met jou?”
“Nee.”
Hij pakte zijn telefoon.
“Ik bel iemand die je vader vertrouwde.”
“Wie?”
Hij keek naar mij.
“De notaris die het tweede testament heeft opgesteld.”
Mijn hart sloeg over.
“Die bestaat nog?”
“Ja.”
“En waarom heeft mijn moeder haar naam op het valse document gezet?”
Erik keek naar de map.
“Omdat ze wist dat jij haar zou vertrouwen.”
Naomi belde opnieuw.
Ik nam op.
“Lotte,” zei ze haastig, “we hebben een probleem.”
“Wat?”
“De bank heeft zojuist een oud dossier gevonden.”
“Welk dossier?”
“Een aanvraag voor een nieuwe rekening.”
“Op mijn naam?”
“Ja.”
“Wanneer?”
“Zes maanden geleden.”
Ik keek naar Erik.
“Maar ik heb geen nieuwe rekening geopend.”
“Ik weet het.”
“Wie heeft dat dan gedaan?”
Naomi zweeg.
Toen zei ze:
“De aanvraag is digitaal ondertekend met jouw identiteit.”
Mijn handen werden koud.
“Wie was de contactpersoon?”
Naomi antwoordde:
“Erik de Vries.”
Ik draaide me langzaam naar mijn oom.
Hij stond roerloos.
“Erik…”
Hij keek me aan.
“Ik kan het uitleggen.”
“Wanneer heb je die rekening geopend?”
Hij zei niets.
“Wanneer?”
“Zes maanden geleden.”
“Waarom?”
“Om je geld te beschermen.”
“Welk geld?”
Hij keek naar mij.
“Het geld waar je vader je nooit over heeft verteld.”
Mijn hart bonsde.
“Hoeveel?”
Erik keek naar de politieagent.
Toen naar mij.
“€1.875.000.”
Ik kon niets zeggen.
Maar Naomi sprak nog voordat ik kon reageren.
“Lotte, er is nog iets.”
“Wat?”
“Die rekening is vandaag leeggehaald.”
Mijn adem stokte.
“Door wie?”
Naomi antwoordde:
“Door iemand die zojuist jouw woning heeft verlaten.”
Ik keek naar de voordeur.
Sophie was weg.
Mijn oom stond nog steeds voor me.
En buiten was de zwarte auto al verdwenen.
Toen besefte ik iets.
Als Naomi gelijk had, was er maar één persoon die nog toegang kon hebben.
Ik keek naar Erik.
“Waar is het geld?”
Hij sloot zijn ogen.
“Bij iemand die je al die jaren dacht te kennen.”






