Mijn moeder haalde mijn hele huis leeg, maakte €600 over van mijn
News Story

Mijn moeder haalde mijn hele huis leeg, maakte €600 over van mijn

0 weergaven

DEEL 3 — DE MAN MET DE SLEUTEL

Ik kon mijn ogen niet van het beeldscherm afhalen.

Mijn oom.

Erik de Vries.

De broer van mijn vader.

Hij stond voor mijn voordeur alsof hij daar thuishoorde.

Alsof het huis van hem was.

In zijn hand zat een sleutel.

Mijn sleutel.

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Dat kan niet,” fluisterde ik.

De politieagent stopte het beeld.

“Je kent hem?”

“Hij is mijn oom.”

“Had hij een sleutel van je woning?”

“Nee.”

“Ben je daar absoluut zeker van?”

Ik knikte.

“Mijn vader had vroeger een reservesleutel. Maar nadat hij overleed, heb ik alle sloten laten vervangen.”

De agent keek naar het scherm.

“Dan is de vraag: hoe kwam je oom aan deze sleutel?”

Ik wist het antwoord niet.

Maar ergens diep vanbinnen voelde ik dat ik het antwoord niet wilde weten.

Naomi van de bank belde opnieuw.

“Lotte, ik heb nieuwe informatie.”

Ik zette haar op speaker.

“De fraudeafdeling heeft niet alleen jullie transactie onderzocht. We hebben ook gekeken naar eerdere pogingen.”

“Eerdere pogingen?”

“Ja.”

Mijn hart sloeg een slag over.

“Hoeveel?”

“Drie.”

Ik keek naar de agent.

“Wanneer?”

“De eerste was twee weken geleden. De tweede acht dagen geleden. De derde gisteren.”

“En waarom wist ik daar niets van?”

“Omdat alle drie automatisch zijn geblokkeerd.”

Ik liep langzaam naar de lege woonkamer.

“Wat probeerden ze over te maken?”

Naomi antwoordde:

“De bedragen waren klein. €250. €480. En €600.”

Ik kneep mijn ogen dicht.

Ze waren aan het testen.

Ze wilden weten hoeveel ze konden weghalen zonder dat ik het merkte.

“Maar er is meer,” zei Naomi.

Ik zweeg.

“Bij de eerste twee pogingen werd een andere rekening gebruikt. Beide rekeningen zijn inmiddels bevroren.”

“Op wiens naam?”

Naomi aarzelde.

“De eerste staat op naam van een bedrijf.”

“Welk bedrijf?”

“De Vries Vastgoedbeheer.”

Ik voelde mijn bloed koud worden.

Mijn oom had een vastgoedbedrijf.

Maar hij had nooit iets verteld over mijn woning.

“En de tweede?”

“Een privérekening.”

“Van wie?”

“Erik de Vries.”

Ik keek naar het politiebureau-agent.

“Mijn oom.”

“Ja.”

Niemand zei iets.

Toen vroeg ik:

“Wat heeft mijn oom met mijn bankrekening te maken?”

Naomi antwoordde:

“Dat proberen we nog uit te zoeken.”

De agent liep ondertussen naar het raam.

“Lotte, we moeten ook je huis verder onderzoeken.”

“Waarom?”

Hij wees naar de lege muur.

“Je moeder heeft spullen meegenomen. Maar volgens deze beelden is je oom degene die het huis heeft geopend.”

Ik keek naar de foto's die de politie had gemaakt.

Op één ervan stond mijn bureau.

De computer was verdwenen.

Mijn documenten waren verdwenen.

Maar er lag nog iets op de vloer.

Een klein metalen doosje.

Ik bukte en pakte het op.

Het was van mijn vader.

Ik herkende het onmiddellijk.

Een oud sigarettendoosje dat hij altijd gebruikte om kleine sleutels in te bewaren.

Ik had het jaren niet gezien.

“Waar komt dit vandaan?” vroeg de agent.

“Van mijn vader.”

Ik opende het.

Binnenin zat één sleutel.

Klein.

Messing.

Aan de sleutel hing een rood label.

Daarop stond slechts één nummer:

17.

Ik keek naar Naomi.

“Kun je achterhalen of mijn vader ooit een rekening of kluis met nummer 17 had?”

“Wacht even.”

Ze typte iets.

Een paar seconden later zei ze:

“Lotte…”

Haar stem veranderde.

“Wat?”

“Je vader had inderdaad een kluis.”

Mijn hart begon sneller te kloppen.

“Waar?”

“Bij een privébank in Rotterdam.”

“Bestaat die nog?”

“Ja.”

“En wie had toegang?”

Naomi zweeg.

Toen zei ze:

“Volgens de oude registratie waren jij en je oom samen gemachtigd.”

Ik voelde mijn benen slap worden.

“Maar ik heb nooit van die kluis geweten.”

“Dat kan.”

“Waarom zou mijn oom gemachtigd zijn?”

“Dat weten we nog niet.”

Ik keek opnieuw naar de sleutel.

Nummer 17.

Mijn vader had nooit over een kluis gesproken.

Niet tegen mij.

Niet tegen mijn moeder.

Niet tegen Sophie.

Waarom had hij dan een sleutel verstopt?

En waarom had mijn oom toegang?

De agent keek naar mij.

“Kun je morgen met ons mee naar Rotterdam?”

Ik knikte.

Maar voordat ik iets kon zeggen, trilde mijn telefoon.

Een onbekend nummer.

Ik nam niet op.

Het nummer belde opnieuw.

Toen kwam er een bericht.

Je moet stoppen met zoeken.

Ik staarde naar het scherm.

Nog een bericht.

Je weet niet wat je vader heeft achtergelaten.

Daarna:

En je weet al helemaal niet waarom je moeder zo bang is.

Ik keek naar de agent.

“Kunnen jullie dit nummer traceren?”

Hij pakte mijn telefoon.

“Niet meteen. Maar we kunnen het bewaren.”

Toen kwam er een derde bericht.

Dit keer slechts één foto.

Ik opende hem.

Mijn handen begonnen te trillen.

Het was een oude foto van mijn vader.

Hij zat aan een bureau.

Naast hem stond mijn oom Erik.

Tussen hen lag een stapel documenten.

Maar achter hen stond iets wat ik nog nooit eerder had gezien.

Een grote metalen kluisdeur.

Op de foto stond een datum.

12 oktober 2016.

Ik zoomde in.

Op de tafel lag een document.

En bovenaan stond mijn naam.

Ik slikte.

“Dat is mijn handtekening,” fluisterde ik.

De agent keek mee.

“Je herkent hem?”

“Ja.”

“Maar je zei dat je toen nooit iets hebt ondertekend.”

“Ik was toen negentien.”

Ik keek naar de datum.

Mijn vader leefde nog.

“Mijn vader heeft me die dag meegenomen naar Rotterdam,” zei ik langzaam.

“Waarom herinner je je dat niet?”

“Omdat…”

Ik stopte.

Plotseling herinnerde ik me iets.

Een kamer.

Een geur van koffie.

Mijn vaders hand op mijn schouder.

En een zin die hij tegen me had gezegd.

“Lotte, als er ooit iets met mij gebeurt, vertrouw dan niemand die zegt dat dit huis van jou is.”

Ik had die woorden bijna vergeten.

Maar nu kwamen ze allemaal terug.

Ik keek naar mijn oom op de foto.

Hij glimlachte naar mijn vader.

Toen keek ik naar mijn eigen handtekening op het document.

Er was iets mis.

De handtekening leek echt.

Maar de datum klopte niet.

Mijn vader had mij die dag namelijk verteld dat hij een testament voor mij had geregeld.

Geen volmacht.

Geen overdracht.

Een testament.

Ik keek naar Naomi.

“Kun je het testament van mijn vader vinden?”

“Dat kan ik proberen.”

“Doe het.”

“Lotte…”

“Alsjeblieft.”

Er viel een stilte.

Toen zei Naomi:

“Ik heb iets gevonden.”

“Wat?”

“Er bestaat inderdaad een testament.”

Mijn hart bonsde.

“Wie is de erfgenaam?”

Naomi antwoordde niet meteen.

Toen zei ze:

“Jij.”

Ik sloot mijn ogen.

“En er staat nog iets.”

“Wat?”

“Je vader heeft een aparte clausule laten opnemen.”

“Welke?”

Naomi haalde diep adem.

“Als iemand probeert je woning, bankrekening of andere bezittingen zonder jouw toestemming over te nemen, gaat een verborgen vermogen automatisch naar jou.”

Ik keek naar de lege woonkamer.

“Hoeveel?”

Naomi zweeg.

Toen zei ze:

“Volgens de documenten…”

Ze stopte.

“Lotte, ik denk dat je moeder en je oom niet jouw €600 wilden.”

“Wat wilden ze dan?”

Naomi antwoordde zacht:

“Ze waren op zoek naar iets ter waarde van bijna twee miljoen euro.”

Op dat moment hoorde ik buiten een auto stoppen.

De agent liep naar het raam.

Zijn gezicht veranderde.

“Lotte…”

“Wat?”

“Je oom is hier.”

Ik draaide me om.

Door het raam zag ik Erik uit zijn auto stappen.

Hij keek recht naar mijn huis.

Toen haalde hij langzaam zijn telefoon tevoorschijn.

Mijn telefoon trilde.

Een nieuw bericht.

Je hebt nog één kans om alles te vergeten.

Ik keek naar mijn oom.

Hij stond buiten mijn lege huis.

En voor het eerst sinds ik thuiskwam, begreep ik dat mijn moeder misschien helemaal niet de gevaarlijkste persoon in mijn familie was.