DEEL 4 — DE KLUIS VAN MIJN VADER
Ik bleef achter het raam staan en keek naar mijn oom.
Erik bewoog niet.
Hij stond gewoon naast zijn auto en keek naar mijn huis alsof hij precies wist dat ik achter het gordijn stond.
De politieagent liep naar de voordeur.
“Blijf achter mij,” zei hij.
Ik knikte.
Mijn handen waren koud.
Een paar seconden later klonk de deurbel.
Eén keer.
Toen nog een keer.
Erik wist dat we thuis waren.
De agent deed de deur niet open.
“Wie is daar?”
“Erik de Vries.”
Zijn stem klonk kalm.
Bijna vriendelijk.
“Mijn nichtje is binnen. Ik wil alleen met haar praten.”
De agent keek naar mij.
Ik schudde mijn hoofd.
“Niet alleen.”
Hij opende de deur op een kier.
“U kunt binnenkomen.”
Erik stapte naar binnen.
Hij keek langzaam rond.
Naar de lege woonkamer.
Naar de kale muren.
Naar de dozen die de politie had gebruikt om bewijs veilig te stellen.
Toen keek hij naar mij.
“Lotte.”
“Erik.”
Hij glimlachte.
“Je ziet er moe uit.”
“Jij ziet er niet bezorgd uit.”
Zijn glimlach verdween.
“Ik weet niet waar je het over hebt.”
“Je weet heel goed waar ik het over heb.”
Hij keek naar de agent.
“Is dit echt nodig?”
“U bent op camerabeelden gezien terwijl u de woning binnenging.”
Erik zuchtte.
“Ik had een sleutel.”
“Van wie?”
“Van mijn broer.”
“Je broer is al jaren dood.”
Erik keek naar mij.
“Je vader heeft me gevraagd bepaalde zaken voor de familie te regelen.”
“Welke zaken?”
Hij antwoordde niet.
Ik liep naar de tafel.
Daar lag de foto van mijn vader en Erik.
Ik legde hem voor hem neer.
“Wat is dit?”
Erik keek ernaar.
Voor het eerst zag ik iets in zijn ogen veranderen.
Angst.
Heel even.
Maar het was genoeg.
“Waar heb je die vandaan?”
“Van een onbekend nummer.”
“Wie heeft je die gestuurd?”
“Dat probeer ik juist uit te zoeken.”
Hij pakte de foto op.
Zijn vingers trilden nauwelijks zichtbaar.
“Je had dit nooit moeten zien.”
Ik keek hem recht aan.
“Dat heb ik de afgelopen dagen vaker gehoord.”
Hij legde de foto terug.
“Lotte, sommige dingen uit het verleden kunnen beter begraven blijven.”
“Mijn vader is begraven.”
“Dat bedoel ik niet.”
De kamer werd stil.
De agent keek naar hem.
“U kunt maar beter duidelijk zijn.”
Erik keek naar mij.
“Je vader had geld.”
“Hoeveel?”
“Meer dan je denkt.”
“Waar?”
“Dat is ingewikkeld.”
“Probeer het.”
Hij haalde diep adem.
“Je vader bezat aandelen, vastgoed en een aantal investeringen die nooit openbaar zijn gemaakt.”
“Waarom?”
“Omdat hij niemand vertrouwde.”
“Jou wel?”
Erik lachte bitter.
“Op een gegeven moment.”
“En daarna?”
Hij keek weg.
“Daarna veranderde alles.”
Mijn telefoon ging.
Naomi.
Ik nam op.
“Lotte, ik heb het testament volledig kunnen bekijken.”
“Vertel.”
“Je vader heeft inderdaad een verborgen vermogen nagelaten.”
Erik draaide zich onmiddellijk om.
Hij had het gehoord.
“Hoeveel?” vroeg ik.
“Volgens de documenten bedraagt de geschatte waarde ongeveer 1,9 miljoen euro.”
Mijn hart sloeg sneller.
Ik keek naar Erik.
Hij zei niets.
“Waar is het geld?” vroeg ik.
“Dat is het vreemde.”
“Wat?”
“Het staat niet op een gewone bankrekening.”
“Waar dan?”
Naomi antwoordde:
“Er is sprake van een kluis.”
Ik keek naar de sleutel in mijn hand.
Nummer 17.
“Die kluis bevindt zich in Rotterdam.”
“Dat klopt.”
“En mijn oom heeft toegang?”
“Volgens de oude registratie wel.”
Ik keek naar Erik.
“Heb jij de kluis geopend?”
Hij zei niets.
“Erik?”
Nog steeds niets.
De agent stapte naar voren.
“U kunt beter antwoorden.”
Erik keek naar mij.
“Je vader heeft mij gevraagd de kluis te beschermen.”
“En waarom wilde je dan mijn huis leegmaken?”
“Ik heb niets leeggehaald.”
“Je staat op camerabeeld.”
“Ik ben daar geweest.”
“Met een sleutel.”
“Ja.”
“En je hebt spullen meegenomen.”
“Niet voor mezelf.”
Ik voelde een koude rilling.
“Voor wie dan?”
Erik keek naar de grond.
“Voor je moeder.”
Ik lachte ongelovig.
“Dus mijn moeder heeft je gestuurd?”
“Ze was bang.”
“Waarvoor?”
Erik keek naar mij.
“Voor de waarheid.”
“Welke waarheid?”
Hij antwoordde niet.
Toen ging de deur van mijn telefoon opnieuw over.
Een onbekend nummer.
Er verscheen een bericht.
Vraag hem naar 12 oktober 2016.
Ik keek naar Erik.
“Wat gebeurde er op 12 oktober 2016?”
Zijn gezicht werd bleek.
“Wie heeft je dat verteld?”
“Niemand.”
“Lotte…”
“Wat gebeurde er?”
Hij liep naar de stoel en ging zitten.
Voor het eerst zag hij er niet uit als de man die alles onder controle had.
Hij zag eruit als iemand die al jaren bang was om één naam uit te spreken.
“Je vader ontdekte dat iemand geld uit zijn bedrijf haalde.”
“Wie?”
“Hij wist het niet zeker.”
“Maar jij wel.”
Erik keek naar de agent.
“Mag ik even alleen met mijn nichtje praten?”
“Nee.”
Erik zuchtte.
“Goed.”
Hij keek naar mij.
“Je vader dacht dat het je moeder was.”
Mijn adem stokte.
“Mijn moeder?”
“Hij ontdekte meerdere overschrijvingen naar een rekening die hij niet herkende.”
“En toen?”
“Hij confronteerde haar.”
“Wat zei ze?”
“Ze ontkende alles.”
“Geloofde hij haar?”
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Omdat hij bewijs had.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Welk bewijs?”
Erik keek naar de sleutel in mijn hand.
“Dat ligt in kluis 17.”
Ik keek naar het kleine rode label.
“Wat ligt daar?”
“Documenten.”
“Welke documenten?”
“Bankafschriften. Contracten. Een tweede testament.”
“Een tweede testament?”
Erik knikte.
“Je vader had reden om te geloven dat zijn eerste testament niet veilig was.”
Mijn mond viel open.
“Waarom zou hij een tweede testament maken?”
“Omdat iemand hem probeerde te dwingen zijn vermogen anders te verdelen.”
“Wie?”
Erik keek me recht aan.
Toen zei hij zacht:
“Je moeder.”
Ik voelde mijn benen trillen.
“Dat geloof ik niet.”
“Dat hoeft ook niet.”
“Dan laat ik het bewijs zien.”
Erik keek naar de sleutel.
“Dat is precies waarom je moeder zo bang is.”
Op dat moment kwam er buiten een auto aanrijden.
De agent keek door het raam.
Een zwarte auto stopte voor het huis.
Er stapte een vrouw uit.
Ik herkende haar onmiddellijk.
Sophie.
Maar ze was niet alleen.
Een man stapte achter haar uit.
Een man die ik nog nooit had gezien.
Erik stond abrupt op.
“Wie is dat?”
Sophie keek naar het huis.
Toen wees ze naar mijn raam.
De onbekende man keek omhoog.
En precies op dat moment glimlachte hij.
Ik voelde een koude rilling door mijn hele lichaam gaan.
Mijn telefoon trilde opnieuw.
Een bericht van hetzelfde onbekende nummer:
Ga niet naar kluis 17 met Erik.
Daaronder verscheen een tweede zin:
Hij vertelt je nog steeds niet waarom je vader hem nooit meer wilde zien.
Ik keek naar mijn oom.
“Erik…”
Hij werd stil.
“Waarom wilde mijn vader jou na 2016 nooit meer zien?”
Erik sloot zijn ogen.
En toen zei hij eindelijk:
“Omdat ik degene was die hem vertelde dat jouw moeder hem bedroog.”
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
Maar voordat ik kon reageren, voegde hij er één zin aan toe:
“En ik heb hem daarna nooit verteld dat ik tegen hem had gelogen.”






