Deel 3: Aankomst en het Eerste Spoor
De landing op de geheime landingsstrip nabij de stad verliep geruisloos. Binnen twintig minuten stond er een zwarte, gepantserde terreinwagen klaar, geregeld via via door een oude legermaat die nog schuldslagen bij me open had staan. Ik nam plaats achter het stuur. De Jong en Bakker zaten achterin met hun uitrusting uit het zicht opgeborgen. Ons eerste doel was niet het landhuis van Ryan of zijn zussen, maar het stadsziekenhuis waar Elise lag. Ik moest haar zien, haar stabiliteit controleren en, belangrijker nog, die opname veiligstellen voordat iemand anders erbij kon komen.
Toen ik de ziekenhuiskamer binnenstapte, hing er een steriele, kille geur van ontsmettingsmiddel. Elise lag daar, haar kleine lichaampje bijna volledig verborgen onder witte lakens. Haar arm en linkerbeen zaten in het gips, en op haar gezicht waren nog vage, blauwe plekken zichtbaar die de verpleegkundigen met foundation hadden geprobeerd te verbergen voor onoplettende bezoekers. Toen ze de deur hoorde openzwaaien, draaide ze haar hoofd langzaam naar mij toe. Grote, angstige ogen keken me aan.
‘Mam…’ snikte ze zacht.
Ik snelde naar haar toe, liet me op mijn knieën zakken naast het bed en pakte haar kleine, onbeschadigde hand vast. Ze was ijskoud. ‘Ik ben hier, lieverd. Niemand doet je nog kwaad. Ik beloof het je.’ Ik drukte een kus op haar knokkels, voorzichtig om haar geen pijn te doen. ‘Je bent veilig.’
‘Ze… ze zijn hier geweest,’ fluisterde ze, terwijl ze angstig naar de deur keek.
‘Wie zijn hier geweest?’ vroeg ik, terwijl een ijskoude rilling door mijn ruggengraat trok.
‘Tante Tessa. Ze zei… ze zei dat als ik iets zou zeggen tegen de politie, papa me nooit meer zou komen opzoeken. En ze zocht naar mijn knuffelbeer. Ze zei dat er iets in zat.’
Mijn blik verschoof naar het nachtkastje. Daar lag een roze pluche konijn, de buik ervan was met een schaar opengesneden en daarna provisorisch dichtgenaaid met grove, zwarte steken. Mijn hart sloeg over. Ze hadden het konijn doorzocht. Maar waarom? Omdat Elise net aan de telefoon had gezegd dat ze een opname had gemaakt! Ze hadden geweten dat het bewijs ergens in die kamer moest liggen, en ze hadden het gezocht.
‘Hebben ze iets gevonden, schat?’ vroeg ik zo rustig mogelijk.
Elise knikte heel lichtjes, en er rolde een traan over haar wang. ‘Nee… ik had de kleine recorder in mijn pleister op mijn rug verstopt. Ze konden er niet bij zonder dat de zuster kwam.’
Ze tilde voorzichtig haar rechterschouder op. Onder het verband van een infuusnaald zag ik de rand van een minuscule, digitale voicerecorder uitsteken, vastgeplakt met medische tape. Mijn bewondering voor mijn achtjarige dochter was grenzeloos. Ze had meer moed in haar kleine pink dan haar vader in zijn hele lichaam. Ik trok de recorder voorzichtig los, stopte hem direct in mijn binnenzak en drukte een stevige kus op haar voorhoofd. ‘Je hebt het geweldig gedaan, mijn held,’ fluisterde ik. ‘Nu is het aan mij.’
* * *






