Deel 14: Het slotakkoord
Voordat Sterling kon afdrukken, weerklonk er een deafening harde knal door het hele gebouw. Niet van een schot, maar van de zware automatische explosieven waarmee de hoofdingang van de kluis werd opengebroken. De stalen deur zwiepte met een enorm kabaal naar binnen en werd van de scharnieren geblazen door de rookontwikkeling. Een groep zwaarbewapende agenten van de speciale eenheid, voorafgegaan door advocaat Adrian Graves in een kogelwerend vest, stormde de ruimte binnen met getrokken vuurwapens.
‘Handen in de lucht! Politie! Niemand beweegt!’ schreeuwde de leider van het arrestatieteam door zijn megafoon. Victor Sterling probeerde nog te reiken naar zijn wapen, maar in een fractie van een seconde werd hij door drie agenten naar de grond gewerkt en in de boeien geslagen. Mijn vader zakte totaal ingezakt op zijn knieën terwijl hij werd afgevoerd.
Adrian liep op mij af, trok een klein mesje uit zijn zak en snelde zich om de tie-wraps om mijn polsen door te snijden. ‘Gaat het met je, Victoria?’ vroeg hij bezorgd. Ik wreef over mijn pijnlijke polsen, stond op en keek naar de menigte die werd afgevoerd. Het imperium van mijn vader was definitief gevallen, de waarheid over de dood van mijn moeder lag open en bloot op tafel, en ik had niet alleen een bedrijf gered, maar mijn eigen waardigheid en wraak gekregen. Ik liep naar buiten de ochtendzon tegemoet, wetende dat een nieuw begin eindelijk was aangebroken.






