De Laatste Kans
De boodschap op de muur brandde op mijn netvlies alsof het gloeiend heet ijzer was. Mijn handen trilden zo hevig dat ik nauwelijks in staat was om het kleine zwarte apparaatje van de grond te pakken. Wat was dit voor ziek spel? Wie zat hier achter de schermen aan de touwtjes te trekken, en waarom lieten ze ons niet gewoon met rust?
‘Ethan,’ riep ik met een geforceerd kalme stem vanuit de gang. ‘Blijf in de keuken, lieverd. Kom niet naar de gang.’
‘Ik ben bang, mam,’ klonk zijn angstige stem terug. ‘Kunnen we niet naar oma toe?’
Oma woonde aan de andere kant van het land, in Groningen, en ik wist dat als ik nu met de auto zou vertrekken, we waarschijnlijk nog geen kilometer verderop van de weg zouden worden geduwd, net als Mark destijds. Er was geen ontkomen aan. We zaten gevangen in onze eigen woning, omsingeld door onzichtbare vijanden die elke hartslag van mijn zoontje konden controleren.
Ik liep terug naar de keuken, liet het zwarte apparaatje op de tafel vallen en keerde me om naar de laptop. Hoewel het scherm zwart was en de accu leeg leek te zijn, brandde er heel zwak een klein groen lampje naast de webcam. Ze keken nog steeds mee. Via de ingebouwde camera van de laptop zagen ze elk beweging die we maakten.
Met een snelle beweging sloot ik het deksel van de laptop dicht. Het lichtje doofde. Tenminste, dat hoopte ik.
‘Luister goed, Ethan,’ zei ik, terwijl ik op een krukje naast hem ging zitten en zijn kleine handjes in de mijne nam. ‘Mama gaat nu iets doen wat heel erg spannend is. We gaan een plan maken om hier weg te komen. Maar daarvoor moet je me beloven dat je precies doet wat ik zeg, zonder te huilen, zonder te praten.’
Ethan knikte dapper. Zijn lip trilde nog steeds, maar hij beheerste zich bewonderenswaardig goed voor een negenjarige jongen die net had meegemaakt wat de meesten in een heel mensenleven niet meemaken.
‘Goed zo,’ zei ik, en ik drukte een kus op zijn kruin.
Ik moest handelen voordat die man met het litteken terug zou komen. Agent De Vries en Visser lagen ergens in de tuin of in de steeg uitgeschakeld; ik kon niet op de lokale politie rekenen, want de kans was groot dat het korps of een afdeling daarbinnen al was geïnfiltreerd door het syndroom achter het Project Pandora. Wie kon ik dan nog vertrouwen?
Mijn gedachten dwaalden af naar de enige persoon die buiten het systeem stond: Sarah, de voormalige collega van Mark die drie jaar geleden ontslag had genomen bij het lab nadat Mark was omgekomen, en die sindsdien ondergedoken zat in een oud vissershuisje aan de kust van Zeeland. Ze had Mark destijds een versluierde waarschuwing gestuurd, maar ik had haar toen genegeerd omdat ik dacht dat ze paranoïde was geworden na zijn dood.
Nu wist ik beter.
Met trillende vingers pakte ik mijn eigen mobiele telefoon van het aanrecht. Geen bedrijfsnetwerk, geen vaste lijn, maar mijn eigen smartphone waarvan ik de internetverbinding direct uitschakelde en overschakelde op een verborgen versleutelde chat-app die Mark ooit op mijn telefoon had geïnstalleerd voor noodgevallen — een app waarvan ik altijd dacht dat het een kindergame was.
Ik opende de app, typte met één vinger een kort bericht: ‘Pandora is actief. Ethan is gelokaliseerd. Ze hebben ons in huis ingesloten. Help.’
Ik drukte op verzenden. Het scherm bleef enkele seconden hangen op het woord Verzenden... en sprong toen op Afgeleverd.
Nu was het afwachten of ze het zou lezen. En of ze op tijd zou komen voordat de deur weer openviel.






