De hitte in de kamer werd ondraaglijk. Het vuur vrat zich met een hongerig geknetter door de houten vloerdelen van de gang en kwam steeds dichterbij. Dikke, zwarte rookwolken vulden de ruimte, waardoor het ademhalen veranderde in een pijnlijk gevecht. Maar de dreiging van het vuur viel volledig in het niet bij de stalen loop van het pistool dat Eric Van den Berg recht op het hart van mijn zoon richtte.
"Nee! Schiet niet!" schreeuwde ik. Ik wierp me zonder twijfel voor Milan, mijn armen wijd uitgespreid om zijn lichaam te beschermen. "Neem mij! Ik ben degene die het geheim heeft bewaard! Laat mijn zoon met rust!"
Eric lachte ijskoud. Het geluid was wreed en sneed door het geknetter van de vlammen heen. "Je begrijpt het nog steeds niet, Nora. Het gaat niet meer om het verleden. Het gaat om de toekomst. Julian heeft papieren gevonden die onze gehele logistieke keten in de Antwerpse haven kunnen vernietigen. En jouw lieve Milan heeft die papieren nu in zijn handen."
Milan klemde de stapel documenten nog vaster tegen zijn borstkas. "Deze papieren bewijzen dat jullie familie verantwoordelijk is voor illegale wapenhandel, mensenhandel én de moord op mijn vader!" riep hij met een stem vol afschuw en woede.
"Je vader was een dwaalspoor dat opgeruimd moest worden," zei Eric onbewogen. "Net zoals jullie dat nu zijn."
Eric spande zijn vinger om de trekkersoverbrenging. Tijd leek stil te staan. Ik sloot mijn ogen en wachtte op de knal die mijn leven of dat van mijn zoon zou beëindigen.
Maar in plaats van een schot, klonk er plotseling een hard, krakend geluid boven ons hoofd. Eén van de zware, brandende steunbalken van het plafond kon de hitte niet langer verdragen en brak met een donderend razen af. De brandende balk stortte precies tussen ons en Eric naar beneden.
Een regen van vonken, brandend hout en gips viel neer. Eric werd door de impact achterover geduwd en liet zijn pistool vallen. Het wapen gleed over de houten vloer en verdween in de oplaaiende vlammen bij de deur.
"Nu, mama! Spring!" schreeuwde Milan.
Hij greep mijn hand vast, trok me naar de open vensterbank en duwde me over de rand. Ik gilde toen ik door de koude nachtlucht viel. Een seconde later landde ik met een harde klap op het platte dak van de ondergelegen opslagruimte. De impact sloeg alle lucht uit mijn longen en een scherpe pijn scheet door mijn linkerenkel, maar ik leefde.
Vrijwel direct daarna landde Milan naast mij. Hij rolde behendig door en stond meteen op om mij overeind te helpen.
"Gaat het?" vroeg hij gehaast.
"Mijn enkel... maar het lukt! Rennen!"
Achter ons vlamde het oude hoekhuis op als een reusachtige fakkel. De vlammen sloegen uit de ramen van de eerste verdieping en verlichtten de hele kade in een griezelige, oranje gloed. Door het kapotte raam zag ik het silhouet van Eric Van den Berg verschijnen. Hij hoestte hevig, maar keek naar beneden en zag ons wegvluchten. Zijn gezicht was vervormd door pure woede.
"Jullie komen niet ver!" schreeuwde hij ons achterna, zijn voice overstemd door het instorten van het dak van het hoekhuis.
Milan hielp me van het platte dak af te klimmen via een oude brandtrap. We kwamen terecht in de donkere, natte steegjes achter de kade. Mijn enkel deed verschrikkelijk pijn bij elke stap, maar de adrenaline stuwde me voort. We bleven rennen tot we zeker wisten dat we niet meer gevolgd werden en de felle gloed van de brand op veilige afstand lag.
We stopten in de schaduw van een grote, oude kerk in het centrum van de stad. Milan liet zich tegen de koude stenen muur zakken, de stapel documenten nog steeds stevig in zijn armen geklemd. Hij ademde zwaar, zijn gezicht zwart van het roet.
Ik ging naast hem zitten op de vochtige stoep. "Milan... het spijt me. Het spijt me dat ik dit al die jaren voor je verborgen heb gehouden."
Milan keek naar mij. De woede die eerder die nacht in zijn ogen brandde, was veranderd in een diep verdriet en verwarring. "Waarom, mama? Waarom heb je me nooit verteld dat vader niet zomaar weg was gegaan? Waarom heb je me nooit verteld over Julian?"
Ik pakte zijn trillende hand vast. "Omdat ik doodsbang ছিল, Milan. Victoria Van den Berg dreigde jou van me af te nemen als ik één woord zou zeggen. Ze zei dat ze genoeg geld en macht had om te zorgen dat ik in de gevangenis zou belanden of dat jij zou 'verdwijnen'. Ik was een arme, jonge vrouw zonder familie of geld. Ik dacht dat ik je beschermde door te zwijgen."
Milan staarde naar de stapel papieren in zijn schoot. "Vader heeft zijn hele leven gevochten om ons te beschermen," fluisterde hij. "En Julian... Julian heeft dit allemaal ontdekt en geprobeerd mij te waarschuwen."
Hij sloeg de bovenste ordner open. Met de zaklamp van zijn telefoon posieerde hij het licht op de vergeelde documenten. Het waren niet zomaar brieven. Het waren gedetailleerde scheepsjournalen, bankafschriften van geheime Zwitserse rekeningen en getekende verklaringen van voormalige havenarbeiders.
"Dit is bewijs," zei Milan strak. "Onomstotelijk bewijs dat Reederij Van den Berg al tientallen jaren de Antwerpse haven gebruikt voor grootschalige, criminele praktijken. En dat ze de politie en de douane in hun zak hebben steken."
"We moeten naar de politie," zei ik vastberaden. "We moeten dit overhandigen."
Milan schudde zijn hoofd. "Naar wie? De politiecommissaris van Antwerpen is een van de getrouwden van Victoria. Dat staat in deze documenten. Als we hiermee naar het hoofdbureau gaan, verdwijnen deze papieren binnen vijf minuten in de papierversnipperaar en belanden wij in een cel."
"Wat moeten we dan doen?" vroeg ik wanhopig.
Milan keek op, zijn blik verharde. "Er is één persoon die we wel kunnen vertrouwen. Iemand die buiten de macht van de familie Van den Berg staat. Onderzoeksrechter De Vos. Vader schreef in zijn brieven dat De Vos de enige was die eerlijk bleef."
Op dat moment trilde de telefoon van Milan in zijn broekzak. Hij pakte het toestel op en keek naar het scherm. Het was een onbekend nummer. Hij aarzelde, maar zette de telefoon op de luidspreker.
"Hallo?" zei Milan voorzichtig.
Er klonk een kille, bekende stem door de speaker. Het was niet Eric. Het was Victoria Van den Berg.
"Milan," zei de oude vrouw met een ijzige rust. "Ik zie dat jij en je moeder het inferno hebben overleefd. Knap. Maar ik raad je aan om heel goed na te denken over je volgende stap."
"Raak mijn moeder niet aan, jij monster!" schreeuwde Milan tegen de telefoon.
"O, ik maak me geen zorgen om je moeder," antwoordde Victoria koud. "Ik maak me zorgen om je broer. Julian ligt hier naast mij op de intensive care van het Sint-Elisabeth ziekenhuis. Ik heb zojuist de dokters verzocht de kamer te verlaten. Als jij die documenten niet binnen één uur naar mij toe brengt... schakel ik zijn beademingsapparatuur persoonlijk uit."





