Deel 6: De schittering van het Drake Hotel
Het Drake Hotel in Chicago ademde pure luxe en geschiedenis. De kristallen kroonluchters in de Grand Ballroom schitterden in het licht, en de zachte klanken van een live jazzband vulden de ruimte. Mensen in dure smokings en elegante avondjurken liepen rond met glazen champagne in hun hand, lachend en pratend over zaken en liefdadigheid.
Mijn ouders stonden in een kleine groep te praten met de directeur van een grote bank. Mijn vader zag er trots uit in zijn donkere pak, volkomen onwetend van de aardbeving die zich binnen enkele minuten zou voltrekken.
Ik stond bij de ingang van de balzaal met Lydia aan mijn zijde. Ze droeg een strak mantelpak en hield een leren mapje vast waarin alle digitale bewijsstukken, de vluchtlogs van het VIP-systeem en de chatlogs met Vanessa Reed zaten opgeslagen.
"Hij is er," fluisterde Lydia en knikte onopvallend naar de zijkant van de zaal.
Ik draaide mijn hoofd om. Daniel liep de zaal binnen, gehuld in zijn maatpak, met een breed, innemend lachje op zijn gezicht. Hij had zijn jasje over zijn arm en keek rond alsof hij de koning van de wereld was. Naast hem liep een elegante vrouw met lang blond haar en een smaragdgroene avondjurk — Vanessa Reed. Ze deden niet eens meer echt hun best om te verbergen dat ze bij elkaar hoorden; hun handen raakten elkaar even aan voordat ze de balzaal betraden.
Mijn maag keerde zich om, maar de koude vastberadenheid in mijn borst nam het over. Dit was het moment.
Daniel liep recht op de groep af waar mijn ouders stonden. Hij legde zijn hand op de schouder van mijn vader en zei iets luid en welbespraakt, waarna mijn vader hartelijk moest lachen. De hypocrisie van die man kende werkelijk geen grenzen.
Lydia gaf me een lichte duw in mijn rug. "Ga je gang, Emma. Dit is jouw podium."
Ik liep langzaam naar voren, mijn hakken tikten ritmisch op de marmeren vloer. Naarmate ik dichterbij kwam, merkte ik dat sommige bekenden me vriendelijk toe knikten. Toen Daniel mij zag, verstijfde zijn glimlach voor een halve seconde. De kleur trok uit zijn gezicht weg.
"Emma..." stamelde hij, terwijl hij een stap naar voren deed. "Wat... wat doe jij hier? Ik dacht dat je thuis zou zijn met hoofdpijn."
Ik bleef op een meter afstand staan, kekte hem recht in de ogen aan en liet een koelte door my heen stromen die ik nooit eerder had gevoeld. "Hallo, schat," zei ik met een kalme, heldere stem die net hard genoeg klonk om de mensen direct om ons heen te doen opkijken. "Ik dacht: laat ik eens kijken hoe het met je 'zakelijke vergaderingen' in Singapore gaat. Alleen... het schijnt dat Singapore tegenwoordig erg veel wegheeft van het Drake Hotel."
De stilte die daarop volgde, was plotseling en verstikkend. De muziek lekte weg naar de achtergrond. Mijn vader draaide zich traag om, zijn wenkbrauwen fronsend van onbegrip.
"Emma, schat, waar heb je het over?" vroeg Daniel, wiens stem voor het eerst een lichte toon van paniek begon te vertonen. "Je bent in de war. Ik ben net terug van een vermoeiende reis..."
"Echt waar?" klonk opeens een koude, heldere stem achter me. Lydia stapte naar voren, haar leren mapje openklappend. "Dat is vreemd, Daniel. Want volgens de vluchtlogs van de VIP-terminal op O'Hare ben je de afgelopen zes maanden geen één keer in Singapore geweest. Sterker nog, je hebt elf keer gebruikgemaakt van onze faciliteiten in het gezelschap van mevrouw Vanessa Reed."
Ze wees met haar vinger naar de blonde vrouw in de smaragdgroene jurk, die nu lijkbleek tegen een pilaar aanstond te leunen alsof ze ter plekke wilde inzakken.
De bom was ontploft. En er was geen weg meer terug.
* * *






