Deel 5
Mijn hart sloeg een slag over.
"Wat bedoelt u... ik besta niet meer?"
De medewerkster keek zichtbaar ongemakkelijk om zich heen.
Ze draaide haar computerscherm een stukje weg, zodat niemand anders het kon zien.
"Uw burgerservicenummer is gedeactiveerd."
"Uw dossier is afgesloten."
"Volgens onze gegevens bent u drie maanden geleden overleden tijdens een militaire missie."
Ik voelde mijn maag samentrekken.
"Dat is onmogelijk."
"Ik sta hier toch voor u."
Ze knikte langzaam.
"Dat zie ik ook, meneer."
"Maar ik kan uw identiteit niet herstellen."
"Daarvoor moet de oorspronkelijke aanvraag worden onderzocht."
"En die is ingediend met officiële documenten."
Officiële documenten...
Dus iemand had dit zorgvuldig voorbereid.
"Mag ik zien wie de aanvraag heeft ingediend?"
Ze schudde haar hoofd.
"Dat mag ik niet zonder toestemming van de recherche."
Recherche?
Mijn zaak was blijkbaar al groter dan ik had gedacht.
Net op dat moment verscheen een oudere man in een donker pak vanuit een kantoor achter de balie.
Hij stelde zich voor als Willem Smit, hoofd Burgerzaken.
Zijn blik bleef een paar seconden op mijn gezicht rusten.
"Volgt u mij alstublieft."
Zijn kantoor was klein en eenvoudig.
Zodra de deur dichtviel, zei hij zacht:
"Ik weet wie u bent, sergeant Daan van Dijk."
"En ik weet dat u niet dood bent."
Ik keek hem verbaasd aan.
"Waarom heeft niemand dan iets gedaan?"
Hij zuchtte diep.
"Omdat alle documenten echt leken."
"Er zat een overlijdensverklaring bij, een medische bevestiging en zelfs een officieel militair rapport."
"Alles voorzien van geldige stempels."
Ik voelde de woede in mij opborrelen.
"Die rapporten zijn vervalst."
"Dat vermoed ik ook."
Willem opende een lade en haalde er een verzegelde envelop uit.
"Ik had het gevoel dat er iets niet klopte."
"Dus heb ik een kopie bewaard."
Hij schoof de documenten naar mij toe.
Mijn handen verstijfden.
Onderaan de overlijdensverklaring stond een handtekening.
Niet de mijne.
Maar wel van iemand die ik kende.
Kolonel Erik Meijer.
Mijn voormalige commandant.
De man die mij jaren had opgeleid.
De man die mij persoonlijk uitzwaaide toen ik naar Afghanistan vertrok.
Waarom stond zijn naam onder een vervalst document?
Voordat ik iets kon zeggen, ging Willems telefoon.
Hij luisterde slechts enkele seconden.
Zijn gezicht trok wit weg.
Hij hing op en keek me ernstig aan.
"U moet onmiddellijk vertrekken."
"Waarom?"
"Zojuist heeft iemand gebeld."
"Hij vroeg of u hier was."
"En hij wist uw volledige naam."
"Wie was het?"
Willem schudde zijn hoofd.
"Hij noemde geen naam."
"Maar voordat hij ophing, zei hij één zin..."
Hij slikte.
"'Zorg dat Daan het gebouw niet levend verlaat.'"
Ik keek instinctief naar het raam.
Beneden stopte langzaam dezelfde zwarte auto die ik de vorige nacht bij mijn huis had gezien.
De twee mannen stapten opnieuw uit.
Maar dit keer...
keken ze recht naar de ingang van het gemeentehuis.
En één van hen trok langzaam zijn colbert open.
Daaronder zag ik duidelijk de greep van een pistool.






