Deel 3
De zware voetstappen kwamen dichterbij.
Langzaam.
Kalm.
Alsof degene beneden precies wist waar hij naartoe moest.
Sophie werd lijkbleek.
Ik zag pure paniek in haar ogen.
"Verstop de envelop," fluisterde ze haastig.
Ik schoof de envelop direct onder mijn kussen.
Een paar seconden later klonk er geklop op de slaapkamerdeur.
Drie korte tikken.
Lars.
Zonder op antwoord te wachten, deed hij de deur open.
Hij glimlachte.
Maar zijn ogen waren koud.
"Ik hoorde geluid beneden," zei hij nonchalant.
"Ik wilde alleen controleren of alles goed gaat."
Hij keek niet naar Sophie.
Hij keek naar mij.
Alsof hij probeerde te ontdekken hoeveel ik al wist.
"Alles is prima," antwoordde ik rustig.
Jaren in het leger hadden me geleerd mijn emoties te verbergen.
Lars knikte langzaam.
Toen viel zijn blik op het nachtkastje.
Een fractie van een seconde bleef hij stilstaan.
Zocht hij iets?
Of controleerde hij of de envelop nog op haar plek lag?
"Welterusten, broer," zei hij uiteindelijk.
Toen hij de deur sloot, bleef Sophie nog minutenlang stil zitten.
Pas toen zijn voetstappen verdwenen waren, begon ze zacht te spreken.
"Daan..."
"Je moeder en Lars hebben schulden."
"Heel veel schulden."
Ik keek haar zwijgend aan.
"Toen jij in Afghanistan was, kwamen er mannen naar het huis."
"Mannen die geld wilden."
"Ze dreigden alles af te pakken."
"Je moeder zei dat er maar één oplossing was."
Sophie slikte moeilijk.
"Ze wilden het huis op naam van Lars zetten."
Mijn bloed werd koud.
"Maar het huis is van ons."
Ze knikte.
"Daarom hadden ze jouw handtekening nodig."
Ik voelde hoe mijn hart sneller begon te slaan.
"Mijn handtekening?"
Sophie begon te huilen.
"Ze hebben documenten vervalst."
"En ze dwongen mij om mee te gaan naar de notaris."
Ik zweeg.
Mijn eigen moeder.
Mijn eigen broer.
Ze hadden geprobeerd mijn leven af te nemen terwijl ik mijn land diende.
Ik pakte langzaam de envelop die Sophie mij had gegeven.
Binnenin zaten kopieën van documenten.
Notariële akten.
Bankafschriften.
En foto's.
Foto's van Lars die luxe auto's kocht.
Foto's van mijn moeder in dure restaurants.
Betaald met geld van een rekening die op mijn naam stond.
Maar helemaal onderaan lag nog iets.
Een document dat mijn adem deed stoppen.
Bovenaan stond in grote letters:
VERKLARING VAN OVERLIJDEN
En daaronder...
mijn naam.
Daan van Dijk.
Volgens het document was ik drie maanden geleden officieel als overleden geregistreerd.
Ik staarde naar het papier.
Mijn handen trilden.
Ze hadden niet alleen mijn huis geprobeerd af te pakken.
Niet alleen mijn geld.
Ze hadden geprobeerd mij volledig uit te wissen.
Alsof ik nooit had bestaan.
Op dat moment ging beneden opnieuw een deur open.
Ik liep voorzichtig naar het raam.
Een zwarte auto stond voor het huis.
Twee mannen in donkere pakken stapten uit.
En toen ik hun gezichten zag...
wist ik meteen dat dit niets meer met gewone schulden te maken had.
De mannen kwamen niet voor geld.
Ze kwamen voor iemand in dit huis.
En plotseling begreep ik waarom Sophie zo bang was.






