DEEL 9 – Het mes en de genade
“De tumor is volledig verwijderd,” zei dokter De Jong, en door de luidspreker van de telefoon hoorde ik David diep zuchten en tegen de muur leunen van ontlading. “Het was een complexe en zware ingreep, want de massa lag erg dicht bij kwetsbare weefsels, maar we hebben het gezwel in zijn geheel kunnen wegsnijden zonder de omliggende organen onherstelbaar te beschadigen.” Tranen van pure ontlading schoten in mijn ogen.
“Godzijdank,” fluisterde ik, terwijl ik mijn hand voor mijn mond sloeg. “Maar,” vervolgde de chirurg, wiens stem ineens minder triomfantelijk klonk, “dat is slechts het eerste gevecht. Zoals we eerder besproken hebben, moeten we de weefselmonsters naar het laboratorium sturen voor pathologisch onderzoek om te bepalen of het kwaadaardig is en of er uitzaaiingen zijn.” “Wanneer krijgen we daar de uitslag van?” vroeg ik direct, mijn stem weer aangescherpt door bezorgdheid.
“Over ongeveer drie dagen,” antwoordde dokter De Jong. “Voor nu wordt Madison overgebracht naar de Intensive Care, waar ze de komende vierentwintig uur nauwlettend in de gaten wordt gehouden. U kunt over een uur bij haar op de bezoektijd.” De verbinding werd verbroken. Ik liet de hoorn langzaam zakken en keek naar David, die me met vragende ogen aankeek.
“Ze leeft,” zei ik met een trillende glimlach. “De tumor is eruit.” David zakte door zijn knieën op de grond, verborg zijn gezicht in zijn handen en begon luid en onbedaarlijk te huilen. Het was voor het eerst in vijftien huwelijksjaren dat ik mijn man zo volledig zag instorten. Geen trots. Geen koppigheid. Alleen een gebroken vader die besefte dat hij zijn dochter bijna door zijn eigen arrogantie had verloren. Ik liep naar hem toe, maar in plaats van hem over zijn rug te wrijven, bleef ik even stil staan. De opluchting was enorm, maar de wond in ons huwelijk... die was pas echt net begonnen te bloeden.






