DEEL 11 – Het telefoontje dat alles op scherp zet
Drie dagen later zaten we thuis aan de keukentafel. Madison was nog in het ziekenhuis om aan te sterken, maar dokter De Jong had ons verzocht om naar haar kantoor te komen voor de definitieve uitslag van het weefselonderzoek. David en ik reden zwijgend in de auto naar het ziekenhuis. Geen van beiden durfde de stilte te verbreken. De radiostond uit; het enige geluid was het zachte zoemende geluid van de motor en het tikken van de regen op de voorruit.
Toen we de spreekkamer van dokter De Jong binnenkwamen, zagen we meteen dat haar gezichtsuitdrukking veranderd was. Er was geen professionele glimlach meer. Haar lippen waren stijf op elkaar geperst en op het bureau lag een dik grijs rapport met rode stempels. “Ga zitten, alstublieft,” zei ze met een sombere stem. We namen plaats op dezelfde stoelen waar we enkele dagen geleden nog zo vol spanning hadden gezeten.
“De uitslagen van het pathologisch laboratorium zijn binnen,” begon dokter De Jong zonder omwegen. “De tumor die we hebben verwijderd, was inderdaad kwaadaardig. Een kwaadaardig weefsarcoom van graad drie.” David greep de rand van het bureau vast. “Graad drie? Wat betekent dat precies?” “Dat betekent dat het agressief is en zich snel kan verspreiden,” antwoordde de arts onverbiddelijk.
“Gelukkig hebben we tijdens de operatie schone marges kunnen snijden, wat betekent dat het zichtbare gezwel volledig weg is.” Ik haalde opgelucht adem, maar mijn opluchting werd abrupt de kop ingedrukt toen de arts haar zin vervolgde. “Maar,” zei ze, “gezien de aard van deze kankersoort en de leeftijd van Madison, kunnen we het hier niet bij laten.” Ze schoof een schema naar voren met behandeldata.
“We moeten direct starten met een intensieve reeks chemotherapie om eventuele microscopische restcellen te vernietigen. Als we dat niet doen, is de kans op een terugval binnen een jaar groter dan zeventig procent.” David staarde naar de papieren. Zijn ogen werden groot van ongeloof en pure angst. “Chemoterapia...? Maar... hoeveel gaat dat kosten?” De woorden floepten eruit voordat hij zich kon bedenken.
Ik verstijfde. Zelfs na alles wat er was gebeurd, na de operatie, na bijna het leven van zijn dochter te hebben verloren, was zijn eerste reflex nog steeds geld. Dokter De Jong keerde zich met een verblufte, walgende blik naar David. “Meneer Carter,” zei ze met een ijzige stem die door de hele kamer echode. “Uw dochter vecht voor haar leven. Als u zich nu drukmaakt over de nota in plaats van over haar overlevingskansen, dan vrees ik dat u niet begrijpt wat er op het spel staat.” David bloosde diep paars, opende zijn mond om iets te zeggen, maar sloeg hem toen weer dicht.
Ik keek hem aan, stond op van mijn stoel en zei met een stem die geen tegenspraak duldde: “Zet die chemokuur in, dokter. Kosten noch moeite. En wat mijn man betreft... vanaf vandaag regel ik de zaken wel alleen.”






