DEEL 13 – De eerste chemokuur en een onverwachte bondgenoot
De volgende ochtend begon de behandeling. Madison lag in haar ziekenhuisbed met een blauw infuusnaaldje in haar hand, terwijl het koude, chemische vocht langzaam door het slangetje haar aderen inrolde. Ik zat naast haar op de stoel, haar hand stevig vastnemend. “Doet het zeer, schat?” vroeg ik bezorgd. “Nee, mam,” antwoordde ze met een bleke, maar moedige glimlach.
“Het voelt alleen heel koud aan van binnen.” David was niet komen opdagen. Hij had me die ochtend een appje gestuurd met de mededeling dat hij bij een vriend zou overnachten en ‘tijd nodig had om na te denken’. Tijd. Alsof we nog tijd over hadden. Maar tot mijn grote verbazing ging halverwege de ochtend de deur open en stapte mijn moeder naar binnen, gevolgd door iemand die ik hier absoluut niet had verwacht.
Het was mijn broer Thomas, die al jaren in het buitenland woonde en met wie we al lange tijd nauwelijks contact hadden gehad. “Thomas?” riep ik uit, stomverbaasd toen ik hem zag. Hij liep met grote stappen naar het bed, boog zich voorover en drukte een kus op Madison haar voorhoofd. “Hoi, meid,” zei hij met een warme glimlach. “Denk je dat je oom zomaar wegblijft als zijn nichtje zo’n gevecht levert?” Madison lachte voor het eerst in weken echt opgelucht.
“Oom Thomas! Wat doe jij hier?” “Je moeder heeft me gebeld,” zei hij, terwijl hij een stoel aanschoof. “En toen heb ik meteen de eerste vlucht naar Nederland gepakt.” Hij keek me aan met een blik vol steun en vastberadenheid. “En laat één ding duidelijk zijn, Sarah. Financieel hoef je je nergens meer zorgen over te maken. Ik heb m’n spaargeld vrijgemaakt, en als dat niet genoeg is, verkopen we wat nodig is.
Madison krijgt de beste behandeling die er te koop is. Punt uit.” Ik voelde hoe de tranen over mijn wangen biggelden, dit keer van diepe dankbaarheid. Voor het eerst in weken voelde ik dat we niet meer alleen stonden in deze nachtmerrie. David mocht dan zijn weggelopen toen het te heet onder zijn voeten werd, maar onze familie stond als één man achter ons. En we zouden winnen. Wat er ook voor nodig was.






