DEEL 6 — DE MAN DIE TWEE LEVENS LEEFDE
Mijn handen begonnen te trillen.
Ik keek opnieuw naar de naam op de achterkant van de foto.
Adrian Vos.
De peetvader van mijn zoon Lucas.
Mijn beste vriend sinds de universiteit.
De man die naast mij had gestaan toen ik Vermeer Vastgoed had uitgebouwd tot een van de grootste vastgoedbedrijven van Nederland.
"Dat kan niet..." fluisterde ik.
Mijn vader Willem knikte langzaam.
"Ik hoopte dat ik me vergiste."
"Maar jouw grootvader vertrouwde hem nooit."
Nog voordat iemand iets kon zeggen, ging mijn telefoon.
Het was Sophie.
Haar stem trilde van angst.
"Thomas... kom alsjeblieft meteen naar huis."
"Wat is er gebeurd?"
"Iemand is in Lucas' kamer geweest."
Mijn hart sloeg over.
Ik rende zonder een woord te zeggen naar mijn auto.
Tien minuten later stopte ik met piepende banden voor de villa.
Overal stonden politieauto's.
Sophie zat huilend in de woonkamer, met Lucas stevig tegen zich aan geklemd.
Ik sloeg mijn armen om hen heen.
"Zijn jullie gewond?"
Ze schudde haar hoofd.
"Nee... maar kijk."
Ze wees naar de babykamer.
De kastdeuren stonden open.
Lades waren overhoop gehaald.
Maar niets leek gestolen.
De rechercheur kwam naar me toe.
"Vreemd genoeg heeft de dader niets waardevols meegenomen."
"Waar was hij dan naar op zoek?" vroeg ik.
De rechercheur hield een klein houten doosje omhoog.
"Kent u dit?"
Mijn adem stokte.
Het was het doosje dat mijn grootvader mij jaren geleden had gegeven.
Ik had het nooit geopend.
Hij had alleen gezegd:
"Doe dit pas open als je niemand meer kunt vertrouwen."
Maar het doosje was leeg.
Alleen een klein kaartje lag nog op de bodem.
Er stond één zin op:
"Te laat."
Sophie begon opnieuw te huilen.
"Thomas... wie doet ons dit aan?"
Voordat ik kon antwoorden, reed er een zwarte SUV de oprit op.
Een man stapte uit.
Het was Adrian Vos.
Hij kwam haastig naar ons toe.
"Ik hoorde wat er is gebeurd."
Hij keek bezorgd naar Lucas.
Maar net op dat moment hield een agent hem tegen.
"Meneer Vos..."
"We hebben een huiszoekingsbevel."
Adrian verstijfde.
"Een huiszoeking? Waarom?"
De agent haalde een plastic bewijszak tevoorschijn.
Daarin lag een gouden manchetknoop.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Adrian droeg altijd een set met precies hetzelfde familiewapen.
"Deze is gevonden in de babykamer."
De tuin werd doodstil.
Adrian keek naar de manchetknoop...
en zijn gezicht verloor alle kleur.
Hij fluisterde slechts vier woorden:
"Ik ben erin geluisd."
Maar voordat hij zich verder kon verdedigen, reed er met hoge snelheid een zwarte bestelwagen de straat in.
Er klonk een harde knal.
Iedereen dook weg.
Toen de rook optrok...
was Adrian verdwenen.
Alleen een envelop lag midden op de oprit.
Op de voorkant stond met rode inkt geschreven:
"Open deze niet als je de waarheid wilt overleven."
Wordt vervolgd...






