DEEL 6 — De Man Uit Mijn Verleden
“Johan?”
Thomas knikte.
Johan de Wit.
Voormalig directeur.
Hij had mij ooit gezegd:
“Maria, zolang ik hier ben, zal niemand jouw ervaring ooit waardeloos noemen.”
Nu stond zijn naam op documenten die mogelijk miljoenenfraude bewezen.
Ik wilde hem niet geloven.
Thomas ook niet.
Dus belden we hem.
Hij nam niet op.
Een uur later verscheen hij onverwacht in de fabriek.
Hij liep langzaam mijn kant op.
“Maria.”
“Johan.”
Hij keek naar Thomas.
“Jij had haar hier niet moeten halen.”
Thomas verstijfde.
“Waarom?”
Johan zuchtte.
“Omdat zij dingen ziet die anderen missen.”
Ik keek hem aan.
“Wat bedoel je?”
Hij keek naar de grond.
“De fabriek staat financieel onder druk.”
“Dus?”
“Er waren investeerders die ons wilden overnemen.”
Thomas werd bleek.
“Wie?”
Johan zei niets.
Ik begreep het.
“Daan?”
Hij knikte.
“Daan werkte voor hen.”
“En jij?”
Johan sloot zijn ogen.
“Ik heb fouten gemaakt.”
“Heb je geld gestolen?”
“Nee.”
“Heb je hen geholpen?”
Hij antwoordde niet.
Dat was genoeg.
Ik liep weg.
Toen hoorde ik achter mij een harde klap.
Johan was gevallen.
Thomas en ik hielpen hem overeind.
Hij fluisterde:
“Er is nog één ding.”
“Wat?”
“De fabriek wordt over drie dagen verkocht.”
Thomas keek hem aan.
“Wat?”
“Als we het contract niet stoppen, is alles voorbij.”
Ik keek naar de productievloer.
Zesentwintig jaar van mijn leven.
Duizenden werknemers.
Families.
Levens.
Alles stond op het spel.
“Wat moeten we doen?”
Johan keek mij aan.
“Bewijzen dat de fabriek winstgevend kan zijn zonder de nieuwe systemen.”
Ik glimlachte bitter.
“Dan zullen we terug moeten naar de oude manier.”
* * *






