DEEL 11 — DE LAATSTE MISSIE VAN AGENT 7
Volledige duisternis.
Ik hoorde Michael naar adem happen.
Daarna een deur die ergens verderop dichtsloeg.
"Blijf bij elkaar," fluisterde ik.
David pakte mijn arm.
"Niet bewegen."
"Waarom?"
"Er zitten sensoren in de vloer."
Ik stopte onmiddellijk.
Een rood licht verscheen aan het einde van de gang.
"Hoeveel?"
"Drie camera's. Twee bewegingssensoren."
Ik keek naar hem.
"Je weet het nog."
Hij glimlachte zwak.
"Ik ben nooit gestopt met Agent 8 zijn."
Ik voelde iets in mijn borst.
Twaalf jaar geleden had ik gedacht dat mijn man gestorven was.
Nu stond hij naast me.
Levend.
Maar gebroken.
"David."
"Ja?"
"Wie heeft dit gedaan?"
"Halloway niet alleen."
Ik verstijfde.
"Wat bedoel je?"
"Er zijn mensen boven hem."
"Wie?"
"Dat weet ik niet."
"Je weet het wel."
Hij keek me aan.
"Ik weet wie de orders gaf."
"Wie?"
Hij aarzelde.
"De directeur."
Sarah kwam dichterbij.
"Welke directeur?"
David keek haar aan.
"De huidige."
Sarah werd bleek.
"Dat is onmogelijk."
"Waarom?"
"Omdat de directeur twaalf jaar geleden werd vermoord."
David knikte.
"Dat was officieel."
Ik voelde een rilling.
"Dan leeft hij."
"Ja."
"Wie is het?"
David keek naar mij.
"Je voormalige mentor."
Ik verstijfde.
"William Hart?"
David knikte.
Mijn vroegere mentor.
De man die mij had opgeleid.
De man die me Agent 7 had genoemd.
De man die mij had geleerd nooit iemand volledig te vertrouwen.
Hij was twaalf jaar geleden dood verklaard.
"Waarom?"
"Omdat hij Project Seven heeft opgezet."
Ik keek naar de lijst aan de muur.
"En ik?"
"Jij was zijn beste agent."
"En jij?"
"Ik ontdekte wat hij deed."
David vertelde wat er jaren geleden was gebeurd.
Project Seven was oorspronkelijk bedoeld om corruptie binnen geheime overheidsprogramma's bloot te leggen.
Maar William Hart had het veranderd.
Hij verzamelde namen.
Geld.
Gegevens.
Chantage.
Iedere agent die te veel wist, werd een risico.
En Agent 7 was het grootste risico van allemaal.
"Waarom?"
"Omdat jij de waarheid ontdekte."
"Welke waarheid?"
David wees naar de USB-stick die Vanessa had meegenomen.
"Dat Project Seven nooit een overheidsprogramma was."
Ik keek hem aan.
"Wat was het dan?"
"Een privé-netwerk."
"Van wie?"
"Van mensen die genoeg geld hadden om regeringen te beïnvloeden."
Mijn hart bonsde.
"En Halloway?"
"Een tussenpersoon."
Ik begreep het.
Halloway was nooit de top geweest.
Hij was slechts de man die zichtbaar genoeg was om alle schuld te dragen.
William Hart zat boven hem.
En misschien nog iemand boven Hart.
"Waar is Hart nu?"
David antwoordde:
"In dit gebouw."
Ik trok mijn wapen.
"Dan zoeken we hem."
David greep mijn hand.
"Nee."
"Waarom niet?"
"Omdat hij wil dat je naar hem toe komt."
"Dat ga ik ook doen."
"Dat is precies wat hij verwacht."
Ik glimlachte.
"Dan geef ik hem wat hij verwacht."
We bewogen door de gangen.
David leidde ons naar een verborgen lift.
Beneden was een ondergrondse ruimte.
Computers.
Schermen.
Archieven.
En in het midden een grote tafel.
Daar zat een man.
Grijs pak.
Wit haar.
Kalm.
Alsof hij op ons had gewacht.
William Hart.
Hij glimlachte.
"Eleanor."
Ik richtte mijn wapen.
"Sta op."
Hij lachte.
"Nog steeds direct."
"Handen omhoog."
Hij deed het.
"Je bent veranderd."
"Jij niet."
"Dat is niet waar."
Hij keek naar Michael.
"Je zoon."
Michael stapte naar voren.
"Wat heb je met mijn vader gedaan?"
Hart glimlachte.
"Ik heb hem laten leven."
David keek hem woedend aan.
"Je hebt mij twaalf jaar opgesloten."
"En daardoor bleef je gezin veilig."
Ik keek naar Hart.
"Je hebt mijn geheugen laten wissen."
"Om je te beschermen."
"Je hebt mijn man van me afgepakt."
"Om je te beschermen."
"Je hebt mijn leven vernietigd."
Hij zuchtte.
"Offers zijn soms noodzakelijk."
Ik voelde mijn woede oplopen.
"Niet meer."
Hart glimlachte.
"Daarom ben je hier."
"Waarvoor?"
"Om de laatste missie uit te voeren."
Hij drukte op een knop.
Een scherm ging aan.
Daarop verschenen tientallen namen.
Politici.
Rechters.
Militairen.
Bedrijfsleiders.
En onderaan:
ELEANOR BROOKS — AGENT 7.
"Wat is dit?"
"De mensen die Project Seven willen vernietigen."
Ik keek naar hem.
"En waarom staat mijn naam ertussen?"
"Omdat jij de enige bent die alle oorspronkelijke gegevens kent."
"Ik herinner me bijna niets."
Hart glimlachte.
"Maar je hersenen wel."
Ik voelde een koude rilling.
"Je hebt mijn geheugen niet volledig gewist."
"Nee."
"Waarom?"
"Omdat we wisten dat het ooit zou terugkomen."
David fluisterde:
"Eleanor..."
Ik keek naar hem.
"Wat?"
"Je hebt een deel van de sleutel."
"Welke sleutel?"
Hart antwoordde:
"Je eigen geheugen."
Hij activeerde een scherm.
Een video verscheen.
Ik zag mezelf.
Twaalf jaar jonger.
Agent 7.
Ik keek rechtstreeks in de camera.
En mijn jongere stem zei:
"Als ik dit ooit terugzie, betekent het dat ik verloren heb."
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
De video ging verder.
"Vertrouw niemand."
Een pauze.
Toen keek mijn jongere versie recht in mijn ogen.
"Zelfs jezelf niet."
Het scherm werd zwart.
Niemand sprak.
Tot Michael mijn hand pakte.
"Ma?"
Ik keek naar hem.
"Ik denk..."
Ik slikte.
"Ik denk dat ik weet waar de sleutel is."
Hart glimlachte.
"Waar?"
Ik keek naar David.
Toen naar Sarah.
En daarna naar mijn eigen handen.
"Niet in mijn hoofd."
Hart fronste.
"Waar dan?"
Ik wees naar mijn oude Agent 7-pas.
"Hier."
David begreep het.
"De chip."
Ik knikte.
Hart's glimlach verdween.
"Nee."
Ik haalde de pas uit mijn zak.
"Je hebt één ding vergeten."
"Wat?"
"Ik ben niet meer de vrouw die je twaalf jaar geleden kende."
Ik brak de pas doormidden.
Een kleine geheugenchip viel op de vloer.
Hart staarde ernaar.
"Je hebt de sleutel vernietigd."
Ik glimlachte.
"Nee."
Ik keek naar Michael.
"Hij heeft hem al."
Hart werd bleek.
"Wat?"
Michael haalde een klein apparaat uit zijn zak.
De chip zat erin.
"Papa gaf hem aan mij."
David knikte.
"Voor het geval ik Eleanor nooit meer zou zien."
Hart stond langzaam op.
"Jullie begrijpen niet wat jullie hebben."
Ik keek hem recht aan.
"Jawel."
Ik richtte mijn wapen op hem.
"Het bewijs."
Toen ging de deur achter ons open.
Een stem zei:
"Zet dat wapen neer, Eleanor."
Ik draaide me om.
En mijn hart zonk.
Want daar stond iemand die ik nooit meer had verwacht te zien.
Mijn moeder.
En naast haar stond Halloway.






