DEEL 7 — HET HUIS VOL LEUGENS
De achtervolging duurde bijna twintig minuten.
De auto's achter ons bleven ons volgen.
Iedere keer dat Hayes probeerde af te slaan, volgden ze.
Robert keek voortdurend achterom.
“Ze willen ons niet neerschieten.”
“Hoe weet je dat?” vroeg Hayes.
“Omdat ze ons levend willen.”
Ik keek naar Jessica.
“Waarom?”
Ze keek naar haar vader.
“Vanwege het bewijs.”
Uiteindelijk stuurde Hayes de auto een verlaten zijstraat in.
Hij doofde de koplampen.
Iedereen hield zijn adem in.
De twee zwarte auto's reden voorbij.
Een seconde later verdwenen hun rode achterlichten.
Hayes startte opnieuw.
“Nu.”
We reden de andere kant op.
Een half uur later kwamen we aan bij mijn oude huis.
Ik had er zes jaar niet gewoond.
Sinds Roberts dood had ik het verkocht.
Maar het huis stond nog steeds leeg.
Of dat dacht ik.
De voordeur stond open.
Robert stapte als eerste uit.
“Blijf achter mij.”
We gingen naar binnen.
Alles was donker.
De woonkamer zag er precies uit zoals ik me herinnerde.
De oude klok.
De kast.
De familiefoto's.
Zelfs Roberts favoriete stoel.
Mijn maag draaide om.
“Hier is niemand.”
Toen hoorde ik boven een geluid.
Een zacht gehuil.
“Ethan.”
Ik rende naar de trap.
Hayes hield me tegen.
“Wacht.”
Maar ik rukte mijn arm los.
“Dat is mijn kleinzoon.”
Boven vonden we een deur.
Achter die deur zat Ethan.
Hij zat op de vloer.
Zijn handen waren vastgebonden.
Ik knielde onmiddellijk naast hem.
“Oma!”
Ik maakte hem los.
Hij stortte zich in mijn armen.
“Waar is mama?”
“Ze is veilig.”
“En opa?”
Robert verscheen in de deuropening.
Ethan keek hem aan.
“Opa!”
Ze omhelsden elkaar.
Ik begon opnieuw te huilen.
Maar toen keek Ethan naar mij.
“Mama zei dat ik niet bang mocht zijn.”
“Wat bedoelde ze?”
“Ze zei dat jij het geheim zou vinden.”
“Welk geheim?”
Hij wees naar de muur.
“Daar.”
Op het eerste gezicht was het slechts een oude familiefoto.
Robert stond erop.
Ik stond naast hem.
Jessica was nog een tiener.
Maar Ethan wees naar de lijst.
“Daarachter.”
Hayes haalde de foto van de muur.
Achter het frame zat een kleine metalen plaat.
Robert drukte erop.
De muur klikte.
Een verborgen kast kwam tevoorschijn.
Daar lagen tientallen dossiers.
Foto's.
USB-sticks.
En een dik zwart notitieboek.
Ik pakte het.
Op de eerste pagina stond Roberts handschrift.
Als ik ooit dood word verklaard, geloof het dan niet.
Ik keek naar hem.
“Je wist dit al.”
Hij knikte.
“Ik wist dat ze mijn dood zouden gebruiken.”
“Waarom heb je mij dan niets verteld?”
“Omdat ik wist dat jij anders gevaar zou lopen.”
“Je liet me zes jaar lang geloven dat je dood was.”
“Ik weet het.”
Mijn stem werd harder.
“Jessica dacht dat ze haar vader kwijt was!”
“Ik weet het.”
“Ze heeft jarenlang om jou gerouwd!”
“Ik weet het!”
Robert sloeg zijn vuist tegen de muur.
“Ik had geen keuze!”
De kamer viel stil.
Ethan keek bang.
Robert knielde voor hem.
“Het spijt me, jongen.”
Ethan keek hem aan.
“Waarom zei mama dat je dood was?”
Robert keek naar Jessica.
“Dat moet je moeder vertellen.”
Jessica kwam langzaam dichterbij.
“Ik wist het pas drie maanden geleden.”
“Waarom vertelde je het mij niet?”
“Omdat ik dacht dat ze jou zouden vermoorden.”
Hayes pakte een van de dossiers.
“Hier staat iets interessants.”
Hij bladerde.
“Betalingen.”
“Van wie?”
“Van Dr. Blake.”
“Voor wie?”
Hayes keek verder.
Toen werd hij bleek.
“Voor Derek.”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Hoeveel?”
“Meer dan twee miljoen.”
Robert knikte.
“Dat is nog maar het begin.”
Hij pakte een ander dossier.
“Hier.”
Binnenin zat een foto.
Derek.
Dr. Blake.
Eleanor.
En...
een vierde persoon.
Ik keek ernaar.
Mijn adem stokte.
“Nee.”
Robert keek naar mij.
“Je kent hem?”
Ik knikte langzaam.
“Dat is mijn broer.”
Mijn broer was al vijftien jaar dood.
Of dat dacht ik.
“Dat kan niet.”
Robert wees naar de datum.
De foto was drie weken oud.
Ik voelde mijn knieën slap worden.
“Mijn broer is dood.”
Robert schudde zijn hoofd.
“Niet volgens deze foto.”
Jessica pakte het dossier.
“Wie heeft deze foto gemaakt?”
“Je vader,” zei Robert.
“Waar?”
“Op een bijeenkomst.”
“Welke bijeenkomst?”
Robert zweeg.
Ik keek hem aan.
“Vertel.”
Hij antwoordde:
“De bijeenkomst waar ze besloten wie er moest sterven.”
De kamer werd ijskoud.
“Wie?”
Robert keek eerst naar mij.
Daarna naar Jessica.
“Jij.”
Jessica werd lijkbleek.
“Maar waarom?”
“Omdat jij de enige persoon was die de volledige waarheid kende.”
“Dat is onmogelijk.”
Robert schudde zijn hoofd.
“Er is nog iets.”
Hij pakte een envelop uit het dossier.
Op de voorkant stond:
VOOR MARGARET — OPEN ALLEEN ALS JESSICA LEIFT.
Ik scheurde hem open.
Binnenin zat één vel papier.
Slechts één zin.
Je dochter is niet het doelwit. Jij bent het.
Achter ons klonk plotseling glasgerinkel.
Hayes draaide zich om.
De woonkamer beneden werd verlicht.
Een brandbom was door het raam gegooid.
Vlammen verspreidden zich razendsnel.
Ethan begon te schreeuwen.
“OMA!”
Robert pakte hem op.
“NAAR BUITEN!”
We renden naar de trap.
Maar voordat ik de laatste trede bereikte, zag ik iemand buiten staan.
Een vrouw.
Ze keek recht naar mij.
Eleanor.
Ze glimlachte.
En hield een telefoon tegen haar oor.
“Ze hebben de dossiers gevonden.”
Toen draaide ze zich om en verdween in de nacht.






