DEEL 3 — KAMER 417
De woorden van Derek bleven in mijn hoofd rondspoken.
Je had die sleutel nooit mogen vinden.
Ik keek naar het kleine metalen label in mijn hand.
Een kamernummer.
Een kluisnummer.
Een hotelkamer.
Of misschien iets anders.
“Waar hoort deze sleutel bij?” vroeg rechercheur Hayes.
Ethan keek naar mij.
“Ik mag het niet zeggen.”
“Wie heeft je dat verteld?”
“Mama.”
Mijn hart brak bijna opnieuw.
Jessica was dood.
Maar haar stem leek via haar zoon nog steeds tegen me te spreken.
“Ethan,” zei ik zacht, “mama heeft je dit gegeven omdat ze wilde dat iemand de waarheid ontdekte.”
Hij knikte.
“Ze zei dat oma nooit zou stoppen.”
Ik sloot mijn ogen.
Dat was mijn Jessica.
Zelfs toen ze wist dat ze misschien zou sterven, kende ze haar moeder.
Ik draaide me naar Hayes.
“Kunnen we naar die kamer?”
“Eerst moet ik weten waar.”
Ik keek naar de sleutel.
“417.”
Hayes bestudeerde het label.
“Dat zegt mij niets.”
“Misschien mij wel.”
Ik pakte mijn telefoon.
Jessica en ik hadden jaren geleden een klein familieappartement geërfd van mijn moeder. Het stond grotendeels leeg en werd soms gebruikt door familieleden wanneer ze in de stad waren.
Ik dacht aan iets.
“Er is een gebouw vlak bij het oude ziekenhuis. Appartementen. Vierde verdieping. Nummer 17.”
Hayes keek op.
“Waarom zou Jessica daar een sleutel hebben?”
“Ik weet het niet.”
Derek lachte nerveus.
“Dit is absurd.”
Hayes draaide zich naar hem.
“U gaat nergens heen.”
“Ik ben haar echtgenoot.”
“En u bent degene die de crematie zonder autopsie wilde laten doorgaan.”
Derek zweeg.
Tien minuten later stonden we buiten.
De politie had het uitvaartcentrum afgezet.
Ethan zat bij een vrouwelijke agent.
Ik wilde hem meenemen.
Maar Hayes schudde zijn hoofd.
“Hij blijft hier. Het is veiliger.”
Veiliger.
Dat ene woord maakte me misselijk.
Want als een zevenjarige jongen bescherming nodig had tegen zijn eigen vader, hoe ver was dit dan al gegaan?
We reden naar het appartementencomplex.
De lucht was donker geworden.
Regen tikte tegen de voorruit.
Ik zat achterin naast Hayes.
“Dacht u dat Jessica vermoord is?”
Hij keek uit het raam.
“Ik denk dat we nog niet weten waaraan ze is overleden.”
“Maar u denkt het wel.”
Hij zweeg.
Dat was genoeg.
Het appartement 417 stond aan het einde van een donkere gang.
De deur was niet op slot.
Ik keek naar Hayes.
“Dat is vreemd.”
Hij knikte.
Hij trok zijn wapen en opende de deur.
“Politie!”
Geen antwoord.
Binnen rook het naar schoonmaakmiddel.
Te veel schoonmaakmiddel.
Alles was bijna onnatuurlijk netjes.
Geen stof.
Geen persoonlijke spullen.
Geen foto's.
Geen kleding.
Alleen een tafel.
Op die tafel lag een oude laptop.
En daarnaast een envelop.
Mijn naam stond erop.
MARGARET.
Mijn handen begonnen te trillen.
Ik opende hem.
Er zat een brief in.
Ik herkende Jessica's handschrift.
Mama, Als je dit leest, betekent het dat ik je niet meer persoonlijk kan vertellen wat er is gebeurd. Vertrouw Derek niet. Vertrouw ook niemand die zegt dat mijn dood natuurlijk was. Zoek de opname. Niet op de laptop. Onder de vloer.
Ik keek naar Hayes.
“Onder de vloer.”
We begonnen onmiddellijk te zoeken.
Onder het tapijt vonden we niets.
Onder de bank niets.
Toen hoorde ik een zacht hol geluid.
Ik tikte met mijn schoen op een houten plank.
Tok.
Tok.
Tok.
Hayes knielde neer.
“Deze is los.”
Hij haalde zijn zakmes tevoorschijn en wipte de plank omhoog.
Daaronder zat een metalen doos.
Ik hield mijn adem in.
Hayes opende hem.
Binnenin lagen foto's.
Bankafschriften.
Een USB-stick.
En een klein notitieboekje.
Ik pakte het notitieboekje.
De eerste pagina bevatte maar één zin:
Derek weet dat ik het weet.
Op de tweede pagina stonden namen.
Artsen.
Een apotheker.
Een verzekeringsagent.
En één naam die ik onmiddellijk herkende.
Dr. Samuel Reed.
De arts die Jessica's dood had vastgesteld.
Ik keek Hayes aan.
“Hij heeft tegen mij gezegd dat Jessica's hart het zomaar had opgegeven.”
Hayes bladerde verder.
Op de laatste pagina stond een datum.
Twee dagen vóór haar dood.
Daaronder:
Als er iets met mij gebeurt, laat Margaret de bloedtest doen.
Mijn knieën werden slap.
“Welke bloedtest?”
Hayes keek naar de USB-stick.
“Dat gaan we waarschijnlijk ontdekken.”
Hij stopte de stick in de laptop.
Het scherm ging aan.
Een video verscheen.
Jessica zat voor de camera.
Ze zag er moe uit.
Bang.
Maar vastberaden.
“Mam,” zei ze.
Ik hield mijn hand voor mijn mond.
“Als jij dit ziet, ben ik waarschijnlijk dood.”
Mijn tranen begonnen te lopen.
Jessica keek recht in de camera.
“Derek denkt dat ik hem niet doorheb.”
Ze haalde diep adem.
“Maar ik weet wat hij heeft gedaan.”
Op dat moment klonk er buiten een harde klap.
Hayes stond onmiddellijk op.
De deur van appartement 417 bewoog.
Iemand probeerde hem open te krijgen.
Hayes trok zijn wapen.
“Blijf achter mij.”
De deur vloog open.
Een donkere gestalte stormde naar binnen.
Hayes greep hem vast.
Een worsteling.
Een schreeuw.
Toen viel de indringer op de grond.
Ik herkende hem.
Mijn hart stopte bijna.
Het was Dr. Samuel Reed.
De arts die Jessica dood had verklaard.
Hij keek naar mij.
En zei slechts vier woorden:
“Uw dochter leeft nog.”
Ik kon niet ademen.
“Wat?”
Reed keek naar Hayes.
“En als u haar wilt vinden, moet u nu luisteren.”






