DEEL 8 — Mijn grootvader had een geheim leger
Eleanor reed alsof ze haar hele leven op deze achtervolging had gewacht.
De zwarte SUV bleef achter ons.
“Kun je ze afschudden?” vroeg ik.
“Misschien.”
“Misschien?”
“Als ik geluk heb.”
Ze draaide plotseling een zijstraat in.
De SUV volgde.
Mijn hart bonsde.
“Het kenteken is van Marcus.”
“Ik weet het.”
“Dus hij heeft ons verraden.”
Eleanor keek me niet aan.
“Of iemand gebruikt zijn auto.”
“Dat geloof je toch zelf niet?”
“Nee.”
Ze trapte harder.
Na twintig minuten stopten we bij een verlaten loods.
“Uitstappen.”
We renden naar binnen.
Eleanor schoof een metalen deur dicht.
“Hier blijven ze ons niet vinden.”
“Hoe weet je dat?”
“Omdat dit van onze grootvader was.”
Ik keek om me heen.
De loods leek verlaten.
Maar achter een stapel houten kratten vond Eleanor een verborgen paneel.
Ze drukte drie keer op een knop.
Een deel van de muur schoof open.
Daarachter zat een trap.
“Wat is dit?”
“Een schuilplaats.”
We gingen naar beneden.
Beneden bevond zich een enorme ruimte.
Computers.
Kaarten.
Dossiers.
Foto's.
Mijn mond viel open.
“Wat is dit?”
“Project Echo.”
Ik keek naar de muren.
Daar hingen foto's van mensen.
Militairen.
Politici.
Bedrijfsdirecteuren.
Rechters.
En tussen al die foto's stond één naam die ik herkende.
Victor Hale.
Eleanor liep naar een bureau.
“Onze grootvader verzamelde informatie over mensen die hij niet vertrouwde.”
“Dus hij bespioneerde ze?”
“Hij beschermde de familie.”
“Dat is niet beschermen.”
Ze keek me aan.
“Voor hem was er geen verschil.”
Ik bladerde door een dossier.
Toen zag ik Nathan.
Zijn foto was veel ouder dan ik had verwacht.
“Hij werkte voor onze grootvader?”
“Ja.”
“Als wat?”
Eleanor pakte een map.
“Beveiliging.”
Ik keek haar aan.
“Hij beschermde ons?”
“Dat dacht iedereen.”
Ze opende de map.
“Maar Nathan had zijn eigen plan.”
Binnenin stonden financiële transacties.
Bedragen.
Rekeningen.
Data.
En telkens kwam dezelfde naam terug.
NATHAN LANGLEY.
“Hij stal geld.”
“Miljoenen.”
“En grootvader ontdekte het.”
Eleanor knikte.
“Daarom werd ik verborgen.”
“Maar waarom ik niet?”
“Omdat jij de erfgenaam was die iedereen kon zien.”
Ik begreep het.
Als Nathan mij zou controleren, kreeg hij toegang tot het zichtbare vermogen.
Maar Eleanor droeg de tweede sleutel.
Dus hij had beide nodig.
* * *
Plotseling klonk er boven ons een geluid.
Voetstappen.
Eleanor pakte een wapen.
Ik ook.
“Ze zijn binnen.”
We stonden stil.
De voetstappen kwamen dichterbij.
Toen klonk een stem.
“Tessa.”
Ik herkende hem.
Marcus.
Ik keek naar Eleanor.
“Hij heeft ons gevonden.”
De deur ging open.
Marcus stond bovenaan de trap.
Zijn handen waren zichtbaar.
“Ik kom alleen.”
Eleanor richtte haar wapen op hem.
“Blijf staan.”
Marcus keek naar haar.
“Eleanor.”
Ze verstijfde.
“Je kent mijn naam.”
“Ik heb je gezocht.”
“Voor wie?”
“Voor jullie grootvader.”
“Hij is dood.”
“Ik weet het.”
Marcus kwam langzaam naar beneden.
“Maar zijn laatste opdracht leeft nog.”
Ik keek hem aan.
“Welke opdracht?”
Hij haalde een envelop uit zijn jas.
“Deze.”
Hij gaf hem aan mij.
Ik herkende het handschrift.
Mijn grootvader.
Ik opende de envelop.
Er stond:
Als Tessa en Eleanor elkaar ooit vinden, vertel hun dan de waarheid over hun moeder.
Ik keek naar Eleanor.
“Onze moeder?”
Marcus knikte.
“Ze was niet degene die jullie heeft laten scheiden.”
Mijn hart sloeg over.
“Wie dan?”
“Je moeder probeerde jullie samen te houden.”
“Dat kan niet.”
“Ze werd gedwongen.”
“Door wie?”
Marcus keek naar Eleanor.
“Door Nathan.”
* * *
Ik voelde woede door mijn lichaam trekken.
“Waarom heeft mijn moeder dan nooit iets gezegd?”
“Omdat Nathan haar bedreigde.”
“Waarmee?”
Marcus keek naar mij.
“Met jullie leven.”
Eleanor liet haar wapen zakken.
“Hij wist waar we waren.”
“Ja.”
“Al die jaren?”
“Ja.”
“Waarom heeft hij ons nooit gevonden?”
Marcus antwoordde:
“Omdat jullie grootvader hem voor was.”
Hij wees naar de dossiers.
“Hij bouwde dit hele netwerk om jullie te beschermen.”
Ik keek naar de foto's.
“En nu is hij dood.”
“Daarom is Nathan terug.”
“Maar Victor?”
“Victor werkt voor Nathan.”
“En Grant?”
“Een pion.”
Ik dacht aan alles wat er was gebeurd.
Mijn bevalling.
De deur.
De trust.
De twintig miljoen.
Nathan.
Eleanor.
Alles begon eindelijk logisch te worden.
Maar toen zei Marcus:
“Er is nog iemand.”
“Wie?”
“De persoon die Nathan financiert.”
“Wie?”
Marcus aarzelde.
“Je moeder.”
Ik voelde alsof iemand me had geslagen.
“Dat is onmogelijk.”
“Ze heeft de afgelopen jaren geld overgemaakt.”
“Waarom?”
“Om Eleanor verborgen te houden.”
Eleanor schudde haar hoofd.
“Mijn pleegouders kregen inderdaad geld.”
Ik keek naar Marcus.
“Dus mijn moeder betaalde Nathan?”
“Nee.”
Hij keek me ernstig aan.
“Ze betaalde iemand om Nathan te stoppen.”
“Wie?”
Marcus antwoordde:
“Een organisatie die officieel niet bestaat.”
Hij legde een foto op tafel.
Op de foto stond een man in uniform.
Naast hem stond mijn grootvader.
En achter hen stond…
mijn vader.
Ik verstijfde.
Mijn vader was twaalf jaar geleden overleden.
Maar op de foto stond hij duidelijk.
Levend.
Gezond.
En met zijn hand op de schouder van Nathan.
Ik keek naar de datum.
De foto was gemaakt…
zes maanden ná zijn officiële dood.
* * *
Ik voelde mijn knieën zwak worden.
“Mijn vader leeft?”
Marcus zei niets.
Eleanor keek naar mij.
Toen klonk ergens boven ons een harde knal.
Het licht viel uit.
Marcus trok zijn wapen.
“Ze zijn binnen.”
Een tweede knal.
Daarna stilte.
Marcus fluisterde:
“Ze zijn niet gekomen voor de trust.”
“Waarvoor dan?”
Hij keek naar mij.
“Voor jou.”






